Blinde geldzucht

De afgelopen dertig jaren hebben in het teken gestaan van het neo-liberalisme. De uitgangspunten die eraan ten grondslag liggen zijn duidelijk en eenvoudig. De markt reguleert zichzelf. De overheid bemoeit zich zo weinig mogelijk met de markt. Doordat bedrijven met elkaar concurreren, zal iedereen de beste kwaliteit leveren voor een zo laag mogelijke prijs. Voordelen: een zo klein mogelijke overheid en kwalitatief goede diensten en producten tegen een zo laag mogelijke prijs.
Een ideaalbeeld, zou je zeggen. Dat zou het ook zijn, als we geen rekening zouden houden met het feit dat we mensen zijn. Net als het ideaalbeeld van het communisme werkt dit neo-liberale systeem ook niet. Er is een belangrijke factor die flink roet in het eten gooit, namelijk hebzucht, in de natuurlijke wereld een onontbeerlijke eigenschap voor de overleving van soorten. Aangezien wij intelligente dieren zijn, huist dit oude instinct ondanks duizenden jaren evolutie en beschaving nog in ieder van ons. Bedrijven die niet gecontroleerd worden door de overheid zullen proberen alle middelen die in hun macht staan aan te wenden om zo veel mogelijk winst te maken.

Dat dit tot catastrofes kan leiden, hebben we de afgelopen tientallen jaren al veel gezien. In Engeland moest en zou de marktwerking worden ingevoerd en werd het spoorwegbedrijf gedwongen opgesplitst in meer dan twintig kleine bedrijfjes. De kleine bedrijfjes moesten zichzelf bedruipen en om de balans sluitend te krijgen, werd er veel te weinig onderhoud gepleegd aan materieel en infrastructuur. Dit veroorzaakte in de jaren negentig zeer ernstige treinongevallen met als gevolg honderden doden en gewonden. Uiteindelijk heeft de Engelse regering alsnog een miljardeninjectie moeten geven om alle achterstallige onderhoud te bekostigen.
En toch, ondanks dit slechte voorbeeld, moest en zou Europa in alle aangesloten landen de spoorwegen privatiseren. De gevolgen daarvan merken de treinreizigers dagelijks. De treinkaartjes worden steeds duurder en het serviceniveau wordt door de nieuwe bedrijven die zo dicht mogelijk langs elkaar heen moeten werken steeds lager.

In de gezondheidszorg gaat het al net zo. Marktwerking zou goed zijn voor ons allemaal. De zorg zou goedkoper moeten worden en de kwaliteit zou omhoog gaan. Wat marktwerking in de zorg doet, kunnen we dagelijks zien in de Verenigde Staten waar zorg onbetaalbaar is geworden en alleen toegankelijk is voor die mensen die er veel geld voor kunnen betalen. Gevolg: miljoenen mensen zijn niet verzekerd en moeten als ze ziek worden de hoge rekeningen zelf betalen. Wie dat niet kan, zal de rest van zijn leven in een kartonnen doos moeten wonen om de schuld (uiteraard tegen hoge rente) te kunnen afbetalen.
En toch moet en zal onze zorg worden geprivatiseerd. De gevolgen merken we nu al. Sinds de invoering van het nieuwe zorgstelsel in 2005 is de zorgpremie bijna verdubbeld en beginnen overal ziekenhuizen en eerste hulpposten te verdwijnen. De eigen bijdragen zijn door de laagstbetaalde mensen nu al niet meer op te brengen. Tegelijkertijd komen er steeds meer laagbetaalde mensen bij doordat werknemers hun betrekking verliezen of minder betaald krijgen en voornamelijk kleine bedrijfjes failliet gaan. Daardoor zal het aantal mensen dat niet meer naar de dokter of de tandarts kan alleen maar toenemen. En waarom? Omdat zorginstellingen bedrijven zijn geworden die enorme winsten maken. Niet artsen, maar verzekeringsmaatschappijen beslissen over leven en dood.

Al met al kunnen wij alleen maar constateren dat liberaal blind is. Ze lopen zienderogen in dezelfde val als hun zielsverwanten in de Verenigde Staten, Engeland en andere delen van de wereld waar de neo-liberalen aan het roer staan. Het gewone volk wordt overgeleverd aan de graaiers die onmetelijk rijk worden.
Wie kan er voor zorgen dat deze waanzin stopt? Het volk, door middel van nieuwe verkiezingen. En een beetje snel graag, want de schade die wordt aangericht is nu al haast niet meer te repareren.

De huidige tendens brengt niet alleen veel mensen aan de bedelstaf, maar kost ook velen van ons het leven.

Hans