vorige | volgende

Mei 2009 (vervolg)

We hebben onze motorkruiser bij de Enschedese Watersportvereniging voor onderhoud op de wal gehad. We hebben niet alleen de onderkant van de boot moeten schilderen, maar ook de hele romp. Nu zijn we toe aan wat rust en ontspanning, dus hebben wij besloten om er op uit te trekken met ons motorjacht Vrijheid.

2-6
Na een paar dagen rust willen wij onze aanwezigheid op het onbewoonde eilandje nog een paar dagen laten voortduren. De dagjesmensen zijn verdwenen en het is maagdelijk stil op het kleine stukje grond. Aan de overkant van de baai, net tegen de begroeiïng van een mini-vogelreservaat heeft een zwaan domicilie gekozen. Wij hebben gemerkt dat onze lichtaccu’s wel erg snel leeg zijn, dus moeten we met enige regelmaat de generator gebruiken om deze weer op te laden. Omdat we het plan hebben opgevat om de oude cv-potkachel te vervangen voor een moderne, die ook stroom verbruikt, overwegen wij onze accu’s te vervangen. Daarvoor willen wij de hulp inroepen van Anton V. te Lelystad. Ik bel hem en spreek met hem af in de jachthaven van Lelystad. Spontaan besluiten wij om vandaag maar alvast een stuk van dit traject af te leggen, want we moeten nogal een eind varen. Lelystad ligt aan de andere kant van de polder aan het Markermeer en binnendoor kan niet, dus moeten we er helemaal omheen. Daarom maken we tegen 13:30 uur de trossen los en varen weg van ons idyllisch plekske. Er staat een stevige bries, windkracht vier tot vijf op de kop. De schuimende golven spatten af en toe over de reling. Heerlijk! Het duurt iets meer dan een uur voordat we bij de Nijkerkersluis arriveren. Er vaart een motorbootje een 800 meter voor ons uit en zijn al bang dat de sluismeester gaat schutten, maar het licht blijft op groen en er wordt keurig op ons gewacht. Na anderhalf uur, in de buurt van Huizen, gaan wij op zoek naar een ligplaats voor de nacht. Op de kaart is een eilandje met ligplaatsen aangeduid, dus verlaten we de vaargeul. Even later komen wij er aan, maar we zien dat het geen langssteigers zijn, maar boxen. Dat wil zeggen dat je een hele lange steiger hebt met 12 meter daarvoor allemaal palen in het water. De bedoeling is dan om vooruit of achteruit tussen de palen te manœuvreren en dan met de kop of de kont aan de lange steiger vast te maken. Dat willen wij niet, want daardoor moet je de boot aan beide kanten vastleggen en deze kan daardoor niet vrij op de golven dobberen, maar ligt dan de hele tijd te rukken in de touwen. Daar hebben wij vorig jaar in Grouw vervelende ervaringen mee opgedaan, dus besluiten we om nog even een stukje verder te varen. Op de kaart zijn nog wel wat vrije plekken aageduid, een heel eind verderop, maar wij vrezen dat het daar niet diep genoeg is voor onze boot. Daarom besluiten wij de haven van Almere-Haven op te zoeken. Wij vinden tegen 18:45 uur een ligplaats aan de kade precies tegenover een plantsoentje en een promenade met winkels en restaurantjes; ’t Pannekoekschip ligt op 30 meter afstand. Nadat wij het havengeld hebben betaald, € 13,20 zonder stroom, eten wij een heerlijke pannekoek met ijs na.

Almere-Haven
Almere Haven

3-6
Ik ben er vroeg bij en aangezien wij blut zijn, ga ik alvast naar de Hema om geld te pinnen. Een eindje verderop zit bakker Bart, waar ik twee Italiaanse bollen Gezond koop. Tegen 10:30 uur varen we weg uit Almere Haven en draaien stuurboord uit richting Hollandse Brug. Daarachter begint het IJmeer en we schakelen de marifoon over op kanaal 1. Er waait een krachtige wind uit Noord-Noordoost, kracht vier, dus we hebben een flinke deining. Na een kilometer of wat houden we stuurboord aan om uiteindelijk in de vaargeul richting Lelystad te komen. Gaandeweg wordt de wind steeds krachtiger en de golven hoger. De boot stampt flink en ploegt zich een weg door de golven, die inmiddels flinke schuimkoppen vertonen. Naarmate we verder varen in de richting Lelystad neemt de wind toe, kracht vijf tot zes met windsnelheden die af en toe oplopen tot zo’n vijftig km/u., tegen kracht zeven. Nu moeten wij onze koers wijzigen in Noord-oost om richting de kust te varen en daardoor komen wij dwars op de windrichting te liggen. De boot rolt nu stevig heen en weer. Het is onmogelijk om een rechte koers te varen. Af en toe hebben wij moeite om op onze stoelen te blijven zitten. Vlak bij Lelystad rollen wij zo heftig dat alle voorwerpen door de stuurhut heen en weer beginnen te rollen. Onder in het schip horen wij ook onheilspellende geluiden. Als Erica gaat kijken, treft ze een puinhoop aan. Met een rood gezicht komt ze weer boven en geeft een beknopt verslag van de toestand in het schip. In de kombuis zijn de kastdeurtjes opengevlogen en de helft van de inhoud ligt verspreid over de grond, borden, glazen, potten pindakaas en hazelnootpasta. In de roef liggen de gitaren over de grond en papieren liggen verspreid. In de slaaphut liggen boeken, kaarten en andere zaken over de vloer verspreid. Om het rollen zoveel mogelijk tegen te gaan ga ik laveren, af en toe met de kop schuin in de wind, zodanig dat de boot alleen nog stampt, en dan weer een kwart draai makend om met de golven op de kont richting kust te zwabberen. Op deze manier zigzaggend bereiken wij uiteindelijk de zuidelijke haveningang van Lelystad Haven en belanden achter de dijk in rustig vaarwater. Wij mogen van de havenmeester aan de meldsteiger blijven liggen waar we de boot stevig vastleggen. Als wij de schade opnemen, blijkt dat alles wonder boven wonder nog heel is. Borden, kopjes, glazen, het kan zo de kast weer in, behalve mijn Gibson Jazzgitaar, die heeft als enige slachtoffer in de val helaas zijn nek gebroken. Die moet, als wij weer terug zijn, maar naar de gitarendokter. Nadat wij zijn bekomen van de schrik, gaan wij een hapje eten bij het restaurant aan de overkant van de haven. Als wij daar zitten hebben wij nog steeds het gevoel dat het hele gebouw heen en weer slingert. ‘Kan iemand dat restaurant even stilhouden?’ Dit was wat de Amerikanen noemen: a bumpy ride. Niet voor herhaling vatbaar.

4-6
Ik ben al vroeg op, want Anton V. zou ‘in de loop van de ochtend’ bij ons aan boord komen. Het is een ruim begrip, dus ik zit er min of meer klaar voor. Om 11:30uur is hij er nog niet en ik besluit hem maar eens te bellen. Hij vertelt dat hij ‘bijna is vertrokken’ en dat hij er zo aankomt. Een kwartier later komt hij aan boord met een enorme kast en een zware koffer. Onderzoek wijst uit dat onze accu’s in uitstekende conditie zijn. Vervanging is dan ook niet nodig, maar we verwachten in de toekomst een toename aan stroomverbruik in verband met een nieuwe cv-ketel, dus stelt hij voor om er twee stuks van hetzelfde soort bij te plaatsen. Dit zou onze accucapaciteit in één klap verdubbelen en na wat passen en meten hebben wij een goede plek gevonden om de nogal omvangrijke accu’s zo gunstig mogelijk te plaatsen. Daarvoor moet wel een retourleiding van een radiator, die in de weg zit, worden verplaatst, maar dat zou een prima klus zijn voor de monteurs die bij ons een nieuwe ketel plaatsen. Wij spreken af dat wij, zodra wij een nieuwe ketel aan boord hebben, opnieuw contact met hem opnemen, zodat hij daarna de twee nieuwe accu’s kan bijplaatsen. Wij nemen afscheid en even later maken wij los en varen de Noordersluis in, alwaar wij zes meter zakken tot op polderniveau. Achter de sluis begint het toeleidingskanaal naar de Lage Vaart die dwars door de polder naar Almere voert. Het is net alsof wij plotseling in een heel ander werelddeel terecht komen, als wij 6 meter gedaald zijn. De achterklep van de tent kan open, de jassen uit en zelfs in een T-shirt zit ik te zweten. Er is nauwelijks sprake van wind. Na een paar kilometer draaien wij stuurboord uit de Lage Vaart op richting Almere en wij komen terecht in een prachtig stuk polderlandschap. Met aan de ene kant een bos en de ander kant natuurgebied de Oostvaarders plassen merken wij het enorme verschil met het klimaat en het landschap op het Marker meer. We komen langs mooie passantensteigers midden in de natuur. Toch varen wij die voorbij, want het is tijd om weer even een omgeving op te zoeken met een supermarkt en een pompstation, teneinde onze slinkende voorraden aan te vullen. Langzaam begint het toch weer wat te betrekken, maar het blijft wel droog.

Almere-Buiten
De Lage Vaart bij Almere Buiten

Zo komen wij tegen 16:30 uur terecht in een buitenwijk van Almere Buiten, een paar honderd meter verwijderd van het winkelcentrum en een pompstation.
26 km., urenteller 2042. Dus 3 uur gevaren.

6-6
We worden wakker met een zonnetje. Het weer is beter dan gisteren. Er staat vooral niet zoveel wind en aangezien wij vandaag richting Weesp willen, zullen wij een stuk over het Markermeer moeten varen. De sluiswachter van de Vaartsluis ziet ons al aankomen, want we kunnen vrijwel direct invaren. Even verderop is de Zuidersluis en die is al van onze komst op de hoogte, zodat we daar ook niet lang hoeven te wachten. We varen ongeveer zes meter hoger de sluis uit en draaien stuurboord uit richting de havenuitgang. De wind is hierboven nog steeds aan de straffe kant, maar gelukkig is het niet meer zo erg als een paar dagen geleden. We hebben de wind schuin op de kont, zodat we nog wel wat rollen. We varen eerst westwaarts om een eind uit de kust te komen en in de buurt van de vaargeul draaien we meer naar zuid-west richting Pampus. Omdat we niet voor Pampus willen blijven liggen, laten wij Pampus rechts liggen, waarna we een eindje verder richting kust pal zuid in de vaargeul richting Muiden terechtkomen. Meteen als wij tussen de landhoofden door varen, wordt het water kalmer. Wij reduceren onze snelheid tot 6 km/u en varen even later aan het Muiderslot voorbij.

Muiderslot
Muiderslot

De vaargeul wordt aan beide zijden geflankeerd door jachthavens en aanlegsteigers en bovendien liggen de boten hier en daar dubbel, zodat de vaargeul behoorlijk smal wordt. Een paar honderd meter verderop komen we aan bij de Groote Zeesluis, een attractie op zich.

Muiden
Groote Zeesluis te Muiden met draaibrug

Precies naast de sluis is het terras van Café ‘Ome Ko’, dat altijd vol zit met mensen die zich vermaken met de verrichtingen van pleziervaarders in de sluis. Achter ons vaart nog een zeilboot binnen, waarna de sluisdeuren dicht gaan. Na betaling van het sluisgeld (€ 7,- !) gaan voor ons de sluisdeuren open en even later de oude ijzeren draaibrug. De Hollandse vecht is één van de mooiste rivieren die ik ooit in Nederland heb gezien. Bij de brug van de snelweg kunnen we alleen doorvaren, als we de mast laten zakken. We laten Muiden achter ons. Met een kalm gangetje varen we verder. De rivier kronkelt door het landschap; aan weerszijden liggen woonboten. Bij de spoorbrug bij Weesp moeten wij wachten op een opening. Aan de wachtsteiger ligt al een zeilboot en er is te weinig ruimte voor ons. Een blik op de kaart leert mij dat het vaste gedeelte een doorvaarthoogte heeft van 4 meter. Dus laat ik nogmaals de mast zakken en voorzichtig vaart Erica onder de brug door. KRAK! KRAK! Horen wij. Godverdegodver! De marifoonantenne is om en de ankerverlichting is ook omgeknakt. Het waterpeil was kennelijk een stuk hoger, waardoor de doorvaarthoogte minder dan 4 meter was. Ik breng de beide mastjes in veiligheid. Ik probeer al een paar keer per telefoon de havenmeester van WV De Zeemeermin te bereiken voor een passantenplaats, maar die neemt niet op. We gaan nog even kijken, maar ik vind het maar niks, dus varen we een stukje verder, onder de dubbele ophaalbrug door. Een eindje verderop vinden wij een ligplaats, waar wij tegen 15:30 uur vastmaken. Gelukkig valt de schade mee en is die snel weer gerepareerd. Urenteller 2046, 4 uur gevaren, tot nu to 340 km.

7-6
Vandaag krijgen wij bezoek, dus besluiten we om een plekje te gaan zoeken in Weesp. Het is wel zo gemakkelijk als je bezoek wilt ontvangen dat je aan een kade ligt, zodat de mensen aan boord kunnen stappen. Om half elf varen we dus vanaf onze plank midden in de Vecht naar de Lange Vechtbrug, een mooie dubbele ophaalbrug. Daarna draaien we even verderop scherp bakboord voor de ingang van de Smalweesp, waar we even moeten wachten voor de opening van de Sluisbrug welke bediend wordt door de zelfde brugwachter als de Lange Vechtbrug. Het duurt even voordat de brugwachter op de fiets is gearriveerd. Meteen kunnen we invaren en na de openstaande sluis komen we in de kom midden in het dorp, waar enige aanlegmogelijkheden zijn voor passanten. Er ligt slechts één jacht, dus hebben we het voor het kiezen. Wij sluiten onze walstroomkabel aan bij de stroompaal, inworp € 1,-, waarna wij de wasmachine aan het werk zetten. Wat later gaat de stroom eraf, inworp € 1,-. Weer wat later gaat de stroom er weer af, inworp € 1,-. Wij gooien in totaal € 7,- in de stroompaal en als onze euro’s op zijn, vind ik het welletjes. Tegen 13:00 uur komt Erica’s nicht, Christanne, aan boord. Het wederzien is hartelijk en de dames halen jeugdherinneringen op. Tegen 15:00 uur voegen Cristannes vriend Peter en Cristannes dochter Jasmijn zich bij ons. Wij gaan even het dorp in en worden door Christanne getrakteerd op een heerlijk ijsje, waarna we via een omweggetje weer terugkeren naar de boot. Wij hebben wel zin in een stukje varen, dus maken we de trossen los en varen via de sluis en Sluisbrug weer naar de Vecht, die we stuurboord opdraaien. Terwijl wij de Vecht in zuidelijke richting volgen, wordt het weer slechter. Op een gegeven moment begint het te regenen, eerst zachtjes, daarna steeds harder. In de stromende regen bereiken wij Nederhorst Den Berg, alwaar wij omkeren en terugvaren. Bij de Lange Vechtbrug is geen brugwachter te zien. Nee, het regent pijpestelen, dus pak de telefoon en bel hem. ‘Brugwachter’. ‘Met V., motorjacht Vrijheid. Mag ik de brug open?’ antwoord ik. ‘Meen je dat nou echt?’ vraagt de brugwachter wanhopig. Ik zeg: ‘Ik vind het heel erg voor jou, maar ik kan hier toch echt niet blijven dobberen’. ‘Ik kom eraan,’ zegt hij. Even later zien we hem op de fiets in de stromende regen aankomen, gehuld in een regencape. Tegen 18:15 uur leggen wij weer aan op dezelfde plek in de havenkom van Weesp. Even later vertrekken onze gasten na een hartelijk afscheid. Niet veel later krijgen we weer bezoek, ditmaal van de havenmeester. Het kost ons € 9,70 havengeld om weer van haar af te komen. Op zich niet te duur, maar dat wordt weer gecompenseerd door de hoge stroomtarieven. Het komt uit de lengte of de breedte, nietwaar?

8-6
’s Morgens bel ik de leverancier van oliegestookte cv-ketels, want het wordt tijd onze oude potkachel te vervangen voor wat moderners. Ik spreek met hem af om 17:00 uur bij ons aan boord en de rest van de dag gebruiken we om de rest van de was te doen en boodschappen te halen. ’s Middags laat ik de generator nog even een uurtje draaien om de accu’s weer aan te vullen, want dat is goedkoper dan de stroompaal. Tegen 17:30 uur komt de man van de cv aan boord. Hij belooft een offerte te maken en vertrekt weer. Meteen daarna maken wij weer los en varen terug naar onze plank in de Hollandse Vecht, om de avond en komende nacht gratis door te brengen. Nu we hebben gehoord wat de nieuwe cv ons globaal gaat kosten, mogen we wel extra zuinig zijn…

9-6
Wij maken er weer een potje van met uitslapen en pas om 11:30 uur vertrekken wij van de plank om ditmaal door Weesp te varen. Bij de Lange Vechtbrug stranden we al, geen brugwachter te bekennen. Er staat een stevige bries van opzij en het valt niet mee om het schip voor de brug stil te houden. We waaien steeds naar de kant, waarna ik het schip weer naar het midden moet zien te krijgen. Bij de volgende idem dito. Nog even later liggen we voor de Zwaantjesbrug, waar we ook nog even € 3,- bruggeld in het klompje moeten doen. Bij de volgende is het ook alweer wachten. Hoe smaller het vaarwater, hoe lastiger om de boot op de goede plek te houden. Na deze water-steeple-chase steken wij het Amsterdam-Rijnkanaal over en na nog een brug die gelukkig wel meteen wordt bediend, komen wij uit op de Gaasp.

Molen aan de Gaasp
Molen aan de Gaasp

Het uitzicht varieert van industrieëel tot landschappelijk. De Gaasp gaat over in de Weesper Trekvaart die ons door Diemen naar Amsterdam voert. Na nog een drijfpartij voor een gesloten brug in Amsterdam komen wij bij de laatste hindernis voor de Amstel, de Omvalbrug. Die staat op dubbel rood en wij liggen in een scherpe bocht in het vaarwater, waar we door de wind worden ingedreven. We zoeken al naar middelen om de brug op te roepen, als wij zien dat de verlichting is veranderd in rood-groen. Ik weet de boot weer in het gareel te krijgen en even later varen wij de Amstel op. Ik zet de mast weer op die we hadden neergelaten voor de lage bruggen in de Weesper Trekvaart. De Amstel is een mooie rivier en af en toe is het landschap erg mooi.

Ouderkerk aan de Amstel
Ouderkerk aan de Amstel

Er is zeer weinig scheepvaart onderweg en slechts af en toe komen wij wat tegen. Zo meandert de Amstel door dit mooie polderlandschap, waarbij opvalt dat het waterpeil aan beide zijden van de rivier hoger staat dan het achterliggende land. Wij passeren achtereenvolgens Ouderkerk aan de Amstel, Nes aan de Amstel en Uithoorn, waarna wij net buiten de bebouwde kom bakboord aanhouden naar de Kromme Mijdrecht. Nu is het net alsof wij in een kleinere wereld terecht komen, want het water is smaller, de weggetjes zijn smaller, op een enkele na lijkt het ook alsof de huisjes kleiner zijn. Bij een ophaalbrug in buurtschap De Hoef moet Erica weer haar trucje uithalen met de pikhaak om op de bedieningsknop te kunnen drukken. Even later komt de brugwachter en kunnen wij onze weg vervolgen.

Kromme Mijdrecht bij De Hoef
Kromme Mijdrecht bij De Hoef

Het loopt tegen 16:45 uur, dus zoeken we en vinden we een ligplaats voor passanten midden in het mooie polderlandschap. Dit was een mooie vaardag. Tellerstand 2054,5 dus ruim 5 uur gevaren, 41 km.

10-6
We zijn vandaag vroeg bij de pinken voor ons doen. Om 10:30 uur vervolgen wij onze reis richting Zuid-Nederland, maar niet via de kortste route. Wij willen via de Nieuwkoopse Plassen en dan via de Oude Rijn naar de Gouwe. Wij varen verder over de prachtige Kromme Mijdrecht en komen een poosje later bij de Kollenbrug. Na passage draaien we scherp stuurboord naar de Kollensloot, die een eindje verder eindigt bij de Slikkendammer sluis. De brugwachter heeft ons gezien en draait de brug, nadat hij de sluis heeft opengezet. Het is maar een klein sluisje en wij hebben het gevoel dat wij er net in passen. De sluiswachter vraagt of wij een vergunning hebben voor de Nieuwkoopse Plassen. Die hebben we niet, maar ik vertel de sluiswachter dat wij door willen varen. Wij moeten dan een sleutel gebruiken voor de Kwakelbrug in de Zuideinder Plas die we zelf moeten bedienen en de sluiswachter vraagt € 50,- borg voor de sleutel. Dat hebben we niet bij ons, dus er rest ons niets anders dan weer terug te keren. De sluismeester had ons al naar beneden geschut, dus gaan wij weer omhoog, waarna de brug weer open gaat en wij achteruit de sluis uitvaren. Het herinnert mij eraan dat we bij gelegenheid weer wat geld moeten pinnen. Jammer, maar helaas. Gelukkig is er een alternatief, dus niet getreurd. Terug door de Kollensloot draaien wij stuurboord uit de Grecht op. Meteen na de bocht schutten wij een stukje naar beneden in het Woerdense Verlaat, niet veel groter dan de Slikkendammer sluis. De bejaarde dame neemt € 1,50 sluisgeld in ontvangst. Wij varen nu verder over de Grecht die ons door een prachtig natuurgebied voert, de Kamerikse Nessen.

Boerderij aan de Grecht
Boerderij aan de Grecht

Wij worden betoverd door de pracht die ons wordt geboden. Omdat het hier om een kwetsbaar gebied gaat, geldt er een maximum snelheid van 6 km/u. Met deze snelheid hebben wij alle tijd om te genieten van de natuur. Het vaarwater wordt begrensd door met rietkragen beklede dijken en de oevers zijn besmukt met waterlelies. De bewoonde wereld is ver, heel ver weg. Het is doodstil. Het enige geluid wat we horen is het zachte brommen van de motor, het kabbelen van het schroefwater en de geluiden van de diverse vogels. Roofvogels hangen stil in de lucht boven de aangrenzende weide- en heidegronden op zoek naar prooi. Wij wanen ons lange tijd alleen op de wereld, totdat aan de horizon de eerste tekenen van onze beschaving weer zichtbaar worden in de vorm van industriële- en flatgebouwen van Woerden.

Kamerikse Nessen
Natuurgebied Kamerikse Nessen

Aan het eind van de Grecht draaien wij stuurboord de Oude Rijn op. Het vaarwater wordt nu een stuk breder en de tekenen van bewoning zijn nu blijvend aanwezig. Op zich heeft dat ook zijn bekoring, want we zien nu fraaie bouwwerken met eigen aanlegsteiger of boothuis. Hier komen wij ook weer andere scheepvaart tegen…

Te heet gewassen?
Te heet gewassen?

Bij de met de hand gedraaide ophaalbrug in Nieuwerbrug moeten wij aan de brugwachter € 1,75 betalen. In Bodegraven mogen wij meteen de sluis binnenvaren en tijdens het schutten komt de sluiswachter € 2,50 bedieningsgeld incasseren. Bij de Burgemeester Crolesbrug gaat er iets mis. De bomen gaan dicht, maar de brug is niet in beweging te krijgen. Wij krijgen van de bedieningspost te horen dat ze storing hebben en dat de monteur is gewaarschuwd. Na een half uur komen er twee mannen die met het probleem aan de slag gaan. Ze proberen het een paar keer met een kabelbedieningspaneel, maar de brug blijft dicht. In gesloten toestand is de brug 3,20 meter, dus wij wachten de reparatie niet af, maar laten de mast zakken, halen de marifoonantenne en het ankerlicht van hun sokkels (jaja, deze keer gaat het goed), leggen de schoorsteen plat en maken de tent los. Slechts met de windschermen nog op zijn we 3 meter, dus dat gaat mooi lukken. Aan de andere kant van de brug leggen we even aan en bouwen de hele zooi weer op, waarna wij Zwammerdam passeren en vlak voor Alphen aan den Rijn bakboord uit gaan naar de Gouwe. Na een kort oponthoud voor de spoorbrug varen wij door Boskoop om vlak voor de hefbrug in Waddinxveen ligplaats nemen voor de nacht. Wij liggen nog maar net, of de regen komt met bakken uit de hemel.
Urenteller 2061, dus 6,5 uur, kilometerstand 433, dus 35 km gevaren.

11-6
10:30. De brug staat open, dus varen wij er blijmoedig naartoe. De brugwachter heeft de brug opengedaan voor een aantal jachten van de andere kant. Hij ziet ons niet en als het laatste jacht is gepasseerd, gooit-ie de lichten op rood en begint de hefbrug te dalen. We hebben net op Discovery gezien hoe een schip door een dalende hefbrug werd geplet, dus sla ik volle kracht achteruit.

Hefbrug over de Gouwe
Hefbrug over de Gouwe

Kennelijk heeft dit geluid de aandacht van de brugwachter gewekt, want hij stopt het neerdalen van de brug en zet de lichten op groen. Wij vervolgen onze weg richting Gouda en worden een metertje naar boven geschut in de Julianasluis. Even later draaien we bakboord naar de Hollandsche IJssel. Een eindje verder komen we stil te liggen voor de Haastrechtse brug. Met de verrekijker ontcijfer ik een blauw bordje, waar met kleine letters het marifoonkanaal op staat: Kanaal 20. Ik roep de brugwachter op, maar krijg geen antwoord. Wederom valt ons op hoe vaak je geen antwoord krijgt als je een brugwachter of een post oproept. Als ik voor de derde keer oproep en nadrukkelijk vraag: ‘Ontvangt u mij?’ krijg ik een knorrig antwoord dat hij meer bruggen heeft en dat er aan wordt gewerkt. Even later kunnen we verder. Er vaart nog een ander jacht voor ons, dat nogal snel vaart, maar wij hebben de tijd en laten ons niet opjutten. Bij Gouda Goverwelle varen wij met twee jachten de Waaierschutsluis in, die slechts 24,5 meter lang is. Met een beetje passen en meten passen wij er nèt in. We gaan een half metertje naar beneden en volgen de Hollandsche IJssel, die hier al een stuk smaller is. Eerst bestaat het landschap voornamelijk uit oude industrieterreinen en slordige achtertuinen, maar gaandeweg wordt het uitzicht steeds mooier.

De Hollandsche IJssel
De Hollandsche IJssel

Met een gangetje van 9 km/u varen wij door het landschap. Het is verrassend mooi weer. Het zonnetje schijnt regelmatig en de temperatuur begint onder de kap aardig op te lopen. Er zijn veel pleziervaarders onderweg. Af en toe is het uitkijken geblazen met tegenliggers, want het is hier niet al te breed. Bovendien zijn het voornamelijk huurschepen die je tegenkomt die meestal worden bestuurd door gelegenheidsschippers. Er zijn veel ligplaatsen her en der die over het algemeen behoorlijk vol liggen. Wij passeren tegen 14:30 uur het dorpje Oudewater, dat een hoog Anton Pieck-gehalte heeft.

Oudewater
Oudewater

Een paar kilometer verderop varen wij Montfoort binnen, waar wij aan bakboordzijde een pompstation aantreffen. Wij bunkeren 500 liter diesel en maken meteen van de gelegenheid gebruik de watertank vol te laten lopen. Aan de andere kant van het dorp, nabij het zwembad, vinden wij een vrije ligplaats waar ik omstreeks 15:30 de motor stop zet. 4 uur gevaren, 29 km. afgelegd.

12-6
Montfoort is een leuk dorpje met een winkelstraat, een paar kerken, een supermarkt en zowaar een kasteel. Het begrip ‘kasteel’ is wel wat overdreven. Er staat alleen nog een toegangspoort met aan beide zijden aan de muur aangebouwde panden waarin een restaurant gevestigd is. De rest van het kasteel is enige honderden jaren geleden al verwoest door de Spanjaarden. De plek waar ooit het hoofdgebouw heeft gestaan is volgens het informatiebord slechts een vermoeden. Wij kopen boodschappen bij AH, brengen die naar de boot. Vanaf de brug tot buiten het dorp is de zuidoever geheel voorzien van bolders voor passanten. Wij liggen net buiten de bebouwde kom bij het zwembad.

De zuidoever in Montfoort
De zuidoever in Montfoort

Tegen de avond gaan we nog een keer terug naar het dorp om te eten bij de Chinees. Het pand is enigszins in verval. De inrichting en de vloerbedekking aan de muren zien er net zou oud uit als de dame die ons bedient, maar de maaltijd heeft ons uitstekend gesmaakt.

13-6
Wij gooien tegen 10:30 uur los. Het belooft een mooie dag te worden. De zon schijnt volop en het is al warm. Ik heb de mast gestreken want wij komen meerdere bruggen tegen met geringe doorvaarthoogte. Wij passeren IJsselstein en draaien in Nieuwegein scherp bakboord naar de Doorslag. Na twee hefbruggetjes varen wij door de openstaande Doorslagsluis om meteen daarna stuurboord uit te draaien naar het Merwedekanaal Benoorden de Lek. Na een ophaalbrug volgt de Koninginnesluis waar wij enkele decimeters opschutten en stuurboord uit de Lek opgaan in de afvaart. De mast kan nu weer worden opgezet. Wij hebben weinig stroom mee, slechts 1 à 2 kilometer. Het is druk op het fietspad, zoals de Lek ook wel wordt genoemd. Er is veel beroepsverkeer in beide richtingen dus we worden regelmatig opgelopen.
Bij Krimpen a/d Lek houden wij stuurboord aan om bij IJsselmonde bakboord uit op de Nieuwe Maas uit te komen. Wij varen onder de Van Brienenoordbrug door, bekend van radio en t.v. in verband met de verkeersinformatie. Een eind verderop hebben wij een mooie kijk op diverse typisch Rotterdamse kenmerken.

Ingang van de Koningshave
Ingang van de Koningshaven met de oude ‘Hef’
met daarachter de Erasmusbrug en rechts de Euromast

Wij varen onder de Erasmusbrug door en varen ter hoogte van de Euromast de Parkhaven in. Bij de Parksluizen mogen wij voor een binnenvaartschip invaren, zodat wij geen last hebben van het schroefwater. Een sluiswachter met hart voor de pleziervaart dus. Wij zakken ongeveer een meter en als wij uitvaren de Coolhaven in zien wij meteen achter de sluis aan de rechterkant een ligplaats voor de plezervaart. 17:30 uur, een mooie tijd om te stoppen. Urenteller 2072, 7 uur gevaren, kilometerstand 532, 80 km. afgelegd.

15-6
Na een dag van wassen, drogen en andere reinigingswerkzaamheden gaan we vandaag verder op onze reis richting Leiden. Om 10:30 uur varen we, nadat ik de mast gestreken heb, de Coolhaven uit naar de Delftshavense Schie. Een paar bruggen zullen open moeten voor ons, maar er zijn ook enkele waar we met gestreken mast onderdoor passen. Voorbij de Hogebrug, de laagste brug van de hele rij, gaan we stuurboord uit de Schiedamse Schie op. Het is goed vaarweer, geen zon maar de temperatuur is aangenaam, het is droog en er staat weinig wind. Wij komen wat vrachtverkeer tegen maar verder is het betrekkelijk rustig op het water. Voor Delft moeten wij overschakelen op kanaal 18, het blokkanaal voor de bediening van bruggen en sluizen voor het gebied Delft-Voorburg-Leidschendam. Dat zijn heel wat bruggen dus het is een gekakel van jewelste over de marifoon. In Delft zijn er een paar bruggen gestoord maar gelukkig staan ze driekwart of half open zodanig dat wij wel passeren kunnen. Dat maakt de communicatie over de marifoon er niet gemakkelijker op. In Delft moeten wij om de binnenstad heen varen waardoor wij er niet te veel van te zien krijgen. Dit idyllische doorkijkje met stadspoort en ophaalbrug weet ik nog voor de lens te krijgen:

Gouda

Voorbij Delft gaat de Delftse Schie over in de Delftse Vliet of het Rijn-Schiekanaal. Wij passeren achtereenvolgens Rijswijk en Voorburg en komen bij de Schutsluis in Leidschendam waar wij, na enkele centimeters naar beneden geschut te zijn, om 14:00 vastmaken aan de passantenkade met zicht op een mooie molen genaamd “De Salamander”. Tegen de avond lopen we de driehonderd meter terug naar de sluis waar zich een tweetal terrassen bevindt. Wij kiezen eerst voor het terras aan de bovenkant alwaar een fastfood restaurant gevestigd is en gaan vervolgens naar het terras aan de benedenkant om daar als toetje nog een lekkere ijsbeker te eten. 3,5 uur gevaren, 25 km.

De Salamander
De Salamander

17-6
Na een dag boodschappen en niksen maken wij tegen 09:30 de trossen los voor de laatste etappe naar Leiden. Aangezien de beweegbare bruggen die we op onze reis moeten passeren toch allemaal open moeten heb ik de mast weer opgezet. Na een laatste blik op de Salamander varen wij over de Vliet die er, dankzij de afwezigheid van wind en nautisch verkeer, rustig bij ligt. Het weer is uitmuntend met een lekker zonnetje en een aangename temperatuur dus we hebben de deur van de stuurhut opgerold zodat het klimaat onder de tent leefbaar blijft. Met een gangetje van 9 km/u varen wij langs mooie huizen, weilanden en lelijke fabrieksgebouwen. De bruggen zorgen voor enig oponthoud maar dat deert ons niet. Het valt wel op dat er geen verband zit in de brugbediening alhoewel alle bruggen via hetzelfde marifoonkanaal, 22, moeten worden opgeroepen. Bij elke brug moet je weer opnieuw oproepen en om een opening vragen. Wij passeren Voorschoten en aan het begin van de bebouwde kom van Leiden gaat de Vliet naadloos over op de Nieuwe Vaart of het Rijn-Schiekanaal. Vele wateren hebben hier twee benamingen wat soms voor enige verwarring zorgt. Bij de spoorbrug gaat het even mis. Nadat wij op een passerende trein hebben gewacht gaat de spoorbrug en de achterliggende ophaalbrug open en de andere kant mag eerst passeren. Meteen daarna gaan de bruggen echter weer dicht om een ambulance en politie met sirene en zwaailichten doorgang te verlenen. Vrijwel meteen gaat de brug daarna weer open en kunnen wij doorvaren. Niet lang daarna, voorbij de Wilhelminabrug, gaan wij bakboord uit de Oude Rijn op. Na de Sumatrabrug volgt de schrijversbrug waar tevens de havenmeester van de gemeentelijke passantenhaven zetelt. Hij noteert de naam van ons schip nadat hij de brug heeft opengedraaid waarna wij doorvaren naar de haven waar wij een box innemen voor twee dagen. Maar niet voordat wij nog een blik geworpen hebben op de mooie Zijlpoort.

Zijlpoort
Zijlpoort

Nadat wij de boot hebben vastgelegd lopen wij even naar de havenmeester om het havengeld te betalen en om muntjes voor de stroompaal te kopen. Ik koop er twee. Daarna gaan wij even de stad in om een internetstick voor Erica te kopen want wij zijn het beu om steeds om beurt te internetten. Morgen moeten wij met de trein naar Enschede voor een gesprek met de bedrijfsarts en het management. Tijdens dit gesprek zal ik van mijn functie als Hoofdconducteur bij de NS worden ontheven. Het doet toch wel even pijn, na zoveel jaar op deze manier van je werk af te geraken. Als wij terugkomen is het alweer gedaan met de stroom, dus ik gooi het tweede muntje er in. Wij krijgen het internet op Erica’s laptop niet voor elkaar, dus gaan wij met laptop en al weer terug naar de winkel. Daarna gaan we even eten bij de Chinees. Als wij terugkomen, is het tweede muntje ook al weer op. Dat gaat hard met die stroom.
2 uur en 15 minuten gevaren, 13 km afgelegd.

De Vrijheid in de passantenhaven van LeidenDe Vrijheid in de passantenhaven van Leiden

18-6
Het was een zware dag. Met de fiets naar station Leiden, met de trein naar Enschede. Ik had een afspraak om 15:00 uur en we hadden het zo uitgevogeld dat we om 14:05 in Enschede zouden aankomen. Wij zouden dan eerst even naar het huis fietsen om de post op te halen. Maar dan hebben we natuurlijk buiten de NS gerekend. Een stroomstoring tussen Baarn en Amersfoort, onze intercity was opgeheven. Gelukkig heb ik de nodige ervaring met treinen, dus namen we de intercity naar Utrecht om daar over te stappen op de intercity naar Enschede. Dat lukte prima, alleen in Deventer bleek er geen conducteur te zijn voor onze trein, dus gingen we daar te laat weg. Aangekomen in Enschede hadden we nog net voldoende tijd om precies op tijd op de afspraak te verschijnen. Mijn werkgever wilde graag voor mij iemand anders aannemen, dus heeft men mij op een zijspoor gezet om later te kunnen worden afgerangeerd. Het gesprek heeft mij de nodige energie gekost. We hadden geen puf meer om nu nog naar het huis te fietsen, dus zijn we meteen van de Arbo-Unie teruggefietst naar het station en hebben de eerstvolgende trein richting Leiden genomen. Om 19:30 waren wij terug en nadat we de laptop van Erica bij T-Mobile hebben opgehaald zijn we even wat gaan eten in de stad en toen pas weer terug naar de boot. Gelukkig was alles nog zoals wij het hadden achtergelaten. Nadat ik de fietsen weer op het dek had geplaatst vielen we doodmoe op de bank.

19-6
Om 10:30 willen we de haven van Leiden uitvaren, maar er zijn nog twee boten die tegelijkertijd weg willen. Ik laat ze maar eerst hun gang gaan, des te meer ruimte heb ik om te manœuvreren. Er staat een fikse westenwind, kracht 4 tot 5 met rukwinden tot 80 km/u. Dat is lastig als je voor een brug ligt die niet bediend wordt. En vandaag worden de bruggen maar zeer slecht bediend. Het is net of de brugwachters er lol in hebben jou te zien klooien om die boot stil te houden. Wij willen bakboord uit de Zijl op en komen te liggen dobberen voor de Spanjaardsbrug. Even verderop bij de Zijlbrug doen ze moeilijk omdat ik te hoog ben. Ze willen graag dat ik de mast laat zakken, maar ik heb daar totaal geen zin in, dus zeg ik dat de mast niet kan worden gestreken. Daarna laten ze ons 10 minuten dobberen. Buiten de bebouwde kom wordt het water breder en uiteindelijk komen wij uit op de Kagerplassen. Wij varen nu door een wijd gebied en nu laat de wind zich met alle kracht voelen. Met een stevige golfslag en een keiharde wind opzij wil de kont regelmatig uitbreken.

Op de woelige baren…
Op de woelige baren…

Wij doorkruisen Zweiland, de Eimerspoel, de Dieperpoel en komen uit op de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. De spoorbrug en de brug over de A 44 worden niet bediend en zijn slechts 5,10 meter hoog dus nu moet ik alsnog de mast strijken Grrr! Nu komen wij in iets rustiger vaarwater terecht. Wederom varen wij op een hoge positie omdat het waterpeil zo’n twee meter hoger staat dan het omliggende polderlandschap. We varen achtereenvolgens door Lisse/Lisserbroek, Hillegom/Beinsdorp, Bennebroek/Zwaanshoek en varen onder de Cruquiusbrug rechtuit richting Vijfhuizen om ergens een ligplaats te zoeken. Eerst komen wij langs een paar ligplekken die helaas allen bezet zijn. Een eind verderop vlak voor Nieuwebrug zijn op de kaart en ook via borden langs de waterkant ligplaatsen voor de pleziervaart aangegeven maar zijn er geen bolders of iets dergelijks om de boot aan vast te leggen. Er is ook geen boot te bekennen. Wij hebben wel stalen meerpennen bij ons die je in de grond kunt slaan maar daar durf ik met deze harde wind de boot niet aan vast te leggen. Wij vinden nog een houten steiger met een paar palen maar als wij proberen aan te leggen lopen wij twee meter uit de oever aan de grond. Dan maar terug naar de Molenplas. Op de kaart staat aangegeven dat deze slechts 10 dm, dus 1 meter diep is. Onze boot heeft een diepgang van 1,25 dus dat kan niet. Wij zijn doodmoe en willen niet verder varen, dus vaar ik voorzichtig de Molenplas op met de bedoeling te ankeren. Als ik buiten de vaargeul het anker laat vallen gaat er wel heel veel ketting door het gat. Dan maar even naar binnen om een blik op de dieptemeter te werpen. Deze geeft aan dat de Molenplas hier 8 meter diep is… Wij merken dat het anker krabt, d.w.z. dat het over de bodem sleept en de boot dus helaas niet kan houden. Een eind verderop zien we een aanlegsteiger bij een restaurant waar niemand ligt. Ik vaar op naar de steiger en we leggen met enige moeite aan. Motor stop, een slinger aan de vetpomp. Het anker hangt nog aan de ketting net onder de waterlijn, maar de regen valt ineens met bakken uit de hemel. Wij ploffen op de stoel. Dat anker zien we later wel. Het hangt ons niet in de weg.
16:00 dus 5,5 uur gevaren, 35 km afgelegd.

De Molenplas bij Cruquius onder de rook van Haarlem
De Molenplas bij Cruquius onder de rook van Haarlem

20-6
Op een groot bord op de steiger staat te lezen dat wij, volgens de Algemene Plaatselijke Verordening van de Gemeente Haarlem, Artikel (…), aan de Gemeente Haarlem Havengeld Verschuldigd Zijn. De betreffende steiger ziet er in ieder geval inzake mensen verlaten uit. De steiger wordt echter, gezien de hoeveelheid uitwerpselen, druk bezocht door hoofdzakelijk watervogels. Wij dachten dat, als de Gemeente Haarlem Havengeld van ons wil vangen, zij het maar komen halen. Wij zien helemaal niemand en aangezien wij hier prima liggenn hebben wij geen intenties om vandaag nog weer te vertrekken. Op Google Earth zie ik dat er in de buurt een supermarkt gevestigd is, dus zet ik een fiets overboord, dans tussen de eenden-, ganzen-, zwanen-, fuuten-, aalscholver-, en weet ik veel wat voor soorten poep door, spring op het fiets- dan wel wandelpad op de fiets, weet nog net op tijd een enorme hoop paardenpoep te vermijden en kom een half uur later terug met een rugzak vol met lekkernijen, op dezelfde wijze dan de heenweg maar dan in omgekeerde volgorde. Eten, drinken, brandstof, gas, water en elektra: het ontbreekt ons aan niets dus wie doet ons wat.

22-6
We hebben het weekend doorgebracht op de Molenplas, die in het weekend druk bezocht wordt door dagjesmensen. Het weer was nogal wisselvallig en de hemel was af en toe ronduit prachtig om te zien:

Prachtig om te zien

Om goed 11:30 varen wij bij goed weer weg van ons openbaar vogeltoilet met aanvankelijk de bedoeling om richting Haarlem te gaan. Dus varen wij naar de monding van de Spaarne, waar wij stuurboord opdraaien. Wij varen met de voorgeschreven snelheid van 6 km/u langs de vele woonboten langs de oever. Wij hadden nog geen duidelijk vaarplan en omdat wij afgelopen donderdag onverwacht naar Enschede moesten, is er een kink in onze kabel (lees: Reisplan) gekomen, maar na overleg veranderen wij van plan en maken rechtsomkeert ditmaal bakboord uit de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder weer op. Aanstaande zaterdag ga ik nogmaals met de trein naar Enschede om te repeteren met mijn kwartet en aangezien wij de zondag daarna in Aalsmeer moeten zijn omdat maandag de nieuwe cv-ketel wordt geplaatst, kunnen wij geen grote reis maken. Daarom wenden wij onze steven richting Westeinder Plassen. Wij passeren de Molenplas en volgen de Ringvaart die, zoals de naam al suggereert, in een grote boog om de Haarlemmermeerpolder loopt. Ter hoogte van Rottepolder varen wij heel langzaam achter een binnenvaartschip dat hier door een hele vreemde u-vormige bocht door het kanaal moet varen. Ik neem mijn petje af voor de schipper hoe hij zijn schip door deze hindernis vaart. Het kanaal loopt met een grote boog door Zwanenburg en Halfweg in zuidelijke richting. Bij Lijnden buigt het kanaal weer af naar zuidoost waarna wij na enige tijd Badhoevedorp binnenvaren. Wij komen op onze reis nogal veel molens en woonboten tegen, zoals hier ook. Woonboten met molen in Badhoevedorp.
Voorbij Badhoevedorp varen wij de ingang van de Riekerplas en de Nieuwe Meer voorbij waarna wij de Schiphol draaibrug passeren. Het kanaal ligt hier vlak naast onze nationale luchthaven Schiphol waar wij, het kanaal volgend, in een grote boog omheen varen. De vliegtuigen vliegen ons dan ook regelmatig om de oren. Bij tijd en wijle kruisen wij een opvlieg- dan wel landingsbaan, zoals hier ter hoogte van de Oosteinder Poeltjes, waar verschillende vervoermiddelen elkaar tegenkomen:

Verschillende vervoermiddelen
Verschillende vervoermiddelen

Na Aalsmeer komen wij in het bereik van de vele slootjes en kanaaltjes met al dan niet privé-eilandjes die aan de Westeinder Plassen grenzen. Wij volgen eerst het kanaal een eind in zuidelijke richting alvorens wij bakboord de plas op kunnen varen. Ergens midden in, bij een eilandje, vinden wij een mooie steiger waar wij tegen 17:00 vastmaken.

23-6
De natuur is hier prachtig. Wij zijn omringd door met bomen en heesters begroeide eilandjes die door de bank genomen in privé eigendom zijn die hun eilandje op verschillende manieren hebben ingericht en waarvan sommigen zelfs door boeren worden gebruikt om gewassen op te telen. Aangezien wij zaterdag weer in Leiden moeten zijn om met de trein naar Enschede te kunnen hebben wij weinig andere keus dan hier een beetje te blijven rondhangen. We kunnen nog wel wat boodschappen gebruiken en willen ook wel eens ter afwisseling vaste grond onder de voeten hebben. Op de website www.ligplaats.info staat de jachthaven van de W.V. Nieuwe Meer vermeld als een goede optie om eens van boord te gaan. Bovendien hebben wij een nieuwe gasfles nodig en die verkoopt met daar ook. Dus maken wij om 11:30 de touwtjes los. We zoeken vanaf de grote plas een doorgang naar de Kleine Poel. Ik ben maar wat blij dat ik de waterkaarten van de ANWB op mijn laptop heb staan want het is hier net een doolhof. Gelukkig geeft de GPS muis de juiste positie zodat we niet in een verkeerd kanaaltje terecht komen. Na enig zoeken vinden wij de jachthaven. Nadat wij een ligplaats genomen hebben gaan we het stadje in. Om daar te komen moeten wij onszelf eerst overzetten met behulp van de met de hand aangedreven voetveer naar het vasteland. Wij maken een wandeling door de winkelbuurt en eindigen op een terras van het theehuis waar we een hapje eten. Vervolgens gaan wij nog even langs de supermarkt om de voorraden aan te vullen en daarna weer terug naar de haven. Bij het kantoortje van de havenmeester nemen we en passant de gasfles mee die de havenmeester al voor ons had klaargezet. Vervolgens vullen wij de tank nog even met water zodat we daar de komende twee weken geen gebrek aan hebben. Naast ons is een ander motorjacht komen te liggen met een Engels echtpaar die hier in Nederland een boot hebben liggen en in de zomer door ons land toeren. Wij maken gezellig even een praatje.

24-6
Na betaling van het liggeld en de gasfles maken wij tegen 11:30 weer los en varen terug naar dezelfde plek waar we eergisteren ook hebben overnacht. De davits staat nog steeds in de Owatrol dus ga ik deze in de primer zetten. Ondertussen behandelt Erica gewapend met schuurpapier en het blik Owatrol de overige roestpunten op het bovenschip. Jaja, onderhoud moet worden gepleegd. Aan het eind van de middag krijg ik een email van één van de kwartetleden dat de repetitie van aanstaande zaterdag niet doorgaat. Erg jammer. Als we dat een week eerder hadden geweten, hadden wij nog een reis naar Zeeland kunnen maken. Wellicht kunnen wij de cv-ketel eerder laten plaatsen. Ik probeer het nog even bij de installateur maar omdat ik er zo laat mee aankom heeft hij de komende dagen allemaal ingepland dus doden wij de tijd tot zondagmiddag met schilderen en opruimen. In de loop van de dag stroomt het hier redelijk vol met dagjesmensen maar afgezien van een Duits gezelschapje dat op het grasveld aan de picknicktafel naast de barbecue zit is tegen de avond iedereen weer verdwenen.

Passantensteigers in de Westeinder Plassen
Passantensteigers in de Westeinder Plassen

26-6
Koop een boot en werk je dood, een alom gehoord spreekwoord onder de booteigenaren. Natuurlijk heb je altijd wel wat te klussen aan zo’n boot. Deze wordt voortdurend blootgesteld aan de elementen en aangezien het hele schip vervaardigd is van ijzer moet je er voor zorgen dat het goed geconserveerd wordt c.q. blijft. Maar huis- en tuineigenaren zijn ook met de regelmaat van de seizoenen aan het werk dus daarin zie ik niet zo veel verschil. In de loop van afgelopen seizoen is er hier en daar aardig wat roest ontstaan dus daar moeten we iets aan doen. De davits waar de rubberboot normaal gesproken aan hoort te hangen is vorig jaar gemodificeerd en helemaal kaal gehaald en slechts voorzien van een laagje primer en grondverf. Geen wonder dat de roest er flink doorheen kwam. Nu zet ik de eerste laklaag erop. Erica heeft zich, gewapend met schuurpapier en een blik Owatrol, op de overige roest- dus aandachtspunten van het schip geworpen. Vanmiddag willen we even naar Aalsmeer varen om boodschappen te doen. We hebben niet veel meer in huis. We starten de motor, gooien de trossen los en ik vaar achteruit van de steiger weg om een eindje achter ons in een kanaaltje in te varen om te keren. Ik wil aan het roer draaien maar het zit vast! Wat ik ook doe, er is geen beweging in te krijgen. We hebben het één keer eerder meegemaakt op onze reis van vorig jaar in Groningen. Toen kwam het weer los door het even flink heen en weer te bewegen. Erica probeert het succes van vorig jaar te evenaren maar helaas, het blijft zo vast zitten als een huis. Wat nu? We besluiten maar weer aan te leggen want we kunnen niet varen zonder roer of met een roer waarmee we alleen rondjes kunnen varen. Omdat wij vermoeden dat er iets tussen het roer zit, trekt Erica haar zwempak aan en gaat te water om een onderzoek in te stellen. Na diverse keren gedoken te hebben komt ze tot de conclusie dat er met het roer zelf niets aan de hand is. Dus moet de oorzaak ergens anders gevonden worden. Ik duik in het kastje naast het bed waar de roerkoning zit en de hydraulische cilinder waar het roer mee heen en weer wordt bewogen. Na grondig onderzoek ontdek ik het euvel. Er is een spie uit een lagerbusje gevallen en dwars voor de opening van de drijfstang in de cilinder gaan zitten, waardoor deze niet terug kan naar de andere kant. Ik probeer de zaak te repareren, maar ik heb niet het goede gereedschap. Na enig nadenken komen wij tot de conclusie dat dit dus ook midden op de IJssel of op de Lek had kunnen gebeuren. We hebben honderden kilometers met een tijdbom rondgevaren zonder het te beseffen. Ten einde raad bel ik de leverancier van de cv ketel waar we morgen naartoe zouden varen. Hij weet meteen ook geen oplossing maar belooft wel ons tegen 20:00 te komen wegslepen. Het is 20:15 als er een stalen roeibootje aan komt varen aangedreven door een buitenboordmotor. Er zit een man in die in eerste instantie veel weg heeft van een zwerver. Het blijkt Johan Mellema te zijn, de man die a.s. maandag onze cv-ketel gaat plaatsen. Hij vertelt dat hij met zijn eigen boot aan het werk is. Hij komt aan boord en bekijkt het euvel. Hij ziet ook dat de cilinder moet worden verwijderd om op een werkbank te worden gerepareerd. Hij weet iemand die de klus kan klaren en belooft deze morgenvroeg meteen te bellen. Hij neemt weer afscheid en wil terugvaren. Hij krijgt de buitenboordmotor niet in zijn werk. Gekscherend vraag ik of ik het logeerbed in orde moet maken. Maar na enig prutswerk krijgt hij de zaak weer voor elkaar en met het bierflesje in de ene hand en de gashandle in de andere neemt hij afscheid en vaart weg. Wij maken de restjes op uit de koelkast en met een glas water brengen wij de avond door.

27-6
In de loop van de ochtend komt Johan weer aanvaren met de mededeling dat de monteur die hij op het oog had is verhinderd en dat hij de klus zelf komt klaren. De stuurcilinder wordt uitgebouwd en hij neemt hem mee naar de werkplaats met de belofte te bellen als hij hem klaar heeft. Wij moeten dringend naar de winkel maar wij liggen met een stuurloos schip bij een eiland midden op de plas. Gelukkig hebben wij ons geheime wapen dat we nog nooit eerder gebruikt hebben. Ik blaas de rubberboot op en laat die te water. Daarna hang ik de buitenboordmotor op. Er zit geen brandstof in maar de bijbehorende brandstoftank bevat nog genoeg benzine met 2takt olie. Ik neem het overhevelings-slangetje en breng brandstof over in de tank van de buitenboordmotor. Onderwijl komt er een boot langs varen. De schipper spreekt mij aan en vraagt of wij onze boot iets naar achter kunnen trekken zodat hij ook een plaatsje aan de steiger heeft. Ik ben even afgeleid en even later stroomt de tank over. GRRR! Allemaal benzine er overheen. Op het water vormen zich mooie kringen met alle kleuren van de regenboog. Dat was niet de bedoeling. Nou ja, even met de doek alles drooggewreven en na de tweede ruk aan het startkoord slaat de motor al aan. Intussen heeft Johan gebeld om te zeggen dat de cilinder gerepareerd is en dat we hem op kunnen halen. Wij varen gewapend met een rugzak naar het dorp en doen inkopen. Daarna varen wij naar de Aardbeiensloot waar de werf gevestigd is. Wij nemen de cilinder in ontvangst en varen terug naar de Vrijheid. Het is benauwd, iedere beweging veroorzaakt zweetdruppels. Ik kruip onder in het kastje en monteer de cilinder. Het past niet. Ik ontdek dat Johan de grondplaat er verkeerd om aan heeft gezet. Dus ik sloop dat ding er weer uit en met de bijboot varen wij terug naar de Aardbeiensloot. Johan gaat er weer mee aan het werk en wij varen weer terug. Na een paar uur belt Johan dat de zaak nu goed gerepareerd is en wij varen weer terug om de cilinder op te halen. Daarna hebben wij geen puf meer en ploffen voor de televisie.

28-6
Direct na de koffie monteer ik de stuurcilinder op zijn plaats. Nu past alles perfect. Nu is het zaak het systeem te ontluchten. Gelukkig hebben wij nog een containertje waar nog wat hydraulische olie in zit. Er is nogal wat uitgelopen en alles is glibberig en glad. Bah wat een smeerbende! Na de cilinder te hebben ontlucht moeten wij boven bij het stuurrad de olie bijvullen. Alles wat we hebben gaat er in en wij komen nog wat tekort. Maar wij kunnen weer sturen!! Er moet eigenlijk nog wat olie bij in maar dat moeten we maandag maar ergens zien te kopen. Later varen wij, met de bijboot op sleeptouw, de Westeinder Plas weer op. Na een rondje varen wij via de Grote Poel de Aardbeiensloot in en maken vast bij de werf. Wij starten de generator en nadat de dekwaspomp is aangezet maakt Erica schoon schip. Tijdens de voorbije weken is het bovenschip behoorlijk vuil geworden. Even later komt Johan om te vragen of de generator uit kan want anders krijgt de werfeigenaar last met de buren. O ja, dat is waar ook, het is Zondag, de Dag Des Heeren. Wij gooien de walstroomkabel overboord, waarna Johan ons van stroom voorziet en ik zet de generator weer uit. Ook wel lekker rustig en nog goedkoper ook. Er is veel verkeer door de Aardbeiensloot, want het is een doorgang van de ene helft naar de andere helft van de eilanden. Het zijn allemaal kleine bootjes zoals sloepen en onze bijboot want in de ‘sloot’ zit een brug met een doorvaarthoogte van 1.10 m.

Aardbeiensloot, Westeinder Plassen, Aalsmeer
Aardbeiensloot, Westeinder Plassen, Aalsmeer

Tegen de avond maken we nog een keer gebruik van onze Zodiac om naar het dorp te varen. We vinden na enig zoeken een Italiaans restaurant, waar we heerlijk smullen. Tegen 19:30 zijn we weer terug. Toch wel erg makkelijk, die Zodiac.

Onze boodschappenboot
Onze boodschappenboot

Morgen wordt een (in)spannende dag, want de CV-ketel wordt ingebouwd.

29-6
Om 8:00 gaat de wekker. Over een uur staat het werkvolk bij de boot en wij moeten nog het een en ander voorbereiden. Zeker, het meeste hebben wij gisteren al gedaan, maar vandaag gaat alles overhoop, dus waar moeten we met de spullen heen? En, waar blijven wijzelf? Als de mensen komen gaat eerst de hele vloer van de roef open om de machinekamer bloot te leggen. De grote vloerplaat gaat naar de slaapkamer. De andere worden tegen de wanden aan gezet. Het eerste is de oude cv-ketel aan de beurt, want die moet worden verwijderd.

De oude cv-ketel
De oude cv-ketel

Dus moet het water eraf. Omdat de radiatoren gevuld zijn met koelvloeistof (antivries) moet dat worden opgevangen. We hebben een joekel van een emmer waar minstens 50 liter in past en bovendien hebben wij nog een oude aluminium pan die ook nog zo’n 12 liter kan bevatten. Dennis vangt het groene goedje op in een normale plastic emmer die ik vervolgens naar boven draag om hem te legen in het vat wat boven staat. Als het systeem leeg is blijkt dat we net genoeg hebben aan de emmer en de pan. Deze vloeistof moet later weer terug in het systeem. Vervolgens worden de leidingen losgekoppeld van de oude ketel. Ondertussen hebben Erica en ik het dakluik verwijderd. De baas van de werf komt met een heftruck voorzien van een hijshulpstuk waar een takel aan wordt gehangen. Als de ketel los is gewrikt van zijn fundament wordt-ie omhoog gehesen. Vervolgens moet de nieuwe worden geplaatst. Daarvoor moet deze eerst zo veel mogelijk worden ontmanteld vanwege de smalle opening waardoor-ie naar binnen geloodst moet worden. Als de ketel boven de motor zweeft, blijkt dat er nog een dwarsbalk moet worden verwijderd vanwege ruimtegebrek bij de motor. Met veel precisie wordt de ketel op zijn plaats gezet. Het is een hete dag, bijna 30 graden, en iedereen zweet zich te pletter. In de loop van de middag varen Erica en ik naar Rijsenhout met de bijboot om wat te eten en vooral wat te drinken. Als wij aanleggen bij de boodschappensteiger en naar het winkelcentrum iets verderop lopen blijkt de cafetaria op maandag gesloten. Dan maar naar de supermarkt waar wij een pak lauwe ijsthee kopen en appelflappen en gevulde koeken. Halverwege de terugweg stopt de buitenboordmotor. De benzine is op dus de rest van de terugweg moeten we roeien. En het is al zo warm! Als wij weer terug zijn hebben we alweer dorst.

De nieuwe ketel op zijn plaats
De nieuwe ketel op zijn plaats

De koelvloeistof wordt met behulp van een pomp en tuinslangen weer terug in de radiatoren gepompt en aangevuld met water. De wasmachine moet uit het kastje worden verwijderd om de warm- en koudwater leidingen te kunnen aansluiten. Kortom: de hele boel staat op zijn kop. Nu moeten alle leidingen worden aangepast en aangezien onze nieuwe ketel ons in het vervolg ook van warm water gaat voorzien, moeten ook die leidingen worden aangepast. De kamerthermostaat moet worden geplaatst en aangesloten.

Alles moet worden aangesloten…
Alles moet worden aangesloten…

Tegen 20:30 wordt het hele systeem in werking gezet en getest. De aanjagerventilator van de brander blaast een flinke bries door de schoorsteen en alle roet van de afgelopen winter vliegt er bovenuit en ligt even later op het dek. Het lijkt wel een kolenschip. En Erica had het zo mooi schoon gemaakt.. Alles wordt goed afgesteld en daarna kunnen de afdekpanelen worden geplaatst en kan de boel worden opgeruimd. Alle gereedschap, emmers en andere noodzakelijke zooi weer terug in de machinekamer, vloerplaten er weer op, vloerkleed dat Erica heeft geboend en mooi schoon gekregen weer op de vloer en tenslotte de meubels weer op hun plaats. Na een lange en inspannende dag vallen wij tegen 22:00 uitgeput in de stoelen. We zijn bijna te moe om nog te eten. We hebben alleen maar dorst…. Maar we hebben een nieuwe cv-ketel! Het oude geisertje is overbodig geworden maar die krijgt, als we weer in Enschede liggen, nog weer een goede bestemming bij een nieuw bazinnetje.

30-6
Wanneer wij weer boven water zijn bel ik Anton V. in Lelystad over de twee bij te plaatsen accu’s. Hij gaat regelen dat de accu’s bij ons aan het schip worden afgeleverd en belooft terug te bellen als hij meer weet. Rond 10:00 komt Dennis ons nog even bezoeken om een Nederlandse handleiding van de klokthermostaat te brengen en nog wat uitleg te geven. Wij vragen of het bezwaarlijk is nog een dag te blijven liggen omdat wij nog wel even bij willen komen van alle stress. Hij zegt dat de werfeigenaar daar moeilijk over kan gaan doen en daarom gaan wij nog een keer met de Zodiac naar het dorp om inkopen te doen en varen tegen 13:15 weg uit de Aardbeiensloot. Wij steken de Kleine Poel over, varen door de doorgang naar de Grote Poel en varen in zuidelijke richting het meer af om dan stuurboord uit de Ringvaart op te gaan. Wij moeten om onduidelijke reden wachten bij de Aalsmeerderbrug. Na passage varen wij in noordelijke richting om bij Schiphol weer te moeten wachten voor de Bosrandbrug die elk kwartier wordt bediend. Daarna moeten wij weer wachten voor de Schipholdraaibrug die aanvankelijk op dubbel rood staat en defect schijnt te zijn. Wij zien de brugwachter onder bij het draaiplateau rondscharrelen. Wat later gaat de brug toch open waarna wij na een kilometer of twee stuurboord uit de Nieuwe Meer opgaan richting Amsterdam. We varen even op naar de ingang van de Nieuwe Meersluis om te zoeken naar een ligplaats maar die vinden we niet zo snel, dus varen wij een eindje terug en gaan ten zuiden van de rode boeien voor anker.

De Nieuwe Meer bij Amsterdam
De Nieuwe Meer bij Amsterdam

Anton belt terug om te zeggen dat hij donderdagmorgen om 09:00 bij ons aan boord komt en dat tegelijkertijd de accu’s worden bezorgd. Wij spreken af in de havenkom van Almere Haven, vlak bij de Pannekoekenboot.
15:30, 2:15 uur gevaren, urenteller 2093. Km. stand 672.

vorige | volgende