vorige | volgende

Mei 2009

We hebben onze motorkruiser bij de Enschedese Watersportvereniging voor onderhoud op de wal gehad. We hebben niet alleen de onderkant van de boot moeten schilderen, maar ook de hele romp. Nu zijn we toe aan wat rust en ontspanning, dus hebben wij besloten om er op uit te trekken met ons motorjacht Vrijheid.

01-7
Het is warm als we het anker ophalen. Wij varen tot vlak voor de ingang van de Nieuwe meersluis maar moeten meteen weer achteruit omdat er eerst schepen uitvaren. Achter ons is een duwcombinatie die de sluis in wil. Wij laten deze passeren en varen er achteraan de sluis in. Erica gaat naar het kantoortje om een vignet te halen voor de Amsterdamse wateren à € 1,- per meter, geldig voor 3 dagen. De beroepsvaart heeft een hogere prioriteit dan wij en daar profiteren wij nu van, want we kunnen achter de duwbak aan de vele bruggen door richting het Afgesloten IJ. Een nadeel is wel dat de duwbak nogal wat beroering in het water veroorzaakt met zijn schroef, waardoor ik me een ongeluk stuur om de boot op koers te houden.

Duwbak voor onze neus op de Kostverlorenvaart
Duwbak voor onze neus op de Kostverlorenvaart

Nadat wij via de Kostverlorenvaart het Westerkanaal uitvaren. gaan wij stuurboord uit het Afgesloten IJ op. We moeten hier goed opletten, want het water wordt hier intensief bevaren, vooral door de verschillende veerverbindingen tussen de verschillende stadsdelen van Amsterdam. Als wij een eind opgevaren zijn worden wij voorbijgelopen door een draagvleugelboot van Connexxion. Achter het Centraal Station is druk veerverkeer naar de noordoever. Bovendien zijn er nogal wat binnenvaartschepen onderweg, maar gelukkig is het hier breed genoeg om aan alle drukte plaats te bieden. Wij naderen de Oranjesluizen bij Schellingwoude, waar wij de vaarweg moeten oversteken naar de bakboordsluis, die wordt bediend voor de pleziervaart. Wij stijgen een paar centimeter, waarna wij via het Buiten IJ even later het IJmeer opvaren. Nu is het zaak om de goede koers te bepalen waarbij ik gebruik maak van de digitale waterkaarten van de ANWB op de laptop met een externe GPS ontvanger. Wij richten onze steven op de ingang naar het Gooimeer. Het is nu een stuk rustiger varen dan een paar weken geleden toen het nog hard waaide. Na een rustige oversteek varen wij onder de Hollandse brug door om een paar kilometer verderop om 15:30 in de havenkom van Almere Haven ligplaats te nemen, aan de openbare weg waar de auto met de zware accu’s bij de boot kan komen. We hebben vandaag 35 km. gevaren. Tegen de avond gaan we eten bij… Juist, het Pannekoekschip!

2-7
Om 09:00 staan ze op de stoep (Jaja, we hebben vandaag een echte stoep) met twee accu’s van dik 60 kg, elk welke onder in de machinekamer worden geplaatst vlak bij de anderen. Nadat de zware jongens op de plek staan volgt het aansluiten. De veel te dunne oude kabels worden allemaal vervangen door dikke exemplaren met een dikke koperen kern om voldoende stroom te kunnen verwerken. Tenslotte gaat het over vermogens tot 3 Kw. Anton zweet zich het apezuur, want het is verschrikkelijk warm vandaag. Nadat alle kabels zijn aangesloten bouwt hij nog een nieuwe energiemeter in waarop wij in de toekomst precies kunnen aflezen hoeveel stroom er nog in de accu’s zit en wanneer er weer geladen moet worden. Om 13:30 zit alles waar het zitten moet. Nu kan de vloer weer dicht en kunnen de overige spullen weer op hun plaats. Nu hebben wij onze accu-capaciteit verdubbeld van 230 naar 460 Ah. Aangezien de accu’s maar tot de helft mogen worden ontladen, is de werkelijk te gebruiken capaciteit dus 230 Ah, maar daar kunnen wij in het vervolg ongeveer twee dagen mee vooruit. De Victron MultiPlus combi acculader c.q. omvormer wordt ingesteld op zijn maximale laadstroom van 70 Ampère en daarmee is de klus geklaard. Anton neemt afscheid met de boodschap dat de accu’s nog minstens 4 uur moeten opladen. Dat betekent dat wij hier nog een nacht moeten blijven. Wij gaan naar bakker Bart en eten een broodje, daarna gaan we naar de slager aan de overkant om iets lekkers te kopen voor vanavond.

3-7
Nu wij geen afspraken meer hebben (Voorlopig willen wij geen gesleutel meer!), willen wij dan toch eindelijk richting zuiden. De meest logische weg daarheen is via Amsterdam, Leiden, Gouda. Aangezien het vignet voor Amsterdam nog geldig is besluiten wij om op onze schreden (golven) terug te keren. Om 10:15 verlaten wij de haven van Almere en gaan stuurboord uit richting Hollandse Brug. Het is warm en zo goed als windstil. Er zijn dan ook weinig zeilboten op het water te bespeuren. Het water op het IJmeer is bijna zo glad als een biljartlaken. Na een mooie overtocht varen wij de monding van het Buiten IJ in.

Vuurtoren aan de monding van het Buiten IJ
Vuurtoren aan de monding van het Buiten IJ

Aan de horizon zijn inmiddels donkere wolken verschenen en de wind begint aan te wakkeren. We zijn net op tijd het IJmeer overgestoken, want Rijkswaterstaat geeft een windwaarschuwing af van 45 knopen. Naarmate wij het IJ opvaren, wakkert de wind steeds meer aan. Het water is opeens niet zo kalm meer. Na enig zoeken vinden wij de ingang van de Houthaven, waar wij even moeten wachten voor de Westerkanaalbrug. Een paar boten moeten nog een vignet kopen waarna wij tegelijk de brug kunnen passeren. Achter elkaar gaan de bruggen voor ons open.

De Kostverlorenvaart
De Kostverlorenvaart

Bij de brug bij de Admiralengracht moeten wij even wachten. Achter ons let een schipper van een plezierbootje niet goed op en vaart bijna tegen ons aan. Hij ramt nog wel onze rubberboot, maar dankzij een kreet van Erica en een harde klap vooruit met de motorbediening kan op het nippertje een botsing worden voorkomen. Net voor de laatste brug voor de Nieuwe Meersluis leggen wij even aan bij Dirk van den Broek om proviand in te slaan voor het komende weekend. Daarna laat de brugwachter van de Zijlstraatbrug ons nog een kwartier wachten. De Nieuwe Meersluis is net aan het schutten als wij aankomen. Het duurt maar even voordat wij kunnen invaren. Wij zijn de enigen in de grote sluiskolk. Even later kunnen wij om 16:30 aanleggen bij het passantensteigertje in de Nieuwe Meer, slechts enige tientallen meters verwijderd van de plek waar we drie dagen geleden voor anker lagen. 35 km.

4-7
Lekker luieren in de zon. Het is druk op de Nieuwe Meer. Allemaal mensen die genieten van het mooie weer en het water. Er wordt veel gezwommen, gewindsurft en gesjeesd met waterscooters en speedboten. Onze boot is nog helemaal vies van alle roet die uit de schoorsteen kwam tijdens het testen van de nieuwe cv-ketel. Ik pak een emmer met sop en ga aan het schrobben. Eigenlijk te gek voor woorden want de mussen vallen dood van het dak maar wij zijn het zat om al die viezigheid naar binnen te lopen. Als het hele dek geschrobd is gaat Erica naar boven. Wij zetten de dekwasinstallatie aan om de achtergebleven roet- en zeepresten weg te spoelen. Het heeft heel wat zweetdruppels gekost maar het resultaat is er naar. Eindelijk weer een schoon schip! Toch nog even een mooi plaatje van een mooie zonsondergang:

Mooie zonsondergang
Mooie zonsondergang

5-7
Het is alweer warm als we opstaan. Wij besluiten vandaag weer te gaan varen dus gaan we voorbereidingen treffen. We hebben de accu’s nu bijna voor de helft leeg en we willen een paar wasjes draaien, dus zet ik de generator op het voordek en start hem vlak voordat we weggaan. Om goed 11:30 wenden wij de steven richting Ringvaart. Na een kilometer gaan we bakboord uit en vragen de Schipholdraaibrug om een opening. Wij worden op onze wenken bediend, evenals bij de Bosrandbrug waar al een paar schepen liggen te wachten. Wij varen dit gedeelte nu voor de derde keer maar het is nog steeds even mooi, vooral bij het begin van de Oosteinder Poeltjes. Ook bij de Aalsmeerder brug hoeven wij niet te wachten. Er zijn veel bootjes op het water in alle soorten en maten en bovendien wordt er veel gezwommen, dus moet je je ogen overal hebben. Vanaf Rijsenhout komen wij op onbekend terrein. Een paar honderd meter achter de Leimuider brug gaan wij bakboord uit de Oude Wetering op, die uitmondt in het Braassemer meer.

Gezellige drukte op het Braassemermeer
Gezellige drukte op het Braassemermeer

Wij genieten van de schoonheid die dit typisch Hollands landschap ons te bieden heeft. Aan stuurboordzijde, vlak voor het pontje is een mooie plek om af te meren. Meteen daarna volgen een aantal grote jachthavens. Wij volgen de betonning naar de andere kant van het meer waar wij bij de splitsing bakboord aanhouden de Woudwetering in die overgaat in de Heimanswetering. Als men stuurboord aanhoudt belandt men in de Wijde Aa richting Hoogmade. Er is veel watersport-bedrijvigheid aan de Heimanswetering in de vorm van jachthavens, passantenhavens, horecagelegenheden met eigen aanlegsteiger en scheepswerven. Een mooie Hollandse windmolen ontbreekt natuurlijk niet.

Oud en nieuw langs de Heimanswetering
Oud en nieuw langs de Heimanswetering

Aan het eind van de Heimanswetering strijk ik de mast. Daarna gaan we wederom bakboord uit de Oude Rijn op en varen even later in de bebouwde kom van Alphen a/d Rijn. Ook hier laveren wij tussen de zwemmende en spartelende kinderen door. Vele mensen hebben hun erf aan het water met een ligweide waar vele mensen samendrommen om lekker een pilsje te drinken terwijl de kinderen in het water ravotten.

Waterpret in de tuin…
Waterpret in de tuin…

De meeste bruggen zijn tussen de 4 en 5,5 meter hoog, waardoor wij geen opening nodig hebben. De Alphense brug en de Swaensbrug zijn echter te laag, waardoor wij genoodzaakt zijn de brugwachter op te roepen. Maar als wij aan komen varen horen wij over de marifoon de brugwachter zeggen dat ze zodadelijk gaat draaien dus hang ik de spreekhoorn weer terug in de houder. Na de Swaensbrug draaien wij stuurboord uit de Gouwe op waarmee wij weer op bekend terrein zijn. De meteen achter de kruising liggende hefbrug is voor ons geen hindernis maar de daarop volgende spoorbrug wel. Wij hoeven echter niet lang te wachten. Wij passeren achtereenvolgens Boskoop en Waddinxveen waarna wij vlak voor de spoorbruggen bij Gouda om 16:00 vastmaken aan een steiger waar ook al een paar boten liggen. Wij gaan hier de nacht doorbrengen om morgen verder te varen richting Rotterdam en Dordrecht. Wij zitten tegen 18:15 aan tafel als het ineens hard begint te waaien en te regenen. Een regelrechte wolkbreuk! Wij sluiten snel alle ramen voordat ons interieur verzuipt. Het is lang geleden dat we regen hebben gehad, maar daarom hoeven wij niet meteen binnen een kwartier de schade van de afgelopen weken in te halen!
For the record: Urenteller 2111, kilometerstand van deze reis tot nu toe: 787.

6-7
Als wij wegvaren, komen wij vlak voor de spoorbruggen een hele verzameling zeilschepen tegen, die op een opening liggen te wachten. Om 10:13 exact gaan de hefbruggen open en komt alles op gang. Meteen bij de Julianasluis kunnen we met zijn allen invaren. Het gezelschap past er net in. Na de sluis varen wij op de Hollandse IJssel, een gedeelte dat eerst wordt gekenmerkt door industrie en bedrijvigheid, later overgaand in een meer agrarische omgeving. De zeiljachten hebben kennelijk haast want zij lopen ons langzaam aan vooruit. Bij Krimpen a/d IJssel varen wij onder de Algerabrug door en door de openstaande stormvloedkering. Hier stranden onze zeilvrienden want de brug is in panne en kan niet open. Vriendelijk zwaaiend varen wij verder. Een paar honderd meter voor de van Brienenoordbrug gaan wij bakboord uit de Lek op en een paar kilometer verder houden wij stuurboord aan om in de Noord te belanden richting Dordrecht. Ter hoogte van Hendrik Ido Ambacht nemen wij de Rietbaan en komen langs bedrijven waar schepen worden gesloopt. Bij Papendrecht varen wij weer het hoofdvaarwater op, de Oude Maas. Het weer is nog steeds prachtig al zien we wel op een afstand donkere wolken. Ter hoogte van de Krabbengeul gaan wij stuurboord uit de Dordtse Kil op en meteen ontvangen wij onze eerste lading regen. Gelukkig hadden we net daarvoor alles al dichtgedaan want we zagen de bui al hangen. We schieten lekker op en omstreeks 15:30 draaien we stuurboord uit het Hollandsdiep op in de afvaart richting Volkeraksluizen waar we een uur later arriveren. Na kort overleg besluiten wij door te varen want wij moeten op het grote Volkerak varen en het weerbericht heeft voor morgen windkracht 5 voorspeld. Het is nu goed te doen dus we varen na de sluis in de vaargeul speciaal voor de pleziervaart. Tegen 18:15 varen wij de Steenbergse Vliet in, gaan door de openstaande schutsluis Benedensas, en komen in een totaal andere wereld. Van een industriegebied in een natuurgebied. Wuivende rietkragen en zingende watervogels. De Vliet slingert door het platte Zeeuws/Brabantse landschap. Na een paar kilometer is er een afslag naar de Heen, een klein gehucht met een jachthaventje maar ons doel is Steenbergen waar wij een bezoek willen afleggen bij goede vrienden. De volgende afslag nemen wij en na zo’n 2,5 kilometer varen wij het stadje in. Aan het eind van dit vaarwater ligt de jachthaven maar waar wij ook kijken, alles ligt vol met boten. Wij zoeken het telefoonnummer op van de havenmeester maar die neemt niet op, ook niet op zijn mobiel. Met moeite keren wij de boot en varen een eindje terug waar wij een steiger vinden bij een bedrijfspand. 19:00 uur, een lange dag. Wij voelen dat ook wel want we zijn moe en hongerig. Met de bijboot varen wij terug naar de haven, leggen aan en gaan op zoek naar de Griek. Die is echter op maandag gesloten dus dan maar naar de Chinees. Na heerlijk gegeten te hebben varen wij terug naar de boot. Als wij daar aankomen zien wij daar voor het eerst een klein bordje met de tekst: ‘Streng verboden aan te leggen, privésteiger’. Boven aangekomen zien wij een briefje aan ons raam met het verzoek om € 25,- liggeld te betalen aan de eigenaar, 80 meter verderop. We proberen nog even de havenmeester van de jachthaven maar wederom geen gehoor. Wij hebben geen zin om zoveel geld te betalen voor zo’n ***steigertje en starten de motor, keren om en varen terug naar de Steenbergse vliet waar wij, vlak voor de monding in het Volkerak om 10:30 bij het laatste daglicht aanleggen aan een plank midden in de rivier. We zijn het helemaal zat en ploffen op de bank. Het eten was lekker maar erg gastvrij zijn die Steenbergers niet. We hadden verwacht een plaatsje te vinden voor onze boot met een walstroomaansluiting maar in plaats daarvan keren wij met onze staart tussen de benen weer terug de natuur in. Km. 878, 91 Km. gevaren. Teller 2120, bijna 10 uur…

7-7
Voordat ik dit verslag voortzet, wil ik nog even wat goed maken. In de turbulentie van gisteren heb ik vergeten wat foto’s te plaatsen. Welnu, hierbij alsnog een mooi plaatje van scheepsbedrijvigheid in De Noord:

Scheepsbedrijvigheid in De Noord

En nog een plaatje van bedrijvigheid in Dordrecht:

Bedrijvigheid in Dordrecht

We liggen midden in een prachtig natuurgebied. Tegenover ons zijn hutjes gesitueerd aan de zuidoever verscholen tussen de rietkragen. Eén daarvan wordt tijdelijk bewoond door een jong gezin met twee kindertjes. Er liggen twee kano’s voor de deur. Wij hebben met ze te doen want het weer speelt niet echt mee. Het is koud, winderig en bij tijd en wijle regent het pijpenstelen. Na telefonisch contact met de havenmeester van WSV ‘De Dintel’ spreken wij af in Dinteloord waar wij morgen naartoe willen varen. Wij genieten even van de rust maar kunnen hier niet blijven want onze koelkast is leeg dus we hebben een supermarkt nodig. In de loop van de middag knapt het weer enigszins op, de wind neemt af, tussen de 0 en 3 Beaufort en de zon laat zich weer wat vaker zien. Wij eten onze laatste voorraden op en wat later kijken wij naar het journaal. Het weer voor de komende dagen ziet er niet best uit. Vooral de windverwachting staat ons niet aan, kracht 6 uit het westen. Op dit moment is het heerlijk kalm, bijna windstil. Het is maar een uurtje varen en spontaan besluiten wij om dan maar meteen naar Dinteloord te varen. Om 20:30 verlaten wij onze plank met twee palen in de Steenbergse Vliet, varen door de openstaande sluis Benedensas het Volkerak op. Naast de gebruikelijke beroepsvaart zien wij hier en daar nog een pleziervaartuig. Het is verder kalm op het water,de meeste deining wordt veroorzaakt door de scheepvaart. Precies om 21:30 varen wij de haven van Dinteloord binnen door de openstaande Mandersluis en leggen aan bij de WSV De Dintel waar de vrouw van de havenmeester ons al tegemoet komt lopen. Zij helpt ons met het vastmaken en zorgt voor een stroomaansluiting. Wat een ontvangst! Wij mogen net zo lang blijven als we willen maar we betalen alvast voor twee nachten, € 19,80 inclusief stroom. Dat is € 0,70 per meter en € 1,50 stroom per dag. Na de gebruikelijke werkzaamheden peuzelen we de laatste restjes uit de kast op bij de televisie. 11 km., 1 uur.

8-7
Het is wat je noemt pokkeweer. Er staat een harde wind en het is regenachtig alhoewel de zon zich ook af en toe laat zien. Wij brengen de dag door met wassen, drogen en boodschappen doen. Bovendien wordt de binnenkant van de boot ook eens goed gereinigd. ’s Morgens bel ik naar Enschede voor medicijnen en Erica in de middag. Als wij rond het middaguur in Dinteloord aankomen ga ik, met de veronderstelling dat het nog veel te vroeg is, toch even naar de apotheek om te informeren of het receptje van de dokter goed is overgekomen. Tot mijn aangename verrassing is de fax al binnen en mag ik, na de gebruikelijke administratieve handelingen, de medicijnen meteen meenemen. Daarna gaan we naar AH voor de boodschappen waar wij zo dringend behoefte aan hebben. Onze koelkast zag er vanmorgen uit als een woestijn, droog en oneindig leeg. Met twee volle rugzakken en een fietstas en nog eens een plastic tas aan het stuur komen wij weer terug bij de boot. Nu hebben wij voor de eerstkomende week weer eten en drinken. Tijdens de middag ontvangen wij bezoek uit Steenbergen. Jammer dat het zo kort is want Nel heeft erg veel last van de bewegingen van de boot en wordt na een tijdje (zee)ziek.

9-7
Wij nemen het er vandaag nog even van en genieten van de rust. Omdat het nogal koud is maken wij van de gelegenheid gebruik om onze nieuwe cv uit te proberen. Er moet nog wat water worden bijgevuld maar dat is een kwestie van een kraantje opendraaien in de ketel en er zit nog wat lucht in een paar radiatoren. Daarna werkt de verwarming perfect! Wij zoeken de havenmeester en boeken nog een nachtje bij. Geen probleem. Alle lof voor WSV de Dintel voor de uitstekende accommodatie en de vriendelijke bejegening. In de middag fietsen wij nog een keer naar Dinteloord om de medicijnen voor Erica op te halen. Na de apotheek en nog een paar winkels fietsen wij weer terug naar de haven. Wij fietsen door naar het bunkerschip om een nieuwe fender te kopen omdat wij er op het onstuimige IJ één verloren hebben. En we kopen nog een paar navigatielampjes. Tot onze verbazing ligt de dieselprijs op een lage € 0,97 per liter zodat wij spontaan besluiten om morgen voordat we verder varen bij het bunkerschip aan te leggen om de dieseltank te vullen. Helaas kan er bij het bunkerschip niet worden gepind, zodat ik genoodzaakt ben nog een keer de fiets te pakken om naar het dorp te gaan voor contanten. Maar niet voordat wij nogmaals bezoek krijgen van een kennis van Erica. Ik maak nog even gebruik van de mogelijkheid de watertank te vullen, zodat wij morgen met volle tanks en koelkast onze weg kunnen vervolgen.

10-7
De regen komt met bakken uit de lucht. Wij kunnen maar niet op gang komen vandaag. Om 11:30 zitten wij nog in ons nachtgoed. Het wil ook maar niet stoppen met regen en met dit rotweer hebben wij geen zin om te gaan varen, laat staan tanken. Op de buienradar is te zien dat het tegen 12:45 zal gaan opklaren en inderdaad, tegen die tijd valt er minder water uit de lucht. Wij besluiten dan toch maar om los te gooien en varen rond 13:00 richting openstaande sluis richting bunkerstation. Wij kunnen niet doorvaren want er ligt een binnenvaartschip in de sluis die zijn auto aan boord takelt. Nadat de auto veilig aan boord is geland maakt het binnenvaartschip vaart zodat wij even later ook de sluis uit kunnen varen. We leggen aan bij de bunkerboot en tanken 500 liter diesel. Ik dacht dat er nog 450 liter bij in kon maar ik heb me kennelijk vergist in de tankinhoud. Er past namelijk 1050 liter in in plaats van 1000. Na ook nog 10 liter benzine getankt te hebben en een meter vetkoord te hebben aangeschaft hebben wij alles vol behalve de portemonnee. Nu heeft deze wel veel weg van een woestijn…
Wij keren weer terug op ons vaarwater en passeren nog een keer WSV de Dintel, passeren de Prinsenlandse brug die door de vriendelijke brugwachter meteen wordt gedraaid en laten Dinteloord achter ons. Met een matig gangetje van iets meer dan 9 km/u varen we door de Willemspolder en doorklieven achtereenvolgens Stampersgat en Standaardbuiten waarna we een paar kilometer verder tegen 15:00 aan bakboordwal vastmaken aan een plank met twee palen in de Dintel. Morgen is er weer een dag.

De Dintel
De Dintel

11-7
De Dintel is onmerkbaar overgegaan in de Mark. Het is redelijk weer als wij omstreeks 11:30 wegvaren. Er is tamelijk rustig op het water. Het valt me toch op dat er hier niet zoveel recreatievaart te bekennen valt alhoewel de schoolvakanties al zijn begonnen. Beroepsvaart trouwens al evenmin maar dat kan komen omdat het weekend is. Het eerste van de weinige obstakels die we tegen komen is de spoordraaiburg ter hoogte van Zevenbergen. Natuurlijk is deze gesloten maar dat is op zich niet verwonderlijk. Er staat een bord te lezen waarop vermeld staat dat men tot de rood-witte paal dient op te varen in verband met detectie. Ik vaar met de punt bijna onder de rails maar er gebeurt niets. Treinen zijn er ook niet. Het is muisstil. Nergens een bordje met een marifoonkanaal te bekennen. Ik trek de boot weer een eindje achteruit en daar zien we een krakkemikkig steigertje met een bordje: ‘Recreatievaart hier melden’. Ik vaar met de boeg er naartoe en leg de boot langszij, zodat Erica op de knop van de intercom kan drukken. En ja hoor, de verkeerspost meldt zich meteen en begint ook meteen met de opening van de brug. Verder ondervinden wij geen oponthoud waardoor wij al vroeg, tegen 14:30, afmeren in het passantenhaventje van Breda. Ik bel Esther, onze vriendin in Breda, om te melden dat wij vlak bij haar hebben afgemeerd. Ze is aangenaam verrast en een uurtje later ontvangen wij haar aan boord. Het is een gezellig samenzijn. Ik rij nog even met haar mee naar een Gamma om een stuk pijp te kopen met behulp waarvan het vetkoord op maat gesneden kan worden. We zijn net terug als de havenmeester het havengeld komt innen, 9,60, en wat later gaan wij met zijn drieën in Esther’s auto naar de stad om een hapje te eten. Daarna brengt zij ons weer terug naar de haven. Het afscheid is allerhartelijkst.

12-7
Wij slapen schandalig uit. Pas tegen een uur of 11 kom ik mijn bed uit, Erica maakt het nog bonter. Om 12:30 varen wij weg uit Breda, gaan stuurboord uit het Markkanaal op, een vrij breed kanaal door een fraai landschap.

Het Markkanaal
Het Markkanaal

Na 4,5 kilometer volgt de Marksluis, de eerste van een reeks sluizen die we de komende dagen zullen tegenkomen. Als ik de sluismeester oproep vertelt hij ons dat hij net aan het schutten is en dat wij zometeen in mogen varen. Er vaart een binnenvaartschip de sluis uit gevolgd door een klein motorkruisertje waarna wij in kunnen varen. De Marksluis.
Wij stijgen ongeveer een meter en gaan direct achter de sluis stuurboord uit het Wilhelminakanaal in om op de volgende sluis te stuiten, Sluis 1. Deze staat aan de verkeerde kant dus de sluiswachter moet eerst schutten voor wij hier in kunnen varen. Hier is het verval een stuk groter, zo’n 6 meter. Na sluis 1 volgt sluis II waar wij tegen 16:00 aankomen. De sluis gaat open maar het licht blijft op rood. Even later gaan de deuren weer een stukje dicht, daarna weer open. Bij navraag blijkt dat de sluiswachter moeilijkheden heeft met een sluisdeur. Even later wordt het licht groen, maar net als wij willen invaren weer rood. Ik informeer voor de zekerheid nog maar eens of wij nu in kunnen varen, waarna het licht weer groen wordt. Nu varen wij in en achter ons gaan de deuren dicht. Hier stijgen wij een meter of 3. Na sluis II komt sluis… juist, III. De sluizen zijn hier in Brabant genummerd. Wij arriveren om 16:45 bij sluis III en aangezien de bediening van de sluizen vandaag om 17:00 eindigt vraag ik de centrale bediening of wij hier mogen overnachten. Dat is geen enkel probleem en de sluismeester wenst ons een prettige avond. De kilometerteller staat op 952, de urenteller op 2131.

13-7
Wij zijn bij wijze van uitzondering eens vroeg op weg vandaag. Om 10:15 varen wij de eerste kolk van sluis III in. Er zijn stewards die netjes met een bootshaak onze tros in ontvangst nemen en over de bolder heen leggen. Het spuiwater komt door een ondergronds spuisysteem overal in de kolk naar boven dus het water in de kolk is nogal roerig. Het is dan ook zaak om de boot goed in bedwang te houden. Nadat wij een meter of 4 naar boven zijn geschut gaat het middelste paar sluisdeuren open zodat wij de tweede kolk kunnen binnenvaren.

De Vrijheid in de tweede sluiskolk van sluis III te Tilburg
De Vrijheid in de tweede sluiskolk van sluis III te Tilburg

De eerste sluiskolk van sluis III
De eerste sluiskolk van sluis III

Het Wilhelminakanaal loopt om de binnenstad van Tilburg heen, dus daar krijgen wij weinig van mee. Er is wel een stadshaven, de Piushaven, maar die laten wij rechts liggen. Het beeld wordt hoofdzakelijk gedomineerd door bedrijfsterreinen. Op onze weg rond Tilburg moeten wij een behoorlijk aantal beweegbare bruggen slechten maar dankzij de vlotte bediening is dat geen al te grote hindernis. Dat hebben we al wel slechter meegemaakt. Even voorbij recreatieplas de Beekse Bergen moeten wij even wachten voor sluis IV. Nadat een binnenvaartschip is uitgevaren kunnen wij invaren. Als wij in de kolk liggen krijgen wij onaangekondigd bezoek.
Het is een gezellig gesnater, maar als de sluisdeur opengaat moeten wij helaas toch afscheid nemen. Wij varen achtereenvolgens door Oirschot en Best waar wij de zijtak richting Eindhoven voorbijvaren. Wij maken een grote boog om Eindhoven heen en passeren een mooi stukje natuur met aan weerszijden veel begroeiing. Onderweg komen wij nog een bijzonder vaartuig tegen:

Bijzonder vaartuig

Een buitengewoon origineel ontwerp alhoewel ik er eerlijkheidshalve bij moet vermelden dat wij niet willen ruilen. Ik heb nog spierpijn van ons gedwongen roeitochtje in Aalsmeer. Net voorbij de laatste ophaalbrug over de Oranjelaan te Aarle-Rixtel gaan wij stuurboord uit een doodlopend stukje kanaal in waar een gezellige passantenhaven gelegen is. Onze kilometerteller staat op 1001. Dat betekent dat wij vandaag 49 kilometer gevaren hebben. De urenteller staat op 2138. Dus 6,5 uur.

14-7
Wij varen het doodlopende stukje weer terug en gaan stuurboord uit de Zuidwillemsvaart op, een kanaal van ’s-Hertogenbosch naar Maastricht. Het kanaal is hier vrij breed en loopt ten oosten van Helmond. Bij sluis Helmond stijgen wij een meter of wat, samen met twee vrachtschepen en een plezierboot. Het voorste vrachtschip laat tijdens het schutten de schroef aanstaan waardoor het lastig is om de boot in bedwang te houden. Het is verboden maar toch wordt het veel gedaan. Op het water wordt nogal eens nonchalant met regels en wetten omgegaan. De sluismeester moet het ook zien maar die zegt niets. Voorbij sluis Helmond varen wij de aansluiting voorbij van de Oude Zuidwillemsvaart die vroeger dwars door Helmond voerde. Er kan tegenwoordig niet meer door de stad gevaren worden. Een logisch gevolg van de vele beweegbare bruggen die in het centrum voor het straatverkeer voor veel oponthoud zorgden. Dus wordt er een kanaal om de stad heengegraven. Dat hebben wij bij Eindhoven gezien en bij ’s Hertogenbosch is men ook bezig met een omleidingskanaal. Nog geen drie kilometer na de aansluiting volgt sluis 10 waarvan de kolk een stuk kleiner is waardoor het laatste vrachtschip op de volgende schutting moet wachten, evenals wij. Wij vinden dat niet zo erg omdat we dan meteen van het vervelende schroefwater van het voorste vrachtschip verlost zijn. De volgende sluizen zijn allemaal ongeveer van dezelfde afmetingen zodat wij samen met het laatste vrachtschip en de andere motorkruiser opschutten. Achtereenvolgens passeren wij sluis 11, 12 en 13 in dezelfde samenstelling. Na sluis 13 komen wij aan bij een passantenhaventje ter hoogte van Nederweert aan de bakboordzijde. Het is echter een klein haventje met boxen geschikt voor kleine bootjes dus wij passen er niet in. Bovendien ligt het vol. Tot onze verbazing zien wij de originele roeiboot Wim liggen die wij gisteren gepasseerd zijn (zie laatste foto). Die jongen moet wel flinke spierballen hebben en/of de hele nacht doorgeroeid hebben om hier nu al aangekomen te zijn. Van onze mede-sluisgenoten van de andere motorkruiser horen wij dat er in Weert een leuke passantenhaven is. Wij besluiten daar naartoe te gaan. Dus gaan wij een kilometer verderop stuurboord uit en volgen de Zuidwillemsvaart die naar Weert en naar België leidt. Maar eerst moeten wij nog naar boven schutten in sluis 15 waar we even moeten wachten tot de sluis naar beneden geschut is. Voor ons vaart een zwaar geladen vrachtschip in, daarna mogen wij invaren. Na een meter of 7 gestegen te zijn vaart eerst het vrachtschip uit waarna wij volgen. Het schip vaart maar 6 km/u en wij kunnen op het smalle kanaal niet passeren dus blijven wij er achter hangen tot wij in Weert in het passantenhaventje aanleggen in een box. Het havengeld bedraagt € 7,-- per schip, ongeacht de lengte, inclusief 16 A. stroom en water. De uiterst vriendelijke havenmeester helpt ons vastmaken. Tegen de avond lopen wij de stad in om een hapje te eten. Ha! Eindelijk een Griek! 34 km. afgelegd in 7 uur.

15-7
Weert is een leuk stadje. De passantenhaven ligt dicht bij het gezellige centrum. Het Dorpsplein doet mij denken aan Enschede met zijn oude markt omringd met terrasjes. Zo ziet het er in Weert ook uit, alleen wat kleiner. In de middag gaan we boodschappen doen in een winkelcentrum zo’n 500 meter van de passantenhaven. Wat later in de avond gooi ik de slang overboord om water te nemen. Het is even zoeken naar de kraan maar die blijkt in een stalen kast te zitten tegen de begroeiïng. De havenmeester vraagt of ik de kast op slot wil draaien als de tank vol is. Op het informatiebord bij de haven staat te lezen dat de haven bedoeld is voor schepen tot 10 meter. Wij zijn wel wat langer maar daar doen ze dus niet moeilijk over. De haven is trouwens ruim genoeg voor schepen die wat langer zijn dan 10 meter dus niemand heeft last van ons.

16-7
Rond 10:15 varen wij weg uit de passantenhaven te Weert, om onze weg richting Maas te vervolgen. De brug in de Zuidwillemsvaart wordt meteen bediend, zodat wij zonder vaart te minderen door kunnen varen. Voor sluis 15, waar wij weer af moeten schutten, wachten wij op het uitvaren van een vrachtschip. Wanneer wij in de kolk liggen roept de sluiswachter ons toe dat wij niet vast hoeven te maken tijdens het schutten op voorwaarde dat wij achter in de kolk blijven liggen. Zo zakken wij, vrij drijvend in de kolk, een meter of 7 om direct achter de sluis stuurboord uit het kanaal Wessum-Nederweert op te draaien. Wederom hebben wij het gevoel alleen op de wereld te zijn. Zover wij kunnen kijken geen mens te bekennen, op een enkele visser na. Na een uur varen komen wij eindelijk wat schepen tegen. Het 13 kilometer lange kanaal is tamelijk saai. Dan arriveren wij bij sluis Panheel waar wij, na uitvaren van twee vrachtschepen, mogen invaren in de bakboordsluis. Het schutten verloopt aanvankelijk vrij traag maar dan zakken wij ineens als een baksteen naar Maasniveau. Enkele honderden meters na de sluis gaan we bakboord uit de Maas af, houden een eindje verderop bij de splitsing Heel-Linne rechts aan en varen de openstaande sluis Linne in. Samen met nog een paar plezierbootjes schutten wij 5 meter af en gaan meteen achter de sluis scherp stuurboord en meteen weer bakboord de Oolerplas op, een oude zandafgraving die nu wordt gebruikt voor recreatie. Meteen na de ingang gaan wij bakboord uit het Griend op. Griend, Oolerplas een paar kilometer ten zuidwesten van Roermond.
De afmeerplekken zijn allemaal bezet dus wij zoeken een geschikte plaats en laten rond 13:45 het anker vallen. 24 km., 3,5 uur.

17-7
Een dag rust. Ik plaats twee strengen vetkoord in de schroefasgland.

18-7
Rond 10.30 halen wij het anker op en varen stuurboord uit de Maas op. Als wij bij sluis Roermond aankomen staat deze al open zodat we meteen in kunnen varen. Na een meter of 4 gezakt te zijn komen wij een paar honderd meter verder tesamen met het lateraalkanaal waar hoofdzakelijk de beroepsvaart gebruik van maakt. Het weer valt hard mee gezien de onheilsberichten over zware buien en rukwinden. De zon laat zich regelmatig zien en er staat een matig windje uit het westen. We zakken de Maas af met ongeveer 1 km/u stroom mee. Wat is het toch rustig op het water. Als de helft van de inhoud van de vele vrachtwagens die nu onze snelwegen verstoppen zou worden verscheept was in één klap het fileprobleem opgelost. We komen slechts af en toe een plezierboot tegen en de beroepsvaart is slechts sporadisch aanwezig. 16 kilometer na sluis Roermond komt sluis Belfeld in zicht. Er zijn drie sluiskolken en net als wij bij de sluis aankomen, horen wij op de marifoon een vrachtschip oproepen. Wij laten het vrachtschip passeren en vragen aan de sluismeester of we mee mogen schutten. Dat mag, dus hier kunnen wij ook vrijwel meteen invaren. Na sluis Belfeld komen wij in een fraai landschap terecht.

De Limburgse Maas
De Limburgse Maas

Wij passeren Tegelen met zijn fraaie klooster en kerken. Daarna passeren wij Venlo en Arcen. Er zijn, net als bij de meeste rivieren het geval is, weinig of geen aanlegplaatsen voor de pleziervaart. Hier in daar is een passantenhaventje maar niet geschikt om te overnachten omdat het te onrustig is. Bij kilometerraai 134 gaan wij stuurboord uit het Leukermeer op om een plek voor de nacht te kiezen.

Het Leukermeer
Het Leukermeer

Er zijn veel aanlegplekken, maar daarvan zijn de oevers glooiend, zodat je met de kop op de oever moet varen en met een anker achter vast moet leggen. Wij hebben geen hekanker, dus varen wij naar het eiland in het midden van het meertje en gaan daar gewoon voor anker. Met de bijboot varen wij naar het café-restaurant om een hapje te eten. Het eten is vrij duur en matig van kwaliteit. Er is vanavond een ‘Hollandse Avond’ die om 20:00 uur begint. Wij zijn op tijd weg voordat het lawaai een aanvang neemt.
Km. 1119, dus 60 km en urenteller 2156. 6 uur gevaren.

19-7
Voordat wij weg gaan wil ik eerst het stuurboordlicht repareren. Er blijkt een zekering stuk te zijn en aangezien ik geen geschikte zekering aan boord heb repareer ik de defecte zekering tijdelijk door er een stukje zilverpapier om te wikkelen. Wij zijn nog maar nèt op de Maas of er breekt een noodweer los. Het is behoorlijk donker en de regen komt met bakken uit de lucht. Het geheel gaat gepaard met stevige windvlagen. Wij ontsteken de navigatieverlichting om ons goed zichtbaar te maken voor de overige scheepvaart. De bui duurt ongeveer een kwartier, daarna is het weer helder. Er is veel vee te bespeuren op de weiden langs de Maas, zowel koeien als schapen. Hier en daar staan ook paarden in de wei.

Paarden langs de oever
Paarden langs de oever

Wij schieten lekker op en passeren Vierlingsbeek en Afferden als een goede kilometer verderop sluis Sambeek in zicht komt. Ook hier hebben wij geen oponthoud doordat de middensluis al open staat waar wij zo in kunnen varen. Na een paar meter afgeschut te zijn vervolgen wij onze weg. In de buurt van Gennep hoor ik een vreemd gebonk dat ik niet thuis kan brengen. Ik vraag me af wat het kan zijn. Even later verdwijnt het weer maar het komt toch weer terug. Een kort onderzoek wijst uit dat het niet van het schip afkomstig is dus moet het van buiten komen. Als wij Cuijk naderen wordt de herkomst van het geluid duidelijk. De kade is omgetoverd tot feestgebied en vanaf het podium klinkt het harde dreunen uit de luidsprekers. Later op de dag realiseren wij ons dat het te maken moet hebben met de Vierdaagse in Nijmegen die komende week een aanvang neemt. Naarmate wij Cuijk achter ons laten sterft het geluid weer weg. 1500 meter voorbij Mook houden wij rechts aan en varen het Maas-Waalkanaal in. Bij de openstaande sluis Heumen hebben wij weer geluk en kunnen doorvaren nadat het vrachtschip uit de tegenovergelegen richting uit de weg is. Het is een uur of vier als in de verte sluis Weurt opduikt. Via de marifoon vraag ik of wij hier kunnen overnachten. Dat is geen probleem. De aanlegsteiger speciaal voor Sport is gelegen tussen de twee sluiskolken.
Uren 2160, km. 1162. 43 kilometer afgelegd in ruim 4 uur.

20-7
Als ik tegen 10:15 sluis Weurt oproep voor een schutting ontstaat er enige verwarring. De marifoon zwijgt plotseling in alle talen en even later wordt over de luidspreker omgeroepen dat Motorjacht Vrijheid de marifoon geblokkeerd heeft. Wij hebben meer dan één marifoon aan boord dus ik schakel over op kanaal 10 terwijl Erica de marifoon beneden aanzet en doe een testuitzending. Er blijkt niets aan onze marifoon te mankeren dus moet het iemand anders zijn die het radioverkeer lamlegt. Er wordt nog wel omgeroepen dat wij zodadelijk in de stuurboordsluis kunnen invaren dus maken wij alvast los en varen achteruit.

Uitvarend zeilbootje uit de enorme sluiskolk van sluis Heumen
Uitvarend zeilbootje uit de enorme sluiskolk van sluis Heumen

Even later varen wij de kolk binnen en gaan helemaal vooraan liggen naast het binnenvaartschip dat als eerste is ingevaren. De marifoon is weer vrij want nu hoor ik dat er nog een vrachtschip bij in komt. Er zijn achter ons al een paar plezierboten ingevaren en her en der gaan liggen. Nu ontstaat er enige verwarring, want een paar plezierboten moeten verhalen om aan het tweede vrachtschip plaats te bieden. Nadat de kolk opnieuw is gerangschikt gaan de deuren dicht en zakken wij een meter. Nadat ik mij gemeld heb bij verkeerspost Nijmegen gaan wij in de opvaart de Waal op. Meteen is de sterke stroming te voelen. Ik geef wat gas bij en draai nu 1700 toeren bij een snelheid van 6 tot 7 km/u. Door tussen de kribben te varen kan ik een snelheidswinst maken van 3 tot 4 km/u zodat we toch nog gemiddeld 10 km/u kunnen varen. Na 20 kilometer ronden wij de kop van Pannerden en gaan in de afvaart het Pannerdensch Kanaal af.

Fort Pannerden
Fort Pannerden

Meteen loopt onze snelheid op tot 15 à 16 km/u. Na 11 kilometer houden wij stuurboord aan en gaan de Gelderse IJssel af. Na het vrij drukke verkeer op de Waal is het hier plotseling weer stilletjes met de scheepvaart. Ter hoogte van de Rhedense Plassen krijgen wij nog een flinke plensbui over ons heen maar daarna klaart het weer op en komt de zon te voorschijn. Rond 16:00 varen wij het passantenhaventje van Doesburg in waar nog net een paar plekken vrij zijn. Wij maken vast aan een bedenkelijk zwabberende vingersteiger. Niets te vroeg want we liggen nog maar net of er komen nog een aantal schepen binnenvaren die, met veel schuif- en verhaalwerk en dubbel liggen nog nèt een plaatsje kunnen vinden. Wij zetten de fietsen overboord en gaan het stadje in om wat te eten en om levensmiddelen aan te schaffen.
Uren 2165, 5 uur en km. 1214, 52 km.

21-7
Zoals gewoonlijk varen wij rond 10:30 weg uit het inmiddels behoorlijk leeggelopen passantenhaventje van Doesburg. Het is mooi weer met een zonnetje en niet teveel wind. Wij zakken de IJssel af en passeren Dieren, Bronkhorst en varen rond de middag langs Zutphen.

Zutphen
Zutphen

Een eindje voorbij Zutphen gaan wij het toeleidingskanaal naar de Twentekanalen op. Als wij onder de spoorbrug zijn horen wij een vrachtschip aan sluis Eefde om een schutting vragen. Ik roep hem ook op en vraag of we mee kunnen. Hij ontkent en wij bereiden ons al voor op een lange wachttijd. Als wij de bocht om komen en de sluis in zicht krijgen zien wij de deur nog open staan. Meteen vraagt de sluismeester aan het invarende schip om wat naar voren te schikken omdat er nog een jacht bij in komt. Wij zijn dichter bij dan hij dacht. Dat is mazzel! Wij gooien er een paar briketten bij op en varen even later in. Nadat wij naar boven geschut zijn varen wij het vrachtschip, een duwcombinatie, voorbij. Tot Lochem is er aardig wat verkeer maar daarna is het kanaal op een enkel plezierjacht na weer helemaal voor ons alleen.

Een erg leeg Twentekanaal…
Een erg leeg Twentekanaal…

Vlak voor Goor worden wij opgelopen door een leeg vrachtschip dat, zoals ik mij van het marifoonverkeer kon herinneren, naar Hengelo gaat. Wij erachteraan. Als bij sluis Delden het vrachtschip een schutting aanvraagt, vraag ik of wij mee naar boven mogen. Wij kunnen zo achter de Christina aan. De sluismeester komt ons vragen of wij nog naar Enschede willen. Natuurlijk willen wij dat. Tegen 17:20 komen wij bij sluis Hengelo, welke al helemaal voor ons gereed staat. Wij kunnen zo invaren. Wat een luxe! De sluis wordt alleen voor ons geschut. Negen meter hoger varen wij uit om het laatste deel van deze reis af te leggen. Rond kwart over zes leggen wij aan in de jachthaven van Enschede.
De urenteller staat op 2173. Dat betekent dat wij 176 uur gevaren hebben in 8 weken. We hebben 1288 kilometer afgelegd.

Erica en Hans, Motorjacht Vrijheid