Vakantie 2008

De vakantie komt net op tijd om van alle stress te bekomen van de afgelopen maanden. Na nog wat zaken te hebben geregeld, zoals bijvoorbeeld een nieuwe gasdrukregelaar en de verlaging van de Davits tot 2,50 meter boven de waterspiegel, zijn we klaar voor vertrek,voor het eerst met ons nieuwe huis, motorjacht Vrijheid.

Vrijdag 22-8
Vertrek uit de haven van Enschede tegen 16:30 uur. Bij sluis Hengelo mogen we meeschutten met de Iris, een tanker die ons achterop loopt. We hoeven maar even te wachten en we zakken 9 meter naar de haven van Hengelo. De Iris maakt flink vaart richting de sluis van Delden en wij er achteraan want we willen graag nog even meeschutten voor sluitingstijd. We hebben wederom geluk; we mogen weer met de Iris mee in de sluiskolk maar we moeten wel even wachten tot een groot vrachtschip voor ons door de sluis gegaan is. tegen 19:30 verlaten we de sluis van Delden en gaan stuurboord uit de zijtak in richting Almelo. Deze is langer dan we dachten en het wordt reeds donker. Het is pestweer. Het regent als het giet. De ramen zijn beslagen en de ruitenwisser is weinig effectief. Het is wel heel bijzonder om te varen in het donker. Het kanaal tekent zich als een zilveren lint af tegen de donkere achtergrond. Samen met de boordverlichting, die we hebben onststoken en de weerschijn daarvan op het wateroppervlak, geeft dit een sfeervol beeld. Tegen 21:30 uur arriveren we bij de jachthaven van de Almelose Watersportvereniging en leggen in bijna volslagen donker aan de buitenkant aan bij het pompstation. Er komt nu toch geen hond meer tanken. Ik bel het nummer van de havenmeester en krijg zijn vrouw aan te telefoon. ‘U MAG NIET AAN DE BUITENKANT AANLEGGEN!’ krijg ik te horen. Ik zeg: ‘Ik wil best binnen gaan liggen, maar ik zie geen fluit.’ ‘EEHH, MIJN MAN KOMT ERAAN!’ Even later komt de havenmeester aanlopen en is verbaasd omdat we nog zo laat komen aankakken. Ik leg uit dat we ons een beetje verrekend hebben en we mogen tot morgenvroeg bij de pomp blijven liggen tegen een tarief van € 0,70 per meter. Maal 12 maakt € 8,50.

Zaterdag 23-8
Het zonnetje schijnt. Tegen 8:30 uur betaal ik het havengeld en we varen weg richting sluis Almelo. We gaan bakboord uit en ik roep via marifoon de sluismeester op. Wij zijn meteen aan de beurt en terwijl wij langzaam zakken, komt de sluismeester aanlopen om ons een paar foldertjes te overhandigen. Hij moet omlopen omdat we aan stuurboordkant hebben aangelegd (rechts). Alle schepen leggen bakboord aan, zegt ie. Weten wij veel, we komen daar voor het eerst. We zijn tenslotte beginnelingen nietwaar? Wij vragen hoe het gaat met de vele ophaalbruggen die we in het kanaal Almelo de Haandrik tegenkomen. Hij zegt dat het allemaal goedkomt en dat we nergens meer achteraan hoeven. Bij de eerste brug in Vriezenveen is het al mis: een technische storing. De brug staat op dubbel rood. Even later komt de sluismeester van sluis Almelo aanrijden in een autootje van de Provincie Overijssel. ‘Ik had beter mijn mond kunnen houden,’ zegt hij met een kiespijngrijns op zijn gezicht. Wij lachen samen en hij zegt dat we maar beter even vast kunnen maken, want ze moeten eerst even de storing verhelpen. Het duurt niet lang en even later gaat de brug voor ons open. De rest van de bruggen die we tegenkomen zorgen niet voor oponthoud, dus de reis verloopt voorspoedig. Tegen 12:15 uur leggen we even aan voor de brug van Bergentheim, omdat het middagpauze is. Om precies 12:30 gooien we de touwen weer los en keurig wordt de brug voor ons geopend. Tegen 13:30 uur begint het weer te regenen dat het giet. Erica is even gaan liggen, maar vlak voor Coevorden komt ze weer ‘boven water’, bijna letterlijk, want ons bed in de achterkajuit staat met de voetkes onder de waterlijn. In Coevorden volgen we het slingerende kanaal en kunnen nog net stoppen voor een bouwplaats waar een brug in aanbouw is. Ik wil aan de rechterkant doorvaren, maar er ligt een soort ijzeren ponton in het water die slecht zichtbaar is en het is daar wel erg nauw om door te varen. Ik manouvreer het stalen gevaarte onder ons achterste door de linkerdoorgang en even later komen we bij de passantenhaven van Coevorden. Het is mooi geweest voor vandaag, dus we gaan bakboord uit en leggen aan. Grappig om te zien dat we midden tussen de woningen liggen. Aan de kant van de steiger staat een appartementencomplex en tegenover ons kijken we in de achtertuinen, sommige met mooie steigers en terrasjes aan het water. Helaas is het nog steeds pokkenweer, dus er zit niemand buiten. Wij blijven hier twee nachten liggen, want op zondag is er geen bediening van bruggen en sluizen. Aan het eind van de middag lopen we het stadje in om een hapje te eten. We komen terecht bij Chin. Ind. Rest. Kota Radja (orgineel he) en het eten is voortreffelijk. Terug bij de boot blijkt de havenmeester langs te zijn geweest, want we vinden een brief aan de reddingsboei met het vriendelijke verzoek een bedrag voor twee nachten ad € 13,60 te deponeren in de brievenbus van het gemeentehuis. Zondag gaan we een eindje wandelen. We vinden het gemeentehuis, storten de enveloppe in de brievenbus en gaan Coevorden bekijken. Helaas moeten we zien hoe karakteristieke panden staan te verpauperen. Het geheel ziet er een beetje shabby uit. Het doet denken aan Enschede, waar de gemeente mooie panden opkoopt, ze vervolgens jaren laat verkommeren, om dan te beweren dat opknappen te duur is en de tot ruïnes verworden oude panden plaats te laten maken voor glas, staal en beton.

Maandag 25-8
We gooien tegen 10:00 uur de trossen los en vervolgen onze weg richting Hoogeveen. Het is redelijk weer. Af en toe schijnt de zon. Het kanaal Almelo de Haandrik gaat bij Coevorden over in het Stieltjeskanaal. Na verloop van tijd herken ik verschillende landschappen die ik vanuit de trein al zo vaak heb gezien, maar deze keer zie ik het allemaal vanaf het water. Heel apart, moet ik zeggen, om nu eens naast het spoor te varen in plaats van naast het kanaal te rijden. Bij Nieuw-Amsterdam gaan we bakboord uit de Verlengde Hoogeveense Vaart op. We passeren verschillende ophaalbruggen, o.a. de hefbrug van de N.S. Deze gaat echter niet open.... Een schipper achter ons zegt dat we op een knop moeten drukken en ja hoor, na enig zoeken vinden we de knop, alleen het bordje met de verklarende tekst is verdwenen. Op het moment dat we de boot aan de kant willen dirigeren om bij de knop te kunnen, komt er beweging in de brug. Waarschijnlijk heeft de brugwachter, c.q. verkeersleider, op de post in Zwolle ons gezien. Het kanaal wordt steeds smaller en vlak voor Hoogeveen, bij het dorpje Noordseschut, komen we bij een sluisje. Dit wordt nog helemaal met de hand bediend, inclusief de ophaalbrug die vlak achter de sluis ligt. De sluiswachter draait aan een groot wiel en wij neuriën een draaiorgeldeuntje. Na deze pittoreske sluis wordt het nog een stuk smaller. Het lijkt wel een slootje. We zijn blij dat we geen tegenliggers hebben, want dat zou wel erg krap worden. Na nog een ophaalbrug komen we in de brede Hoogeveense Vaart. Het is een ringvaart die helemaal om Hoogeveen loopt. Vlak voor de stadsgrens bij een nieuwe villawijk leggen we aan voor de Nieuwebrugsluis alwaar we (gratis) de nacht doorbrengen.

Dinsdag 26-8
Tegen 9:00 uur komt Johan uit Assen bij ons aan boord om te praten over de wintertent die hij voor ons gaat maken op het achterdek. We bespreken hoe het moet worden en na een kop koffie gaat Johan weer. We zetten de vouwfietsen van boord en gaan naar het dichtbij gelegen winkelcentrum om proviand in te slaan. Tegen 10:30 uur verlaten we Hoogeveen en varen in de richting Zwartsluis. Onderweg krijg ik Cor, de eigenaar van de jachtwerf in Lemmer, aan de lijn. Hij had een offerte uitgebracht per e-mail wegens de verbouwing van ons schip, maar die is nooit bij ons aangekomen. Hij heeft de offerte nogmaals gestuurd en deze keer lukte het wel. We spreken af dat hij de klus gaat klaren en bespreken het vervolg. Op 15 september wil hij eraan beginnen, dus we moeten zorgen op zondag 14 september in Lemmer te zijn. Ondertussen gaat de reis verder. Het kanaal is breed en vrij saai. Na de nodige kilometers gaan we bij Meppel bakboord uit het Meppelerdiep op. Uiteindelijk komen we aan in Zwartsluis en na de brug gepasseerd te zijn, komen we uit op het Zwarte water. We zoeken naar een plek om aan te leggen en doordat ik door verschillende dingen wordt afgeleid, ga ik de verkeerde kant op. Bij Hasselt, halverwege Zwolle, bespeur ik de fout en we maken rechtsomkeert. Deze keer laten we Hasselt rechts liggen en een paar kilometer verder net voorbij Genemuiden varen we een piepklein vluchthaventje in, waar ook al een paar schepen liggen. De buren helpen bij het vastmaken en wederom hebben we een prima overnachtingsplek gevonden die ons niets kost.

Woensdag 27-8
Tegen 10:00 uur varen we weg uit het vluchthaventje en gaan richting Ketelmeer. Na verloop van tijd komen we daar aan en steken schuin over naar de ingang van de Randmeren richting Roggebotsluis. Na enig geharrewar met de kaarten vinden we onze weg en komen we na een tamelijk ruig open water in de kalmte terecht. Er staat een vrij krachtige wind, die we precies op de kop hebben. Na de Roggebotsluis komen we na enige tijd op groot water waar de wind vrij spel heeft. Het gaat aardig te keer en regelmatig spuit het boegwater over de gangboorden. Het schip gedraagt zich voortreffelijk. We kunnen niet anders zeggen dat we een uitermate goed schip hebben gekocht. Met een gang van 10 km/u varen we Elburg voorbij en net voorbij Harderwijk vinden we een leuk eilandje met aanlegplekken. We draaien het kommetje in en tegen 16:30 uur leggen we aan, wederom op een mooie gratis locatie met op een afstand het stadsgezicht van Harderwijk met het grote blauwe koepeldak van het Dolfinarium dat er pontificaal boven uitsteekt.

Donderdag 28-8
Na een goede nachtrust steken we zo tegen 10:00 uur weer van wal. Ons reisdoel vandaag is Huizen, waar we twee nachten zullen blijven, want we krijgen bezoek aldaar. Het weer is wat verbeterd. Het is niet meer zo donker en de wind waait iets minder hard. Na een paar uur varen komen we bij de Nijkerkersluis, alwaar we een paar centimeter moeten zakken. Als we komen aanvaren, zien we dat de sluiskolk al aardig vol ligt. Het licht staat nog op groen, dus ik pak de marifoon en vraag of we nog meekunnen. De sluiswachter zegt dat we, als we flink gas bijgeven, we misschien nog meekunnen. Ik gooi er een paar briketten bij op en we komen met een aardig vaartje aandenderen. Er is nog nèt een gaatje voor ons vrij en we hebben de boot nog niet vastliggen, of de deuren gaan al dicht achter ons. Tijdens het uitvaren ontstaat er nog wat verwarring, omdat een ouder echtpaar op een bootje voor ons de aanwijzingen van de sluiswachter niet hebben meegekregen. Ze blijven gewoon liggen en blokkeren de hele zaak. Uiteindelijk kunnen we onze reis vervolgen en na een uurtje of anderhalf komen we bij de haveningang van Huizen aan. We gaan bakboord uit en bellen de grootste jachthaven waar we willen aanleggen. We hebben namelijk een volle zak met wasgoed en in deze jachthaven is een wasserette. De havenmeester vertelt ons echter dat er geen plaats voor ons is vanwege een Skûtsjesdag in het weekeinde. Alle plekken zijn gereserveerd, dus varen we door naar de gemeentehaven, die nog wel een plekje voor ons heeft. Tegen de avond krijgen we bezoek van een vriendin van ons uit Bilthoven, die even wat cd's met software komt ophalen. We nemen haar mee uit eten in het restaurant De Haven van Huizen, waar we nog geen 25 meter vandaan liggen. Het eten is goed en betaalbaar. Dat is te merken, want de tent zit barstensvol en we hebben geluk dat er nog net een tafeltje vrij is. We zijn moe en we nemen ons voor om het de volgende dag eens rustig aan te doen.

Vrijdag 29-8
Die rustige dag kunnen we wel op ons buik schrijven. Erica is de hele dag aan het wassen met de hand, want er is geen wasserette te bekennen in Huizen. De watertank is leeg en moet worden gevuld. Er hangt een slanghaspel aan de muur en volgens de havenmeester komt er elke keer als je op het knopje drukt 100 liter uit. Dat is, naar later blijkt, niet waar, want we moeten wel 20 keer op die knop drukken voordat de tank vol is. Ondertussen wassen we de boot en schrobben het dek. Uiteindelijk hebben we weer een voorraad van 1100 liter vers water. ’s Middags zet ik de vouwfietsen van boord, want we moeten even het stadje in om diverse boodschappen te doen. Er moet weer proviand worden ingeslagen en een paar reinigingsgereedschappen zijn dringend aan vervanging toe. Als we terug zijn, hebben we nog net een half uurtje om wat te rusten voordat ik aan het eten begin, want we krijgen bezoek. Ik kook een flinke pan macaroni en samen met ons gezelschap eten we er lekker van. Tegen 21:00 uur gaat de visite weer naar huis en we zijn behoorlijk afgepeigerd. Wat een heerlijk rustige dag was dit, zeg! Maar niet heus. Ik klap nog even de fietsen in, zet ze aan boord en we overleggen samen wat onze volgende bestemming zal zijn. !e besluiten terug te gaan richting noorden, eerst naar de kop van Overijssel, daarna naar Groningen en Friesland. Daarna kruipen we vroeg in de kooi.

Zaterdag 30-8
Tegen 10:00 uur gooien we de trossen los en varen de haven van Huizen uit. We gaan weer in noordelijke richting. Het is mooi weer, de zon schijnt en de temperatuur is aangenaam. Het windje is nog wel koel, maar daar valt mee te leven. Op het water is het een drukte van belang. Schepen en bootjes van allerlei gedaante kruisen onze weg. Het is wel erg gezellig en er valt veel te bekijken. We passeren weer de Nijkerkersluis, maar moeten dit keer een half uurtje wachten. Op het water komen we veel skûtsjes tegen, wat wel een erg Hollands beeld oplevert. We komen Harderwijk weer voorbij en dit keer besluiten we niet onder de brug door te gaan, die hoog genoeg is voor onze mast, maar gebruik te maken van het nieuwe aquaduct dat er pas gebouwd is. Voorheen was er veel oponthoud voor de weggebruikers door de ophaalbruggen die steeds moesten worden geopend om de schepen met een staande mast door te laten. Nu rijdt het verkeer onder het aquaduct door en vervolgens over de hoge brug (7,10 m.) en hebben schepen en auto's geen last meer van elkaar. Het is een grappig gezicht om met je boot over de weg te varen. Een eindje verderop begint het nauwe gedeelte van de randmeren, dat bestaat uit een diepe vaargeul en het overige water dat slechts 50 cm diep is. We ontdekken een eilandje midden in het grote water en besluiten daar voor anker te gaan. Aanvankelijk is het nog een drukte van belang, want we liggen dicht bij de vaargeul. Het fietspontje komt voorbij en een eindje verderop is een gedeelte voor speedboten en waterskieërs. Het geeft nogal wat golfslag, maar naarmate het daglicht langzaam verdwijnt, gaat de scheepvaart naar huis. We horen nog wel een zware discodreun en ontdekken dat dit lawaai uit een speedboot komt, die een eindje verderop ligt. Gelukkig komt er na korte tijd een eind aan deze herrie en wordt het heerlijk rustig op het water. We kijken t.v. en gaan lekker op tijd naar bed.

Zondag 31-8
Na het ontbijt haal ik het anker op. Ik moet eerst even met de pikhaak zo'n tien kilo ‘groente’ verwijderen, voordat ik het anker tegen de scheepswand kan lieren. Het belooft een heerlijke dag te worden. De zon schijnt en de temperatuur loopt al aardig op. We vervolgen onze weg terug richting het Ketelmeer. We leggen weliswaar twee keer de zelfde vaarweg af, maar dat doet niets terzake, want nu zien we alles van de andere kant en alles lijkt nieuw. Het is opvallend rustig op het water. Het schiet lekker op en tegen 13:00 uur zijn we terug op het Ketelmeer. We moeten deze grote plas schuin oversteken om in het havenhoofd van Schokkerhaven terecht te komen om vandaar uit op het Ramsdiep te komen. Dit is vanaf deze afstand niet te zien, dus we moeten navigeren van de kaart. Ik mik aardig in de goede richting, maar ontdek wel tot mijn schrik dat we over een ondiepe zandplaat varen die met boeien is gemarkeerd. Gelukkig is de waterstand vrij hoog, dus we lopen niet vast. Vlak voor ons vaart een schip van Rijkswaterstaat en het draait het Ramsdiep op. Meteen hebben ze buit, want er komt een speedboot met grote snelheid aangevaren. Deze wordt onmiddellijk aangehouden en krijgt een bekeuring, want snelvaren op het Ramsdiep is verboden. Ze zijn net klaar met het eerste speedbootje of de volgende komt al nietsvermoedend ‘aangescheurd’. Deze wordt ook aangehouden. Rijkswaterstaat heeft het zo druk met bekeuringen uitdelen dat we ze uiteindelijk achter ons laten. Met ons gebruikelijke gangetje van 10 km/u draaien we het Zwartewater op en passeren na verloop van tijd het vluchthaventje waar we een aantal dagen geleden hebben overnacht. Het ligt vol met plezierboten. Na verloop van tijd bereiken we Zwartsluis en gaan bakboord uit het Meppelerdiep op. Het is inmiddels 16:00 uur. Een paar honderd meter verder staat een groot bord met een pijl naar links: PASSANTENHAVEN. Na enig overleg besluiten we daar een aanlegplek te gaan zoeken. We komen aan de kade midden in Zwartsluis en maken vast. We raken aan de praat met een mevrouw op een bankje tegenover onze boot en die vertelt ons dat er een cafetaria is iets verder om de hoek. We halen wat te eten en verorberen het op het achterdek. Terwijl we zitten te eten komt er een man op de fiets met een dikke sigaar in zijn gezicht het havengeld innen, € 1,- per meter. ‘Hoe lang is de boot?’ vraagt hij. ‘Twaalf meter’ antwoorden wij. Wij zeggen altijd dat onze boot twaalf meter is. Eigenlijk is-ie wel een stukje langer, maar ze meten het niet na. Na betaling van € 12,- havengeld verdwijnt hij naar de volgende boot, die kort na ons is binnengekomen. Er lijkt onweer in de lucht te zitten, want het is benauwd. Om insecten te weren doen we de luiken dicht en kijken nog even naar de t.v. voordat we gaan slapen.

Maandag 1-9
We worden wakker met het gesnater van de eenden. Wie zegt er dat we geen huisdieren hebben? We hebben eenden, ganzen, zwanen, grutto’s, waterhoentjes en vissers. We hebben vliegen, muggen, motjes en spinnen. Het lijkt wel een complete dierentuin! We gaan eerst uitgebreid ontbijten en daarna zet ik de fietsen op de wal. We nemen de rugzak mee en gaan naar de dichtstbijzijnde supermarkt om nog wat brood en andere zaken in te kopen. Onderweg naar de boot komen we langs een watersportwinkel en we schieten daar nog even naar binnen. We schaffen een nieuwe stootwil aan, want we hebben er eentje lek. we vinden eindelijk de langgezochte plakletters voor ons thuishavenbordje op de achterkant. Daar stond Dordrecht op, maar dat hebben we er inmiddels afgepeuterd. Daar hoort immers Enschede op, he? Als we weer klaar zijn voor de reis, start ik de motor en gaan we verder in de richting Meppel. We hebben besloten om via de Drentsche Hoofdvaart en via Assen door het Noord-Willemskanaal naar Groningen te gaan. Onder het varen begint Erica het inmiddels gladgeschuurde plankje van de achterplecht in de grondverf te zetten. Langzamerhand verdwijnt Zwartsluis achter de horizon en komen we bij de kruising met de Hoogeveense Vaart, waar we een week geleden vandaan gekomen zijn. Nu gaan we rechtuit in de richting Meppel. We lopen een platbodempje achterop en door de verrekijker zie ik Enschede achterop staan. Wat een toeval! Het blijken clubleden te zijn van de Enschedese Watersportvereniging. We varen samen door Meppel, waar we de eerste tekenen waarnemen van wat ons de rest van de dag te wachten staat, namelijk wachten voor de bruggen. We liggen regelmatig stil. Achter ons nadert een rondspantjacht uit Soest. Ze lopen ons op een gegeven moment voorbij en zitten nu tussen ons en de andere Enschede’ers. Eerst komen we bij de spoorbrug van het traject Meppel-Steenwijk, waar we eerst op een paar treinen moeten wachten, alvorens de brug gedraaid wordt. Eenmaal op de Drentsche Hoofdvaart komen we bij de eerste sluis. Deze blijkt zo klein te zijn, dat er maar twee boten tegelijk in passen. Er zijn een paar wachtenden voor ons, dus we leggen aan bij de wachtsteiger. De Soestenaren leggen voor ons aan en krijgen schade aan het schip doordat de stootwillen te hoog hangen. Jammer, want het ziet er allemaal nog splinternieuw uit. Na een half uur mogen wij met de Soestenaren invaren. Het is passen en meten, want hun schip is aanzienlijk in afmetingen en wij hebben ook geen klein bootje. De man wordt helemaal zenuwachtig als ik met onze boeg naar zijn smaak een klein beetje te dicht bij zijn achterkant kom. Hij begint heftige bewegingen te maken en even later rent hij naar de zijkant van de sluis, waar hij ook tegenaan dreigt te komen. Hij bedient bijna voortdurend de boeg- en hekschroef en het schip schuift daardoor steeds heen en weer. Wij leggen de boot rustig aan een touwtje en zetten de motor stop. De sluismeester komt langs en geeft ons een complimentje voor onze wijze van invaren. ‘ Niet iedereen kan varen’ zegt hij met een vette knipoog in de richting van de Soestenaar. De rest van de sluizen deze dag doen we samen met die Soestenaren, die in de loop van de dag wat rustiger worden. We komen tot voorbij de sluis van Uffelte, waarna we om 17:00 net achter de eerste ophaalbrug van Uffelte bij een gratis ligplaats vastmaken. We hebben van de sluismeester van Uffelte een foldertje gekregen van een restaurant waar ook een wasserette is. Het is een menukaart met allemaal schnitzels. Ik heb nog nooit zoveel verschillende soorten schnitzels op één menukaart gezien. Met onze waszak op de rug lopen we naar het restaurant. Het is helemaal leeg. De kroegbaas kijkt ons aan alsof we van de maan komen. ‘Wij willen graag een hapje eten en ondertussen even onze was draaien. Heeft u ook een droger?’ vragen wij. Hij wordt helemaal nerveus en begint heen en weer te rennen zich ondertussen verontschuldigend dat zijn vrouw er nog niet is. Hij vindt de sleutel van de wasserette en voordat wij daar binnen kunnen worden er eerst nog een paar gokautomaten uitgedirigeerd. Er staat een wasmascine en een droger, allebei met muntautomaat, waar echter nog steeds geen euro's in passen, maar nog ouderwetse guldens. Hij had ze nog niet laten ombouwen. Op de wastafel staat een glazen potje met allemaal guldens en kwartjes. Erica stopt de was in de automaat en als de boel draait nemen wij plaats in het lege restaurant. Nadat de waard van de schrik bekomen is, komt hij de bestelling opnemen. ‘Verkoopt u ook schnitzels?’ vraag ik. Hij kijkt mij eerst verbaasd aan, maar even later lachen wij ons een kriek. Wij krijgen een maaltijd voorgeschoteld die uitstekend smaakt, met verse groente, appelmoes en witlof in ham overbakken met kaas. We laten het ons goed smaken en tussen de hoofdmaaltijd en het overheerlijke toetje stopt Erica de was even in de droger. Als de boel droog is, betalen we en gaan we naar de boot. De Soestenaren hebben hun schnitzels al achter het knoopsgat en waren alweer verdwenen. Na een vermoeiende dag vallen we als een blok in slaap.

Dinsdag 2-9
We hadden aan de sluismeester van Uffelte gezegd dat we tegen 10:00 uur zouden opbreken, maar we hebben nog een lange dag voor ons dus tegen 9:15 uur maken we los. Iedereen is al weg, maar bij de eerste de beste sluis komen we de Soestenaren weer tegen. Die liggen al zo’n drie kwartier voor de sluis te wachten. Hij verrekt het om even aan te leggen. Hij zal wel bang zijn dat er nog meer krassen op zijn nieuwe schip komen. Wij gaan weer samen met hun de sluis in, maar bij de volgende sluis raken we ze kwijt, want ze gaan samen met een schip wat al een tijdje lag te wachten. We horen van de sluismeester van de Dieversluis dat we bij de volgende ophaalbrug de middagpauze moeten afwachten. Net voorij de sluis is een pompstation met een pomp aan het water. We besluiten hier diesel te laden. We hebben nogal wat nodig en tot ons genoegen heeft de diesel van de pomp aan het water de zelfde prijs als bij het ‘gewone’ tankstation, € 1,305 . We laden 651 liter diesel voor een bedrag van € 850,-- en hebben weer 1000 liter brandstof aan boord. Bij de meeste pompstations aan het water is de prijs van de diesel zo’n 10 tot 15 cent hoger, dus we hebben een flink bedrag uitgespaard. Wij maken meteen van de gelegenheid gebruik om een hapje te eten, want we hadden nog geen ontbijt gehad. Na de middagpauze varen we verder en nu schieten we lekker op. De Soestenaren hebben we ingeruild voor twee Duitsers in een klein bootje, die de rest van de dag achter ons aan varen. De sluismeesters waarschuwen via de telefoon de andere brug- en sluiswachters en zodoende hebben we nagenoeg geen wachttijden. Het is een mooie trip. Het kanaal is vrij smal en er staat nogal wat zijwind, dus het valt niet mee om de boot recht te houden. Het polyesterbootje van onze Duitse buren achter ons slingert over het hele kanaal. Het landschap is afwisselend. Mooie landelijke plaatjes en Drentse dorpsgezichten wisselen zich af. Het weer valt erg mee. Afgezien van een straf windje is het overwegend droog en schijnt zelfs af en toe de zon. Voorbij Assen komen we in het Noord-Willemskanaal, waar de bruggen en sluizen tot 18:00 uur bediend worden. We varen zo ver we kunnen komen en één minuut voor zes meren we af voor de sluis De Punt, zo’n 15 kilometer ten zuidwesten van Groningen. We eten de kant- en klare maaltijdsalades op die we in Zwartsluis hebben gekocht. Even daarna wordt de lucht pikzwart en begint het hard te regenen. We kijken nog wat t.v. en gaan daarna de kooi in.

Woensdag 3-9
We hebben flink uitgeslapen, met name Erica, want daar was ze dringend aan toe na de drukke vaardagen die achter ons liggen. Ze kwam nauwelijks aan rusten toe ’s middags, rust die ze dringend nodig heeft. Na een slome start met een sloom ontbijt starten we tegen 11:00 uur de motor. Het weer is opgeklaard en het ziet er weer wat vriendelijker uit. Af en toe schijnt de zon, maar er staat wel een flinke zuidwestenwind. De sluis bij De Punt wordt net bediend voor de andere kant, dus we moeten even wachten. Terwijl wij liggen te dobberen, komen ons nog een drietal andere boten achterop. Als de lichten op groen springen, varen wij als eerste in. Daarna blijven wij voorop varen tot in de stad Groningen. We moeten nog een flink aantal beweegbare bruggen passeren en de eerste in de ‘stad’ is de van Ketwich-Verschuurbrug. Ik roep op kanaal 9 de verkeerspost Groningen op en vraag om een opening. Ik krijg de melding van de post dat de brugwachter onderweg is en dat de brug zo bediend wordt. Terwijl we liggen te wachten, zie ik aan de andere kant ook al een paar schepen liggen. De brug wordt geopend, maar aan onze kant staat het licht nog op rood, hetgeen betekent dat de andere kant eerst mag doorvaren. Ik blijf rustig wachten, maar onze buurman achter ons heeft kennelijk haast, want hij duidt mij dat ik door moet varen. Als hij merkt dat ik dat niet doe, geeft hij gas en vaart mij voorbij. De brugwachter ziet wat er gebeurt en rent als een speer naar buiten. Hij maakt wilde gebaren en begint flink te foeteren. Onze haastige buurman slaat flink achteruit, als hij in de gaten krijgt dat hij gevaarlijk bezig is. Omdat onze tegenliggers goed opletten en dus bleven wachten, gebeuren er geen ongelukken. Aangezien de brokkenpiloot toch al onder de brug ligt, besluit de brugwachter onze kant eerst door te laten. Bij de volgende brug gaat de haastige buur berouwvol aan de kant en laat ons weer voor. Waarschijnlijk heeft hij ook in de gaten gekregen dat wij marifoon hebben. Bij zowat elke brug moeten we wel even wachten, maar voor de spoorbrug wel het langst (het zal niet waar zijn :) ).
Drie bruggen later gaan we stuurboord uit het verbindingskanaal naar het Eemskanaal op en komen voorbij het prachtige statige stationsgebouw van Groningen. Nog een paar mooie bruggen later bel ik de havenmeester van de Groninger Motorbootclub en vraag of hij een passantenplek heeft voor ons voor een paar dagen. Hij beaamt en als we aan komen varen staat hij ons al op te wachten. Het invaren is een hele klus. De haveningang verloopt met een soort S-bocht met een botenhuis vlak voor ons waarvoor we scherp stuurboord moeten draaien en we moeten aanleggen aan een vingersteiger vlak naast een andere boot. Er staat een straffe wind, kracht 3 tot 4, en nauwkeurig manouvreren met zo’n schip is dan geen sinecure, maar we brengen het er goed vanaf en even later ligt de boot keurig afgemeerd. Harregat nog an thau! Dat hebben we weer gehad. We zijn van plan om hier een paar dagen te blijven liggen om even wat tot rust te komen, wat karweitjes aan de boot op te knappen en Grun’ng te gaan bekijken en het bordje ENSCHEDE af te maken en achter op de boot te bevestigen.

Donderdag 4-9 t/m zaterdag 6-9
Even tot rust komen in Groningen, een mooie stad met een rijk verleden, dat in de binnenstad goed is weer te vinden in diverse monumenten en gebouwen, de bekende Martinitoren, de Heerestraat en het A-Kerkhof, bekend van het spelletje Monopoly. We fietsen tussen de buien door in de stad en eten wat. Op de boot is het lekker rustig. Af en toe komen er wat bootjes voorbij. Één daarvan uit Huissen heeft nogal last van harde wind. Ze kunnen de bocht niet halen en worden door de wind in de hoek van de bocht in het havenkanaal geblazen. Hun bootje komt met een luide ‘bonk’ in aanraking met de stalen rand van de kade. Ze hebben geen stootwillen overboord gehangen, zeker niet aan gedacht. De schipper raakt in paniek en springt van boord om te proberen de boot van de kant te houden. Als hij voor is, knalt de achterkant tegen de rand en vice versa. Ondertussen is zijn vrouw druk met de stootwillen in de weer. Ik aanschouw het hele gebeuren machteloos vanaf het achterdek aan de overkant van het havenkanaal. Ik kan er niet bij, dus kan ze ook niet helpen helaas. Ze krijgen het voor elkaar om de boot om te draaien en ze verlaten gefrustreerd en een paar krassen rijker de haven weer om hun geluk en nachtrust elders te zoeken.
Erica neemt het inmiddels zwartgeschilderde thuishavenbordje ter hand en plakt keurig netjes de in Zwartsluis gekochte plakletters erop. Nu prijkt er ENSCHEDE op het bordje. Nu moet het alleen nog worden gelakt met blanke lak, om te voorkomen dat de plakletters er weer vanaf vallen.
We zijn allebei in de war met de dagen. Ik denk donderdag dat het zaterdag is. Op vrijdag denken we allebei dat het zaterdag is. Zaterdag zijn we weer bij de les. We gaan nog een keer Groningen in, maar deze keer richting andere kant, naar de Noordersluis. Daar is niets te doen, dus een eindje verderop dan maar even naar de drogist. We eten een heerlijk portie kibbeling bij een viskraampje, vlak tegenover onze boot bij de ingang van een groot Doe Het Zelf discount. Morgen willen we op tijd weg, dus we kruipen zaterdagavond vroeg in bed met de wekker op 7:30 uur (pffff een wekker in de vakantie).

Zondag 7-9
De bediening van sluizen en bruggen begint in het van Harinxmakanaal om 9.00 uur en ik hoor van de havenmeester dat de Noordersluis meteen om 9:00 uur vanaf onze kant af begint te schutten. We zien al een binnenvaartschip voor de remmingwerken liggen. We starten de motor en varen met de eerder genoemde S-bocht de haven van de Groninger Motorbootjongens weer uit en kunnen meteen achter het binnenvaartschip de sluis invaren. Na een paar ophaal- dan wel draaibruggen gaan we stuurboord uit het Reitdiep op. We komen nu in het mooiste vaarwater terecht van onze hele vakantie tot nu toe. Het Reitdiep is een rivier die uitmondt in het Lauwersmeer. De rivier meandert door het mooie Groningse landschap, dat zeer afwisselend is. We komen bos tegen en weilanden met vele mooie bruggetjes, molens en boerderijen. In de middag gaan we aanleggen bij een rij palen met dwarsplanken, zodat Erica even een uurtje op bed kan liggen zonder motorgeronk. Nadat ze weer uit bed gekomen is, kijkt ze naar buiten en ziet een motorboot met een brede blauwe kont voorbij varen. De Soestenaren! Daar zijn ze weer. Wij maken aanstalten om onze reis te vervolgen richting Zoutkamp. Na het wegvaren zien we de Soestenaren niet weer. In Zoutkamp varen we door de brug en schutsluis, die nu open staat, en komen op de Zoutkamperril, de rivierverbreding naar de delta, het Lauwersmeer. Het is breed water, geflankeerd door brede wuivende rietkragen. De vaargeul is aangegeven met takken die in de bodem zijn geplaatst. Na ruim een kilometer remt ons schip plotseling af. We lopen aan de grond! Ineens liggen we helemaal stil. Ik snap er niets van. Ik kijk op de waterkaart van de ANWB en volgens deze zitten we in de vaargeul. Ik zie in de verte enige staken staan en richt mijn verrekijker erop. Nu blijkt dat ik niet in de vaargeul zit, maar ernaast. Godverdegodver. Wat ik ook probeer, we komen niet meer los uit de blubber. Erica pakt de pikhaak om te meten hoe diep het hier is en ik hoor haar plotseling vloeken. De pikhaak is haar uit de handen gegleden en drijft nu op de wind naar de kant. Even later begint ze zich uit te kleden en in slipje en bh stapt ze overboord om de pikhaak te gaan halen. Ondertussen komt er een motorbootje voorbij en de schipper vraagt of hij kan helpen. Ondertussen hoor ik een triomfkreet. De pikhaak is gered. Ik neem zijn hulp in dankbaarheid aan, maar hij durft niet naar de kant te komen, dus ik moet de bijboot laten zakken en met een lange tros naar hem toeroeien. Erica probeert weer aan boord te klimmen, maar dat gaat niet zomaar, dus maak ik de zwemtrap los en geef haar die aan. Aan boord gekomen helpt ze me met de bijboot en ik roei naar het motorbootje midden in de vaargeul. Tegen de wind in %$$#&!!!! Het lukt om de tros aan de schippersvrouw te overhandigen en de schipper maakt het vast op zijn bolder. Hij zegt dat ik de tros bij de boeg moet vastmaken en hij begint te trekken. Hij geeft het nogal gauw op, zegt dat-ie te weinig motorvermogen heeft, gooit de tros los, verontschuldigt zich, wenst ons veel succes en vaart verder. We weten nou nog niet of het inderdaad te weinig motorvermogen was of de aanblik van de bijna naakte Erica die plotseling uit het water kwam gerezen. Daar zitten we dan, in the middle of nowhere. Goede raad is duur. Ten einde raad pak ik de marifoon en roep post Lauwersoog op en vertel dat we vast liggen en geen kant meer op kunnen. Hij adviseert mij de Kustwacht te proberen op kanaal 5. Ik schakel over, maar ik krijg geen respons van de kustwacht. De antenne van deze marifoon zit wat laag, dus ik pak onze ouwe Sailor in de roef, wiens antenne in de mast zit. Nog geen respons. Nu schakel ik over op hoog vermogen en meteen krijg ik de kustwacht Schiermonnikoog. Ze beloven een reddingsboot te sturen en ons blijft niets anders over dan maar af te wachten. Na zo’n klein half uurtje komt er een sleepboot uit Zoutkamp voorbij met een andere boot langszij op sleep. Hij ziet ons en vraagt of hij kan helpen. Uiteraard! Ik vertel hem dat ik de kustwacht heb gewaarschuwd.‘"Zeg maar weer af, ik krijg je wel los’ zegt hij. De kustwacht wil niet meteen de reddingsboot afzeggen, maar eerst afwachten of deze reddingsoperatie succes heeft. De sleper uit Zoutkamp komt langszij. We maken een tros voor en een tros achter vast. Even later begint de motor te ronken en in een mum van tijd liggen we weer in de vaargeul. Goddank! Ik was al bang dat we de schroef kwijt waren en dat het roer beschadigd was, maar alles blijkt nog te werken. De man aan boord van de sleper vraagt of ik nog iets voor de kapitein heb ‘voor de gasolie’. Natuurlijk heb ik dat en ik geef de man € 20,-. Daar was de kapitein content mee en grenzeloos opgelucht vervolgen wij onze weg richting Lauwersoog. We kijken nu heel goed uit dat we in de vaargeul blijven, want we willen dit avontuur niet nog een keer meemaken. Onervarenheid, gebrek aan kennis van de vaarweg en onduidelijkheden op de waterkaart hebben er voor gezorgd dat we vast kwamen te zitten. Met de verrekijker in de aanslag arriveren we tegen 17:15 uur in de jachthaven Noordergat in Lauwersoog, vlak achter de dijk van de Waddenzee. Behoorlijk uitgeput gaan we een poos rusten. Ik krijg het ook nog voor elkaar om wat eetbaars op tafel te zetten en na een paar ‘geestige’ series op Net 5 gaan we de nacht in.

Maandag 8-9
We slapen eerst uit en na een uitgebreid ontbijt zetten we de fietsen op de steiger. Het waait flink, windkracht 4-5. We hebben contanten nodig en een supermarkt. De havenmeester heeft mij de nodige inlichtingen, verschaft waar we het een en ander kunnen vinden en we gaan op de pedalen. We moeten oppassen niet omver te waaien en na een kilometer of 2 komen we aan bij de kassa van de veerboot naar Schiermonnikoog, want daar is een geldautomaat van de ABN-AMRO. Deze is echter buiten gebruik en de eerstvolgende automaat is zo’n 15 kilometer verderop. GRRR!! Wij fietsen terug en gaan naar de supermarkt. Het is echt nog een soort dorpswinkeltje, maar we kunnen zo’n beetje alles kopen wat we nodig hebben. Aan de kassa vraag ik of ik iets bij mag pinnen omdat de enige geldautomaat in de buurt het heeft laten afweten. Dat is geen probleem, dus ons vervolg van de reis is zekergesteld. We gaan namelijk in de richting Friesland en daar moet je flink in de buidel tasten voor bruggeld. Dan moet er ook wel wat in de buidel zitten, anders grijp je mis! We brengen de boodschappen naar huis en nadat we onze schulden bij de havenmeester hebben voldaan en de was in de wasmachine zit, gaan we even een dutje doen. In de loop van de middag gaat de telefoon en het blijkt een vriendin van ons te zijn die vlak in de buurt woont. Nou ja, vlak in de buurt, het is meer dan 15 kilometer en ze komt op de fiets. Met deze wind geen pretje en ze doet er dan ook meer dan een uur over om bij ons te komen. Ze heeft niet veel tijd, want ze moet weer op tijd in huis zijn voor het eten en ze moet ook nog weer dat hele eind terug fietsen. Gelukkig heeft ze dan de wind een beetje in de rug. Het was erg gezellig en we maken een vervolgafspraak voor een volgend bezoek en logeerpartij bij ons aan boord in Enschede. De wind is al wat afgenomen, dus we gaan een rustige nacht tegemoet.

Dinsdag 9-9
We vertrekken om 10:15 uur uit Lauwersoog. Het wolkendek is opengebroken, dus de zon staat stralend aan de hemel. De wind is behoorlijk gaan liggen, kracht 1-2, maar aangekomen op het Lauwersmeer bespeuren we toch nog een behoorlijke golfslag. We houden de boeien nauwlettend in de gaten, maar gaan toch nog de mist in, als ik een boei voor een ander aan zie. We varen tegen de zon in en daardoor lijken alle boeien op elkaar. Je ziet alleen de silhouetten. De rode tonnen hebben een vierkante kop en de groene een spitse waardoor je het verschil alsnog zou moeten kunnen zien. Op de rode vierkante koppen zit echter een radarreflector die de vorm heeft van een wybertje, waardoor tegen de zon in het net lijkt alsof de boei een spitse kop heeft. We zitten wéér in een ondiep gedeelte, maar gelukkig blijven we drijven, dus ik gooi snel het roer om en keer terug naar de vaargeul. De boeien markeren de vaargeul gebaseerd op een diepgang voor de beroepsvaart. Die ligt rond de 3 meter. Wij steken 1,25 meter, dus dan is er nog wat speling, gelukkig. Nu gaat het goed en we belanden veilig in de Dokkumer Ee, de nu gekanaliseerde rivier die vroeger de verbinding was van Dokkum met de Waddenzee. Na een sluis komen we op mooi (nog mooier) vaarwater. Bij een brug leggen we in de middagpauze (12:00-13:00 uur) aan en Erica gaat even naar bed om te rusten. Na ruim een uur gaan we verder in de richting Dokkum. Vlak voor de stad krijgen we de eerste brug in een lange reeks door de Friese dorpjes en steden. Hier moet ook voor het eerst betaald worden, € 4,30 voor meerdere bruggen in Dokkum. Het is een prachtig historisch stadje, waar we met een heel matig gangetje doorvaren. Overal zijn aanlegplaatsen. Als we de hoek om varen, zie ik plotseling een boot met een brede blauwe kont liggen. De Soestenaren! Ze zien ons ook en we zwaaien lachend naar elkaar als we voorbijvaren. Na Dokkum varen we verder in de richting Leeuwarden. Wij genieten van de mooie taferelen die ons onderweg geboden worden. Je kunt wel zien dat de mensen die hier wonen, al honderden jaren met het water zijn vergroeid. Veel huizen hebben een eigen aanlegsteigertje in de tuin. Sommige hebben zelfs een eigen haven en soms ook helling en botenhuis. Als we door Birdaard varen (bruggeld € 2,-), wanen we ons midden in een verhaal van Hylke en Sietse Klinkhamer, de tweeling van de Kameleon. Een eind verder passeren we Bartlehiem, al net zo mooi, alleen kleiner. We steken de Bonkefaert over, bekend van de Elfstedentocht. Tegen 16:15 uur maken we onder de rook van Leeuwarden vast aan een steigertje van de Stichting Marrekrite, die in Friesland bijna alle aanlegplekken beheert en onderhoudt. Aan de overkant van het water is een fietspad en dat is het dan. Verder is er geen leven in de wijde omgeving te bekennen, behalve twee andere bootjes die na ons nog vastmaken en de buren zijn voor de komende nacht.

Woensdag 10-9
Na eerst uitgeslapen te hebben, zitten we koffie te drinken in de roef. Plotseling komt er een boot met de bekende blauwe kont langsvaren. Jawel, de Soestenaren. We zwaaien vriendelijk en zij zwaaien even vriendelijk naar ons. Nooit gedacht dat een boot met een dikke blauwe kont nog een rode draad door dit verhaal zou gaan vormen. Als we zover zijn, gaan we rond 11:00 uur weer op pad. Bij de eerste brug in Leeuwarden worden wij middels een groot bord gevraagd € 6,- in het klompje te doen. Daarna volgt er een prachtige tocht, midden door het centrum van de stad. We wanen ons in onze eigen rondvaartboot. Eenmaal buiten de stad komen we door de laatste brug op de Harlinger Trekvaart met een heel bijzondere vorm. Het brugdek zit diagonaal bevestigd aan twee gigantische steunen, die schuin tegenover het wegdek naar boven draaien. Als de brug helemaal open is, lijkt hij op een gigantische vliegenklapper. Na deze bijzondere brug gaan we scherp bakboord uit het Van Harinxmakanaal op, bekend van Groningen, waar deze eindigt bij de Groninger Motorbootclub, waar we vorige week hebben gelegen. Na een aantal kilometers gaan we echter stuurboord de Wergeaster Feart op, de staande mastroute richting Lemmer. We varen over een splinternieuw aquaduct en draaien meteen daarna scherp bakboord richting Wartena, een dorpje met twee bruggen (€ 1,20). In Wartena zijn heel veel jachtwerven. Het is weer zo'n typisch Fries dorpje met een schilderachtig aanzien. Als we er doorvaren, krijgen we de indruk dat iedere inwoner van het dorp de kost verdient met de scheepvaart. De laatste brug kunnen we passeren als we even de mast laten zakken. Even buiten Wartena gaan we stuurboord uit het Prinses Margrietkanaal op. Dit brede kanaal volgen we tot in Grouw aan het Pikmeer waar we tegen 15:30 uur arriveren. We houden het voor gezien vandaag en leggen aan bij de Grouwster Watersportvereniging. Vanaf het achterdek hebben we een fantastisch uitzicht over het Pikmeer. Er kruisen twee vaarwegen bijna vlak voor onze neus en er is best wel veel scheepvaart. Hoe druk zal het hier wel niet zijn in het hoogseizoen… Na onze verplichte rustpauze gaan we lekker op het achterdek zitten genieten van de zon en het uitzicht. We besluiten hier morgen ook nog te blijven, voordat we doorvaren naar Lemmer. Tegen de avond gaan we het dorp in en nadat we wat gewinkeld hebben, eten we erg lekker in een Italiaans restaurant.

Donderdag 11-9
Eén van de ellendigste van de eerder genoemde huisdieren zijn wel de muggen. Ondanks de vele voorzorgsmaatregelen worden wij ’s nachts regelmatig geplaagd door deze achterbakse krengen. God moet wel een enorme sadist zijn. Deze gluiperige creaturen komen ondanks de prachtige, met de hand vervaardigde horren die we voor elke opening in het schip hebben, waarschijnlijk achter je kont aan ongemerkt binnen en stellen zich verdekt op tot je in diepe slaap verkeert en alle zintuigen op een laag pitje staan. Dan zoeken ze een bloot stukje huid op, gaan er ongemerkt op zitten en steken hun zuigbuis door je huid en drinken een beetje bloed om vervolgens te maken dat ze wegkomen, een felle ontsteking achterlatend met ernstige jeuk tot gevolg. Eén van onze meest gebruikte voorwerpen aan boord is dan ook een door batterijen gevoed electrocuteerapparaat dat lijkt op een tennisracket en voor een paar euro verkrijgbaar is in elke huishoudzaak. ’s Morgens word ik wakker op de bank, geheel bedekt tot aan mijn gezicht met een paar bulten op mijn arm. Het waait flink en er staat een stevige golfslag. Wij liggen in een zogenaamde box die bestaat uit een paar palen waar wij tussen liggen. Doordat het schip aan beide zijden is vastgebonden, kan het niet lekker dobberen, maar ligt het te worstelen in de touwen, wat een onaangename schommeling met zich meebrengt. Wij gaan het dorp in op zoek naar een winkel want onze voorraden moeten weer eens aangevuld worden. Grouw is een mooi stadje met pittoreske straatjes en gebouwtjes. Het is best al oud. Het centrum wordt gedomineerd door een flinke kerk waar verschillende soorten geloven vredig naast elkaar worden beleden. Het winkelcentrum ligt aan de rand van het stadje. Er zijn twee supermarkten, een slijterij, een bloemenzaak en een drogisterij. Met een fietstas en een rugzak vol levensmiddelen keren wij op onze vouwfietsen terug naar de boot. We maken er verder een luie dag van. Aan het eind van de middag hebben we nog een kleine officiële handeling: het plaatsen van het nieuwe thuishavenbord op de achterplecht. Erica gaat op de zwemtrap staan en houdt het bordje op de plaats. Ik draai vanuit de kist op de achterplecht de schroeven erin. ZO! Nu mag iedereen weten waar we vandaan komen. ENSCHEDE!

Vrijdag 12-9
’s Morgens word ik enigszins misselijk wakker. Het geklots van het water onder de achterkant van de boot en het rukken in de touwen maken het er niet beter op en daarom slaan we het ontbijt over, treffen onze voorbereidingen, gooien de trossen los en varen het Prinses Margrietkanaal op richting Lemmer. Het is een breed vaarwater, dat intensief wordt bevaren door zowel de beroepsvaart als de plezierboten. De weinige bruggen zijn voor ons hoog genoeg, allemaal boven de 7 meter. Wij hebben met de mast op een kruiphoogte van 5,60 m, dus dat is ruim voldoende. Behalve een paar mooie boerderijen is er weinig te zien. Na ongeveer een uur varen we recht over het Sneekermeer, waar veel wind staat van de zijkant. Van Sneek is ook al niet veel te zien. De afstanden zijn enorm en tijd om door een verrekijker de oever af te struinen is er niet, want je moet voortdurend bij de les blijven om het schip op koers te houden. Tegen 13:30 uur komen wij aan in Lemmer en gaan bakboord uit het Verbindingskanaal op. Bij de jachthaven Iselmar wordt ons een box toegewezen. Havengeld voor één nacht: € 16,40 exclusief stroom. In de automaat krijg je voor een € 0,50 munt 1 kilowatt. Ze weten hier wel van prijzen. Vlak na onze aankomst begint het te regenen. We blijven de rest van de dag en avond aan boord. We verheugen ons op het bezoek dat we morgen krijgen vanuit Enschede. Monja komt met haar dochtertje Merelice om een stukje mee te varen.

Zaterdag 13-9
Als ik om 8:30 uur wakker word, zie ik dat we geen walstroom meer hebben en dat we dus de inhoud van onze lichtaccu aan het opsouperen zijn. Ik trek wat aan, zoek de laatste muntstukjes van € 0,50 bij elkaar, ga van boord en gooi de muntjes in de stroompaal. Het heeft gisteravond en afgelopen nacht behoorlijk geregend en het is tamelijk fris, maar in de loop van de ochtend begint het op te klaren. We drinken koffie, eten een boterham en lummelen wat tot om 12:15 uur Monja aan komt rijden in haar splinternieuwe auto, een klein en zuinig Japannertje met alles erop en eraan. De begroeting is hartelijk en we drinken eerst koffie. Om 13:00 uur begint de brugbediening in Lemmer. Erica en ik hebben een leuk plannetje bedacht voor de dames. We varen dwars door Lemmer, via de Lemstersluis het IJsselmeer op en daarna willen we weer gaan aanleggen in een andere jachthaven. Om 13:15 uur maken we los. Er staat een stevig windje, kracht 3-4, maar de zon schijnt inmiddels hoog aan de hemel en het heeft er alle schijn van dat dit voorlopig ook zo zal blijven: mooi weer om te gaan varen dus. We gaan stuurboord uit het Verbindingskanaal op en naderen Lemmer. We varen door een villawijk met mooie moderne huizen met grote tuinen. Links en rechts zijn er jachthavens. We varen langzaam om zo lang mogelijk te genieten van het uitzicht. De eerste ophaalbrug komt in zicht, de Zijlroedebrug. Ik roep via marifoon de brugwachter op en zonder antwoord te geven begint hij de openingsprocedure. Het licht wordt rood-groen, hetgeen betekent dat de brug aanstonds zal worden geopend en dat wij als eerste door mogen varen. Inmiddels heeft zich achter ons een ander schip bij ons gevoegd en getweeën varen wij door. Na het passeren komen wij dichter in de buurt van het centrum. Er moet wat te doen zijn, want het is behoorlijk druk in het stadje. Bij het passeren van de tweede ophaalbrug, de Flevobrug, worden we vriendelijk verzocht € 5,- in het klompje te doen, het brug- en sluisgeld voor alle bruggen en de Lemstersluis naar het IJsselmeer. We varen nu door het centrum van Lemmer. Aan de linker kant liggen allemaal antieke pleziervaartuigjes van het type Bakdek, een oude bouwvorm die wel iets van het model klomp weg heeft. Laag aan de achterkant en hoog aan de voorkant. Aan de rechteroever liggen, zover het oog reikt, allemaal antieke sleepboten. Een eindje verder links ontwaren wij nog een antieke mijnenveger met thuishaven Leeuwarden en een tweetal identieke houten schoeners. Op de achtergrond zie je veel antieke panden waaronder oude pakhuizen en statige villa's. Nog verder zijn de torens van de kerken zichtbaar op de achtergrond van een stralend blauwe lucht met hier en daar een wit wolkje. Het lijkt wel een schilderij van Anton Pieck. Het is prachtig om te zien, dit tafereel wordt je alleen geboden vanaf het water. Wij zijn allemaal diep onder de indruk. Aan het eind van de kade wordt het vaarwater zo smal dat je er maar met één boot tegelijk door kunt varen. Het smalle gedeelte ligt ook nog in een onoverzichtelijke bocht zodat het verkeer wordt geregeld met stoplichten. Het licht staat op groen dus varen we zo langzaam mogelijk door het smalle gedeelte dat eindigt in de oude sluis die niet meer in gebruik is. Pal achter de oude sluis ligt de laatste ophaalbrug die voor onze neus wordt geopend. Als we er doorvaren komen we in de binnenhaven van Lemmer, met aan de overkant een kanaal naar scheepswerven en andere bedrijven, aan de linkerkant een antieke kademuur met daarop een oude smeedijzeren reling met restaurantjes aan het straatje en aan de rechterkant de Lemstersluis die toegang biedt tot het IJsselmeer. We zien net de deuren dicht gaan en het licht staat op rood. Meteen als ik aan stuurboord in de wacht wil gaan liggen gaan de deuren weer open en springt het licht op groen. de sluismeester heeft ons zien komen en we mogen nog meeschutten. We stijgen nog geen halve meter waarna de deuren aan de andere kant geopend worden. We varen nu stuurboord uit het IJsselmeer op. Het is er een drukte van belang, vrachtschepen en zeiljachten varen kris kras door elkaar zo lijkt het. Dat is natuurlijk niet waar maar het uizicht is zo weids dat afstanden niet meer goed in te schatten zijn. Wij varen een eind het grote water op en maken na verloop van tijd rechtsomkeert om te gaan zoeken naar een aanlegplek in één van de buitenhavens. We varen een tijdje rond op zoek in een paar jachthavens maar het ziet er niet erg uitnodigend uit. Er zijn geen aanlegsteigers maar alleen boxen wat voor ons schip erg lastig is. Het zijn gewoon twee palen in het water waar je je schip tussen moet leggen en aangezien wij een bijboot aan de achterkant hebben moeten we met de boeg aan de steiger gaan liggen en dan kom je bijna niet van het schip af zonder halsbrekende toeren. We besluiten om onze oude stek weer op te gaan zoeken en maken rechtsomkeert. Een eindje terug richting IJsselmeer bevindt zich de ingang van het Prinses Margrietkanaal. We varen er naartoe, passeren de Prinses Margrietsluis en komen zo weer terug op onze oude stek. We leggen de boot weer aan en gaan daarna in Monja's auto met zijn allen het dorp in. We wandelen nog wat door de menigte langs de mooie antieke schepen en eten uiteindelijk wat in een eetcafé aan de binnnenhaven. We eten nog een ijsje van de ijscobar "YSKALD" waarna we terugkeren naar de jachthaven. De dames gaan voldaan na deze schitterende dag weer naar huis. Wij ploffen uitgeput in onze stoelen.

Zondag 14-9
We blijven tot ’s middags 16:00 uuer in de jachthaven liggen en varen dan weg richting de werf, waar de verbouwing zal gaan plaatsvinden. We ware eerst door de Prinses Margrietsluis het IJsselmeer op, bakboord uit richting de haven van Lemmer en net voor de havenmond stuurboord uit de Friesesluis in. De sluiswachter heeft ons al gezien, want het licht gaat op rood-groen. Na even gewacht te hebben, varen we in en zakken zo’n 5 meter de Noord-Oostpolder in en komen terecht in de Lemstervaart, die naar Emmeloord loopt. Tweehonderd meter achter de sluis is de werkplaats van Knobbe Jachtbouw. Ik bel hem om te vragen waar we kunnen aanleggen. Hij heeft één aanlegsteiger en daar liggen al twee grotere schepen. Hij wacht ons op en helpt ons vastmaken aan de buitenste boot, de Waddenzee. We gaan op tijd naar bed, want morgen wordt het druk!

Maandag 14 t/m woensdag 17-9
Druk druk druk! Het hele huis staat op de kop. Er wordt met drie man gewerkt. Eén maakt een kist op dek, waar de droger in moet komen (die nog steeds niet bezorgd is), één maakt een nieuwe bodem in het bed en één begint met het verlagen van het zitje in de punt. De kasten moeten leeg, onder het bed moet leeg, overal wordt gezaagd en geschuurd, dus het is één en al houtstof. Maandag probeer ik de leverancier van de droger te bereiken, maar zoals 8 van de 10 keer krijg ik zijn voicemail aan de telefoon. Ik spreek in dat ik nu toch wel heel zenuwachtig begin te worden en of hij mij even terug wil bellen. Dat gebeurt niet, dus in de middag spreek ik nog maar weer wat in. Ik beëindig net mijn verhaal, als er twee mannen de droger komen bezorgen. Op de valreep! Er valt een pak van mijn hart. Alle materialen zijn binnen, dus nu is het een kwestie van inbouwen en aansluiten. Dinsdagmiddag blijkt dat het karwei uitloopt. Gelukkig hebben we een paar dagen speling, dus de woensdag kan er ook nog bij. Aan het eind van de middag is het allemaal klaar. Pfiuoew! Dat was op het nippertje! Maar het is allemaal prachtig mooi geworden. De wasmaschine is in de keuken ingebouwd, de droger boven op dek onder de tent, het bed is een opklapbed geworden, dus nu kunnen we heel gemakkelijk bij de bergruimte onder het bed komen, de rondzit in de punt is 15 cm verlaagd, zodat we nu gemakkelijk kunnen zitten, en er is een vuilwateraftappunt in het gangboord gemaakt. In de keuken zijn de kastjes nog aangepast, dus we hebben eigenlijk nog meer bergruimte dan voorheen. Het geheel is prachtig afgewerkt met duurzame houtsoorten. Het enige wat we zelf moeten doen, is het hout lakken en de kussens van de rondzit aanpassen. Nu zijn we helemaal compleet. We kunnen wassen aan boord! Erica maakt meteen van de gelegenheid gebruik en laat de wasmaschine 4 keer draaien en de droger 2 keer. Voor het eerst komen wij met kasten vol schoon goed van vakantie terug. Doodmoe maar zeer tevreden gaan we woensdagavond om 9:30 uur naar bed.

Donderdag 18-9
Om 09:00 gooien we los, draaien het schip en varen de Lemstervaart op richting Emmeloord. Het is een prachtig gebied en het weer is goed. We komen bijna geen scheepvaart tegen; we krijgen een beetje het idee dat we alleen op de wereld zijn. Bij Emmeloord passeren we de Marknesser brug, gaan bakboord uit de Zwolse Vaart op en na de Kamperbrug gaat de reis verder richting Marknesse. Daar gaan we in de sluis iets omhoog waarna we verdervaren richting Voorster sluis. Wij kunnen nog net voor de middagpauze schutten en verlaten de Noordoostpolder. Net na de sluis maken we vast voor een middagpauze. Na een uur varen we stuurboord het Kadoeler meer op die uitkomt in het Zwartewater. Voor de derde keer varen we langs het vluchthaventje waar we in het begin van de vakantie een nacht hebben doorgebracht. Het is nu helemaal leeg. We passeren Zwartsluis en volgen het Zwartewater richting Zwolle. We moeten even wachten voor de Spooldersluis en nadat we een stukje opgeschut zijn draaien we bakboord uit de IJssel op. We varen stroomopwaarts dus het gaat ineens niet zo hard meer; we hebben 2 à 3 km. tegenstroom. Door dicht langs de kribben te varen kunnen we gebruik maken van de neer, een tegengestelde stroom tussen de kribben, waardoor we toch nog zo'n 10 km/u kunnen halen. We zoeken naar een plek om aan te leggen voor de nacht maar de eerstbeste gelegenheid doet zich pas voor in het passantenhaventje in Wijhe. We maken vast en wandelen het dorp in om een hapje te eten bij een eetcafé. Het eten is geweldig lekker. We keren terug naar de boot en gaan slapen.

Vrijdag 19-9
Om 09:00 uur varen we verder stroomopwaarts en passeren achtereenvolgens Olst, Deventer en Gorsselt. Een paar kilometer voor Zutphen gaan we bakboord uit de Twentekanalen op. Bij sluis Eefde hoeven we niet lang te wachten. We kunnen meeschutten met een binnenvaartschip. Na de sluis passeren we het binnenvaartschip en zetten de sokken erin. We lopen 12,5 km/u. We willen ’s avonds nog aankomen in Enschede en we hebben nog zo’n 46 km te gaan. De reis verloopt voorspoedig tot we bij sluis Delden arriveren. De sluismeester wil ons niet schutten, want er is geen beroepsvaart. Ik zeg hem nog dat we nog naar Enschede willen, maar daar reageert hij niet op. Na een half uur roep ik hem nog een keer op en nu begint hij de sluis klaar te maken voor ons. Hij verzekert ons dat sluis Hengelo niet meer gaat lukken, omdat we daar te laat voor zijn. GRRRR! Eerst laat hij ons een half uur voor niks wachten, om ons dan te vertellen dat we vandaag niet meer thuiskomen. Het is 17:20 uur als we de sluis uitvaren. Ik bel nog even de sluis in Hengelo, maar helaas, de sluismeester vertelt ons dat we, om nog te kunnen schutten, om 17:30 uur in de sluiskolk moeten liggen. We komen net een half uur te kort. De Wateralmanak vermeldt dat de sluis tot 18:00 uur bediend wordt, maar dat is dus 17:30 uur. Ze bedoelen dat de sluismeester met de fiets aan de hand de poort dicht doet om 18:00 uur.
De Twentekanalen en het kanaal Almelo- de Haandrik zijn de enige vaarwegen die niet op een vaarkaart vermeld staan. Er zijn prachtige plekken om aan te leggen, maar nergens zijn er bolders om aan vast te maken. Het watertoerisme is in Twente een ondergeschoven kindje. De sluizen en bruggen worden bediend door AMBTENAREN van RIJKSwaterstaat die zich, op een enkele uitzondering na, strikt aan de regels houden. We maken vast vlak voor de sluis in Hengelo en gaan om 9:30 uur naar bed. Ik zet de wekker op 6:45 uur. Blèèèèh!

Zaterdag 20-9
Als we wakker worden, staat de sluis al voor ons klaar. In ons huisbroekje beginnen we met de opstartprocedure. We gooien los en varen de sluiskolk in. Het is hartstikke mistig. Als we boven zijn, varen we voorzichtig door de mist richting Enschede. Ter hoogte van het Arkestadion begint de mist gelukkig op te trekken. Na een kwartiertje maken we om 8:00 uur vast aan onze stek in de jachthaven van Enschede. Onze vakantie zit erop. We hebben wel de watertank bijna leeg, dus willen water laden. Helaas is er alweer lekkage op het terrein, waardoor er maar één watertappunt beschikbaar is in de uiterste hoek van de jachthaven. Dit is veel te ver van onze ligplaats, dus we starten nog maar weer de motor en varen de haven in om water in te nemen. Daarna keren we terug naar onze ‘vaste’ ligplaats.

We hebben 778 kilometer afgelegd. We hebben 109 uur gevaren, 325 liter diesel verbruikt. Een klein rekensommetje heeft als uitkomst een gemiddeld verbruik van 3 liter per uur. We hebben een schat aan ervaringen opgedaan en weten nu behoorlijk goed wat er zo in het waterwereldje reilt en zeilt. We hebben wind tegen gehad en het is ons voor de wind gegaan. We hebben aan lager wal gelegen en hopeloos aan de grond gezeten. We zijn gelukkig niet tussen wal en schip beland, maar uiteindelijk weer in veilig vaarwater terecht gekomen.

Enschede, 21 september 2008.

Hans en Erica, motorjacht Vrijheid