vorige | volgende

Mei-juni-juli 2009

We hebben onze motorkruiser bij de Enschedese Watersportvereniging voor onderhoud op de wal gehad. We hebben niet alleen de onderkant van de boot moeten schilderen, maar ook de hele romp. Nu zijn we toe aan wat rust en ontspanning, dus hebben wij besloten om er op uit te trekken met ons motorjacht Vrijheid.

26-5
Na een laatste bezoek aan arts en apotheek zijn we klaar om te vertrekken. We hebben de watertank vol en de boodschappen voor ongeveer een week binnen. De auto en de fietsen staan in de garage. De urenteller staat op 1997. De tripmeter is gereset op nul. Niets houdt ons nog tegen, dus omstreeks 13:30 uur maken we los en varen richting sluis Hengelo. Ik roep de sluiswachter op en hij zegt dat we even moeten wachten tot er eventueel vrachtverkeer komt. Het bekende deuntje… Wij leggen aan bij de wachtsteiger. Na een uur mogen wij dan toch invaren van de sluismeester. Wij zakken zo’n 9 meter naar het Hengelose niveau en varen met een kalm gangetje verder richting sluis Delden. Het is onstuimig weer met zonneschijn afgewisseld met flinke hoosbuien. De straffe wind waait in vlagen over het kanaal. Aan het water kun je zien waar de windvlagen overzwiepen. Nadat wij tegen 16:30 uur de laatste bocht voor sluis Delden hebben gerond, neemt de wind flink toe, kracht 5 op de kop. Na kort beraad besluiten wij om hier onze eerste nacht door te brengen. De sluismeester wenst ons een goede nacht, waarna wij de boot vastmaken aan de buitenkant van de jachtensteiger.
Urenteller 2002, 14 kilometer.

Sluis Delden

27-5
We hebben weer eens een nachtje bij sluis Delden doorgebracht. Terwijl Erica nog ligt te slapen, kijk ik naar de vrachtschepen die om de beurt geschut worden. De dag begint met een zonnetje en een aangename temperatuur. Nadat we uitgebreid zijn bijgekomen van de nacht, treffen wij voorbereidingen voor vertrek. Ik roep de sluismeester op en vraag of wij met het eerstvolgende vrachtschip mee kunnen naar beneden. Dat vindt ze goed. Ik start de motor en we maken los, om alvast aan de sluiskant van de steiger te gaan liggen, zodat we meteen achter het grote schip binnen kunnen varen. We liggen nog maar net, of de sluismeester(es) komt ons vertellen dat we beter met de tweede boot mee kunnen, want de eerste is wel een beetje lang, zodat wij er niet bij in kunnen. Ik zet de motor weer stop en we drinken nog een kop koffie. Even later loop ik naar de sluis. Nadat het grote schip van meer dan 100 meter lengte is uitgevaren, komt van de andere kant de Twinner binnen, twee spitsen van 38x5 meter achter elkaar geknoopt. Het is nogal een contrast, eerst dat enorme joekel en nu twee van die kleine dopjes achter elkaar. Als de twee dopjes bijna boven zijn, loop ik terug naar onze schuit om de motor te starten. Nadat de Vigilate et Orate de sluiskolk is binnengevaren, willen wij er achteraan. Plotseling remt ons schip af en dan liggen we stil. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk, we zijn aan de grond gelopen midden in het kanaal! Met een diepgang van 1,25 meter vind ik dat nogal verontrustend. Het wordt tijd dat ze daar gaan baggeren. Ik sla volle kracht achteruit en langzaam trekt de sterke motor het schip weer los. Met een grote boog om de ondiepe plek vaar ik de sluis binnen. Zonder verdere incidenten gaan we stuurboord uit de zijtak Almelo op. Na ongeveer een uur passeren we de jachthaven van de Almelose Watersportverenigingn waar we twee maanden vastgevroren gelegen hebben. We zien niemand, dus zwaaien heeft geen zin. Even later schutten we in sluis Aadorp een meter omhoog het kanaal Almelo de Haandrik in. Af en toe schijnt de zon. Het is lekker varen zo. We hebben een aantal ophaalbruggen te gaan en er is één brugwachter voor 4 à 5 bruggen. Na de eerste brug zoeft even later de auto van de provincie Overijssel met de brugwachter erin ons voorbij, om de volgende brug te draaien. Het is net ren je rot: Wie is er het eerst bij de volgende brug? Gelukkig wint de sluiswachter steeds, zodat de brug precies op tijd open gaat als wij aan komen varen. Langzaam tikt de tijd. Het weer wordt slechter. Het zonnetje is verdwenen, de wind wakkert flink aan. Zo varen wij door Vriezenveen, Daarlerveen, Vroomshoop, Geerdijk, Bergenheim en Hardenberg. Tegen 16:30 uur zien wij aan stuurboordkant een ligplaats, net achter een ophaalbrug vlak voor Coevorden. Wij leggen de boot stevig vast en gaan naar binnen want het is inmiddels behoorlijk afgekoeld. De weergod gooit er, ter completering, nog even een buitje regen overheen. Je kunt van het Nederlandse weer zeggen wat je wilt, het is wisselvallig, dus saai is het niet.
Uren: 2008, 44 km.

28-5
We worden voorbijgevaren door een spits, het kleinste vrachtschip (39 x 5,05) dat nog rondvaart in Europa. In Nederland zie je ze zelden en nu hebben we al twee dagen achter elkaar spitsen gezien. In Frankrijk varen er nog veel vanwege de afmetingen van de meeste Franse sluizen. De spitsen zijn op deze afmetingen gebouwd. Tegen half elf maken we, zeer tegen de zin van een paar kanoërs, los om onze weg te vervolgen. Ik bel naar de sluiswachter in Aadorp vanwege de brugbediening, want er is geen marifoonverkeer op deze kanalen. Het weer is iets vriendelijker met minder wind en af en toe wat zon. Wij varen door de openstaande Sluis Haandrik, steken de Overijsselse Vecht over, die hier kruist met het kanaal, varen vervolgens door de Coevorder sluis, om dan op het Stieltjeskanaal te belanden. Hier loopt het kanaal tot aan Coevorden parallel met het spoor.
Coevorden is een leuk stadje om doorheen te varen. De vaarweg rondt een paar oude verdedigingsbolwerken die door de gemeente zijn gerestaureerd. Wij passeren de nieuwe fietsbrug, laten de passantenhaven links liggen en na twee beweegbare bruggen zijn we er weer doorheen. De brugbediening loopt niet lekker vandaag want we moeten overal wel even liggen dobberen. Druk is het toch niet, want wij zien op die spits en een paar plezierjachtjes na geen andere scheepvaart . In de Stieltjessluis vlak voor Nieuw Amsterdam horen wij van de sluiswachter dat de spoorbrug in de storing ligt. ‘Er wordt hard aan gewerkt,’ horen wij haar zeggen. Wij hopen er maar het beste van en varen even later bakboord uit de Verlengde Hoogeveensche Vaart op. Vrijwel meteen daarna varen we dwars door het centrum van het dorp. Je kunt bij het marktplein aanleggen, waar meteen de meeste middenstand te vinden is. Het ziet er gezellig uit met het mooie weer en de terrasjes met mensen die lekker van de zon zitten te genieten. De spoorbrug is gelukkig weer gerepareerd en nadat Erica op onnavolgbare wijze met de pikhaak op de bedieningsknop heeft gedrukt, kunnen we deze laatste hindernis van Nieuw Amsterdam passeren. De Verlengde Hoogeveensche Vaart is een tamelijk smal kanaal en niet erg diep, waardoor we met een gangetje van maximaal 8 km kunnen varen. Het remt een beetje af, net alsof je met de auto rijdt met de handrem er nog op.

Zwinderen
Zwinderen

Zo passeren we met een slakkegangetje Veenoord, Holsloot, Zwinderen en Geesbrug, waar we net achter de brug tegen 17:00 uur vastmaken bij de ligplaats voor de pleziervaart. Dankzij Tomtom vinden wij op nog geen tweehonderd meter net achter de huizen een snackbar. Wij genieten nog even op het achterdek van de heerlijke zonneschijn.
Tellerstand 2014, we hebben vandaag dus 6 uur gevaren en hebben 40 km afgelegd.

29-5
We zijn niet zulke snelle starters als onze trouwe DAF. Deze start onmiddellijk, alvorens we om 11:00 uur losmaken voor de tocht richting Meppel. Marifoon is in Drente nog niet uitgevonden, dus bel ik de infolijn van de provincie. Ik krijg een electronische dame aan de lijn, die me vertelt dat ik voor de Verlengde Hoogeveensche Vaart op 4 moet drukken. Ik krijg Gerrit aan de lijn en als ik hem vertel waar we zijn en dat we weer verder willen, begrijpt hij me niet. Uiteindelijk komt er duidelijkheid en gelukkig staat de brugwachter ons bij de Trambrug op te wachten. Wij komen om 11:55 uur aan bij de Noordseschutsluis, waar de sluismeester ons vertelt dat we in verband met de middagpauze een uur moeten wachten, dus maken we vast voor de sluis, zetten de motor stop en gaan er even rustig bij zitten. Het weer is erg opgeknapt. Er is bijna geen wolkje te bekennen. Wij komen tot de conclusie dat we toch nog wel wat boodschappen kunnen gebruiken met het pinksterweekend voor de deur. We maken plannen om bij Hoogeveen bij de Nieuwebrugsluis te gaan liggen, om vandaar op de fiets naar de supermarkt te gaan. Als we tijdens het schutten de sluismeester op de hoogte stellen van onze plannen, vertelt hij ons dat er op nog geen driehonderd meter afstand een supermarkt is. We leggen achter de sluis aan en ik pak de vouwfiets en een rugzak om de tekorten aan te vullen. Wanneer de buit binnen is, starten we opnieuw de motor en varen verder. Een eindje verderop komt een brugwachter ons op een drafje tegemoet lopen om ons te waarschuwen voor een boomtak die bijna midden in het toch al smalle kanaal ligt. Voorzichtig manoœvreren wij er omheen, zodat alles heel blijft. Na de laatste brug voor Hoogeveen wordt het kanaal breder. Er volgt nu een tamelijk saai stuk kanaal met aan bakboordzijde een snelweg en aan stuurboordzijde een strook gras met daarachter een woonwijk. Als we voor de tweelandenbrug komen, gebeurt er niks. Ik heb voorheen langs het kanaal een bord VHF 84 zien staan, dus probeer ik op kanaal 84 van de marifoon contact te leggen met de bediening. Geen resultaat helaas… Ik pak de telefoon maar weer en even later maakt de brugwachter, die ons ondanks vier camera’s niet gezien heeft, excuus en bedient meteen de brug. Even later komen wij bij de Nieuwebrugsluis en wederom gebeurt er niks. Pfffft… Ik probeer nogmaals de marifoon, weer geen resultaat. Ik wil net weer gaan bellen, als plotseling de marifoon tot leven komt. NIEUWEBRUGSLUISSS!!!! Auw. Ik vraag om een schutting en hij belooft ons dat we meteen aan de beurt zijn als ‘die bak met water is volgelopen’. Wanneer wij zijn binnengevaren, komt de sluismeester met een kilo koffie met het vriendelijk verzoek of wij dat even bij de Ossesluis willen afgeven. Welja, geen probleem. Als we de sluis uitvaren, ligt er een spits te wachten om geschut te worden. Alweer een spits! Bij de Ossesluis aangekomen wordt het pak koffie met dank in ontvangst genomen. Het is inmiddels al weer 16:00 uur geweest, dus vertellen we de sluiswachter dat we er vlak voor de volgende sluis voor vandaag een punt achter zetten. Even later komen wij aan in het passantenhaventje vlak voor de Rogatsluis. 17:00 uur, mooi geweest voor vandaag.
Urenteller 2019, 25 km

30-5
Als we wakker worden, staat de zon stralend aan het firmament. Er staat nog wel een redelijke bries, maar verder is het prachtig weer. Tegen 10:30 uur gooien we de trossen los en varen richting de Rogatsluis. Op de Hoogeveense vaart worden de bruggen en sluizen geautomatiseerd en in het vervolg bediend vanaf een centrale post bij de Nieuwebrugsluis. Dit weekend moet de klus geklaard zijn en het systeem operationeel. Zoals wel te verwachten is, werkt het allemaal nog niet zoals het behoort. Het nieuwe systeem laat nog even op zich wachten en de oude bedieningsknoppen zijn al buiten werking gesteld, met het gevolg dat de sluismeester elke sluisdeur apart moet bedienen in een apparaatkast die bij de betreffende sluisdeur staat opgesteld. Je voelt em natuurlijk al aankomen: de sluismeester bedient één deur, waarna hij helemaal om moet lopen naar de andere kant om deur twee te sluiten. Bij het uitvaren is hij slim: hij loopt niet via de sluisdeuren, maar over de ophaalbrug vlak achter de sluis, die hij overigens ook moet bedienen. Het duurt effe wat langer, maar het werkt ook. Natuurlijk doet de marifoon het ook nog niet. Na de Rogatsluis volgen nog een zestal vaste bruggen en vlak voordat wij het Meppelerdiep opdraaien, nog een ophaalbrug, die al vanuit Hoogeveen bediend wordt. Even lijkt het er op dat we de bediening moeten aanvragen via een drukknop aan een paal naast de brug, maar nèt voordat Erica één van haar lenige trucs wil uithalen, gaan de slagbomen dicht en even later de brug open. We gaan bakboord het Meppelerdiep op richting Zwartsluis, varen onder de ophaalbrug door die niet open hoeft voor ons, draaien stuurboord uit het Zwartewater op en zetten koers richting Vogeleiland. Ik geef het roer aan Erica om de mast weer op te zetten, die we sinds Coevorden hadden gestreken vanwege te lage vaste bruggen. Bij het Vogeleiland gaan we bakboord richting Ramsdiep. Het is opvallend rustig op het water. Wij hadden wel meer drukte verwacht vanwege het pinksterweekend. Wij varen met 1.300 toeren zo’n 11 km/u met een stevige bries van opzij. We merken aan het gedrag van de boot dat de onderkant is gereinigd en behandeld. Wij varen ongeveer 1 km/u sneller bij gelijk toerental en de boot ligt veel stiller op de golven, nu er een paar kilo mosselen van de bodem afgespoten zijn. Bij Schokkerstrand draaien we het Ketelmeer op en varen op 140 graden kompaskoers die ons moet brengen naar de ingang van de Randmeren en de Roggebotsluis. Door de wind en een kleine overcorrectie komen we een paar honderd meter te ver naar links uit, maar we hebben het op tijd in de gaten en kunnen de koers corrigeren. Even later vinden we de ingang van het Vossemeer.

De brug bij Elburg
De brug bij Elburg

De roggebotsluis is een fluitje van een cent en we varen bij Elburg onder de brug door het Veluwemeer op, volgen de vaargeul tot iets voorbij Harderwijk, alwaar wij om kwart voor zeven aanleggen bij een ligplaats bij een onbewoond eilandje midden in het Wolderwijd. Hier gaan wij onze Pinksterdagen doorbrengen, met zicht op de skyline van Harderwijk. Acht en een kwart uur gevaren,80 km. Pfff, dat was een lange dag.

Harderwijk
Harderwijk

Prettige Pinksteren allemaal!

vorige | volgende