Diese blöden Holländer!

Toen wij voor het eerst over Duitse wateren voeren kwamen wij na anderhalve week Mittellandkanaal in de omgeving van Berlijn. Wij hadden water nodig. Wij waren al enige tijd op zoek naar een watertappunt, maar die vind je daar niet. Om nou alleen maar voor water een jachthaven op te zoeken is ook al zowat. Wij waren dan ook zeer verheugd toen wij bij Potsdam een schuurtje op een steiger zagen staan met daarboven een groot bord: WASSERTANKSTELLE. Er waren nog twee boten voor ons dus wij wachtten netjes op onze beurt. Toen wij bij het schuurtje aanlegden bleek dat wij ons vergist hadden. Het was een pompstation aan het water met diesel en benzine. Toen onze vergissing duidelijk werd, zagen wij de pomphouder denken. Het stond als het ware als een lichtkrant op zijn voorhoofd te lezen. ‘Diese blöden Holländer!’ Hij zei dat natuurlijk niet. Hij probeerde wel uit te leggen dat er alleen aan water toch niks te verdienen viel. Dat snapten wij toch wel?

In ieder geval had hij wel water en omdat het erg rustig was wilde hij ons wel ter wille zijn. Tijdens het tanken kwam hij netjes met een geschreven bonnetje met daarop de prijs voor het water: € 9,- per kuub. Donders! Daaraan zou je best wel kunnen verdienen dachten wij. Na twee weken rond gevaren te hebben in dit prachtige vaarwater moest ik nog wel eens denken aan die pomphouder. Nergens een ligplaats. Er zijn er wel een paar, maar die moet je vaak zelf ontdekken door heel goed op te letten. De meeste ‘vrije’ ligplaatsen zijn maar 70 cm diep dus goed op de bordjes lezen. De meeste jachthaventjes, vooral in de kleine gemeentes, zijn niet gescaahikt voor een boot van pakweg 13 meter. Het is of te klein of niet diep genoeg. Allemaal kleine k*-bootjes. Bovendien: Wat moeten we daar? Okee, ze hebben voorzieningen. Dusche? Nein Danke! Toiletten? Haben wir. Waschmachine? Haben wir auch. Strom? Solarpanele. Als varend woonschip hebben wij al die voorzieningen aan boord. “Haben Sie auch einen Supermarkt?” Nee, die hebben ze niet. Tja, die hebben we juist hard nodig. En eens in de twee weken water.

Wij vroegen ons wel eens af waarom er in Nederland zoveel Duitsers rondvaren. Nu snappen wij dat wel. Niet om het natuurschoon, dat hebben die Duitsers hier zelf in het kwadraat. Het is in de wateren rond Berlijn fantastisch, Nog mooier dan Kalenberg, en dan 800 kilometer lang. Ongerepte natuur en uitgestrekte wouden zoals je die in Nederland nauwelijks vindt. Nee, daarvoor komen ze niet. Het zijn de ligplaatsen waar ze voor komen. Aanleggen midden in de stad of dorp, bij je boot op een terrasje zitten. Op één van de honderden Friese meren aan één van de duizenden Marrekriteplekken liggen. Aanleggen bij de supermarkt aan een boodschappensteiger. Water tappen bij één van de honderden tappunten voor € 5,- per kuub. Betaalbare jachthavens waar je met je dikke Duitse boot (meestal van Nederlandse makelij) gemakkelijk kunt aanleggen en manouvreren. Daar varen steden, dorpen, zelfs hele provincies wel bij want iedereen geeft zijn geld uit bij de plaatselijke middenstand.

Stel je toch eens voor. Een bioscoop zonder stoelen. Een dierentuin zonder looppaden. Een winkelcentrum zonder parkeerplaatsen. Een snelweg zonder pompstations. En toch, de Duitsers hebben zoiets. Een gigantisch eersteklas watersportparadijs zonder ligplaatsen. Je moet wel èrg veel moeite doen om dáár van je geld af te komen. Een gemiste kans, Herr Wassertankstellenwärter. So blöd sind die Holländer doch wohl nicht!

Hans