Mei 2010

Eindelijk! Na een veel te lange periode van stilliggen in de haven van Enschede kunnen we weer even gaan varen. Acht maanden heeft ons trouwe schip Vrijheid werkloos aan de kade gelegen. Op Koninginnedag gaan wij alvast aan boord, want voor we weg kunnen is er nog het een en ander te doen. De wintertent moet opgeborgen, het zonnedak geplaatst, de bijboot in de davits. Vorige week is de mast voltooid. We hebben nu een superdeluxe satellietschotel boven op de top van de mast staan en de radardome is iets naar onderen op een mooie RVS houder geplaatst. Omdat de mast nu toch wel iets te zwaar is geworden om te tillen, heb ik een maststrijk-takellier op de mast gemonteerd. Dat maakt het leven een stuk gemakkelijker! Dinsdag 4 mei doen we de laatste inkopen. Nog één nachtje slapen…

5-5
Urenteller 2268
Nadat we zorgvuldig onze reis hebben voorbereid, wacht mij toch een verrassing, als ik voor vertrek nog even het koelwaterpeil van de scheepsdiesel controleer. Het reservoir is zo goed als leeg. Zo gaan we niet weg, dus moet de vloer even open om de vulopening bereikbaar te maken. Een keteltje met water is voldoende. De rest is gelukkig allemaal in orde, dus kunnen we beginnen met onze reis. Terwijl ik de motor start, haalt Erica alvast het stroomsnoer binnen. Daarna maken we de trossen los en gaan op weg naar onze eerste hindernis: sluis Hengelo. Het weer is niet onaardig: bewolkt met af en toe zon met een mager temperatuurtje van zo’n 13 graden. Er is vrijwel geen wind. Via de marifoon verzoek ik de sluiswachter ons op Bevrijdingsdag uit het hoogste kanaalpand van de Twentekanalen te ‘bevrijden’. Hij vertelt ons dat hij even wacht met schutten op een binnenvaartschipper, die vanuit Delden moet komen. We wachten meer dan een uur. Nadat de zwaar beladen vrachtschuit uit de sluis is gevaren kunnen wij erin. Negeneneenhalve meter lager varen wij weer uit en zetten koers naar de volgende horde: sluis Delden.
Sluis DeldenDaar aangekomen roep ik de sluiswachter aldaar op en deze vraagt ons even aan bakboordzijde vast te maken. Hij is net een vrachtschip naar boven aan het schutten. Er ligt al een plezierbootje te wachten. Dit is precies in het midden van de steiger gaan liggen, maar zodra wij de steiger naderen, komt hij van de sluis aangelopen en verhaalt zijn boot om voor ons plaats te maken. Het is een Oostenrijker met zijn vrouw. Wij maken even een praatje. Hij vertelt ons dat de schoonmoeder van hun dochter in Oldenzaal woont en dat zij haar een bezoek hebben gebracht. Tja, je bent wel wat langer onderweg (14 dagen) dan met de auto, maar je kunt in ieder geval van de omgeving genieten tijdens de vaart. Bovendien zijn ze allang met pensioen, dus hebben ze de tijd. Wat later gaan we samen de sluis in en zakken zes meter. We laten de Oostenrijker al gauw achter ons en vervolgen de vaart. Het is rustig op het Kanaal. Af en toe komen we een vrachtschip tegen. Onderweg ontdekken wij dat wij ons fototoestel in het huis hebben laten liggen. Tja, dat krijg je met meerdere adressen… Deze keer helaas een verslag zonder de foto’s. Zonder verdere bijzonderheden komen wij aan bij sluis Eefde, waar wij tegen 15:45 uur vastmaken aan de passantensteiger aan de bovenzijde van de sluis. Er liggen nog een paar boten, waaronder een uit Enschede. We vernemen dat er goed kan worden overwinterd in Kampen. Wij besluiten daar in de loop van de zomer ons licht op te steken over de mogelijkheden. Het is druk in de sluis. We hebben al wel rustiger gelegen, maar ondanks, of misschien wel dankzij, de schommelingen slapen we als een roosje.
Uren: 2275, 45 kilometer.

6-5
We zijn vroeg op. In tegenstelling tot de weerberichten is het nog steeds mooi weer. We kijken voor de zekerheid nog even naar de weerberichten op internet, maar het ziet er goed uit voor de komende uren. Om een uur of negen maken we los. Het is lastig wegkomen van de binnenkant van de jachtensteiger. We hebben nauwelijks een meter speling tussen steiger en wal. De schroef raakt zelfs de bodem, wat mij angstig doet vrezen voor schade. Gelukkig valt het mee, want even later varen we achteruit in ruim vaarwater. We horen van de sluismeester dat wij, nadat er een vrachtschip in de opvaart uit de sluis is gevaren, achter een vrachtschip in de afvaart de sluiskolk mogen invaren. We maken nog even vast aan de wachtsteiger voor jachten, want de sluis moet nog eerst omhoog komen. Een kwartier later wordt de grote sluisdeur geheven en komt er langzaam een schuit van bijna honderd meter uitgevaren. Ik sta boven bij het roer en Erica staat in het gangboord bij de tros, als ons schip plotseling een heftige zwieper maakt naar bakboord. Ik kan nog net op de benen blijven en ik zie dat Erica ook moeite heeft om zich staande te houden. We schrikken ons lam! Een ogenblik later begrijp ik wat er gebeurd is. Het uitvarende vrachtschip vaart op volle kracht en de schroef is zo krachtig, dat deze in één keer een grote schep water onder onze kiel wegtrekt. Nadat wij van de schrik zijn bekomen, varen wij de sluis in en leggen aan achter de beroepsvaart. Daarna varen wij nog de laatste twee kilometer, voordat we stuurboord uit de IJssel afgaan. Het zonnetje schijnt, maar er staat wel behoorlijk wat wind uit het noorden, die we bij tijd en wijle op de kop hebben. De IJssel is erg rustig. Slechts af en toe hebben wij een tegenligger en daarvan zijn de passagiersschepen sterk in de meerderheid. Achtereenvolgens passeren wij Deventer, Olst, Wijhe om een paar kilometer voor Zwolle de ingang van het Apeldoorns Kanaal in te varen. Een paar honderd meter verder komen wij aan bij de enige jachthaven van Hattem, het stadje dat wij willen bezoeken vanwege het Anton Pieck Museum. De havenmeester laat ons weten dat wij geen gebruik kunnen maken van walstroom. Omdat we vrij vroeg zijn aangekomen, besluiten wij om de vouwfietsen overboord te zetten en eerst het museum gaan bezoeken. Hattem is een leuk stadje met een rijk verleden. De sporen van dat verleden zijn nog uitgebreid te bewonderen. Smalle straatjes en oude huizen met mooie gevels. We begrijpen waar Anton Pieck zijn inspiratie moet hebben gehaald, toen hij als kind door het stadje doolde. Het museum was dik de moeite waard, alhoewel het aantal te bewonderen kunstwerken wat tegenviel. Veel van zijn werk is nog onder de mensen. Wij vernemen dat slechts minder dan 20% in het museum te bewonderen is. Na terugkomst bij de boot slinger ik de generator aan om onze accu’s bij te laden.
Uren 2280, 97 kilometer.

7-5
Als we opstaan, is het dan toch rotweer. Het is koud en nat. We waren al bang dat het klimaat toch plotseling veranderd was, maar nee hoor, het is echt Hollands Rotweer. We doen er iets langer over om ons reisvaardig te maken, maar kort voor 10:00 uur starten we de motor. Nadat we de jachthaven uit zijn, willen we even een kijkje nemen op het Apeldoorns Kanaal, dus draaien we stuurboord uit richting Hattem. Vlak na de bocht naar links lopen we al gauw tegen een gesloten brug aan zonder bediening. Daarom maken we rechtsomkeert en gaan richting IJssel. De kust is veilig, dus draaien we bakboord uit de IJssel op richting Kampen. We gaan stroomafwaarts en stuiten na een minuut of vijf op de spoorbrug die te laag is voor onze mast. Daarom laat Erica de mast een stukje zakken met onze nieuwe lier. Dat gaat zonder enige moeite. Als we de brug gepasseerd zijn, gaat-ie weer omhoog. Blauw van de kou komt Erica weer in de stuurhut, waar het trouwens ook maar een graad of 12 is, maar met de jas aan is het goed uit te houden. Wederom valt ons op hoe leeg ons vaarwater is. Geen enkele afvaart en pas na bijna twee uur worden we vlak voor Kampen opgelopen door een lege vrachtschuit. Pleziervaart is al helemaal nergens te bekennen. We besluiten om in Kampen onze reis te onderbreken. Vlak voor de hefbrug draaien we stuurboord uit naar de smalle betonde vaargeul die de ingang vormt van de kleine jachthaven van WSV IJsselmuiden aan de oostelijke oever van de IJssel. De havenmeester komt ons al tegemoet lopen over een splinternieuwe steiger. Hij wijst ons een plek aan en nadat we het schip gedraaid hebben, leggen we aan. Een uur of zo later komt hij weer terug. De plek die we innemen is bestemd voor andere bootbezitters, die onverwacht hun plek komen opeisen. Wij worden verzocht aan de andere kant van de steiger te gaan liggen. Ik heb zo mijn twijfels over de diepgang aldaar. De havenmeester beweert echter dat er genoeg water is, dus steek ik de boot met de kont in de geul tussen de steiger en het schiereilandje dat de scheiding tussen de jachthaven en de IJssel vormt. Even later lopen we vast. Ik had dus toch wel gelijk! Nadat ik de boot weer vlot heb gekregen, krijgen we wat verder in de haven een box toegewezen, dus vaar ik de boot achteruit verder de haven in, draai de punt naar de box en vaar in. De mannen van de jachthaven zijn erg behulpzaam met vastmaken. Even later kan de stekker weer in het stopcontact en kan de honger van onze altijd gulzige accu’s weer worden gestild. Verder maken we er een lekker rustig dagje van.
Uren 2282, 114 kilometer.

8-5
Het loopt tegen half elf als we besluiten verder te gaan. Onze buren starten gelijk met ons de motor. Beleefd zoals we zijn laten wij onze buren eerst wegvaren. Erica heeft de rekening betaald: € 12,– inclusief stroom en de rest. Dat is een goed adresje om te onthouden. Het weer is iets vriendelijker. Het is weliswaar bewolkt en af en toe valt er een sputtertje regen, maar het is nagenoeg windstil als we uit de haven van IJsselmuiden wegvaren. Onze buren zijn al een flink stuk voor ons uit. De IJssel wordt hier allengs breder en de stroming minder. Een eind voorbij Kampen gaan wij recht vooruit het Ganzendiep in en na een poosje komen wij uit in het Ketelmeer. Meteen houden wij bakboord aan en volgen de betonning naar de vaargeul van het Vossemeer. Het lijkt wel of alle schippers uitgestorven zijn. Wij zijn de enige overlevenden. Wijd en zijd geen enkele scheepvaart te bekennen. Ja toch, er zijn toch nog een paar bootbezitters die net zo gek zijn als wij. En toch valt het reuze mee met het weer. Het is niet warm, ook niet boven in de stuurhut onder de tent, maar met het jasje aan is het toch goed uit te houden. Op de dijk zien we plotseling een groot aantal politiemotorfietsen. Even later zien we een paar wielrenners op de dijk. De Giro ’d Italia? Die start toch in Amsterdam? Zouden ze verdwaald zijn? Even later worden we ingehaald door het peloton. We hebben lekker de gang erin, rond 12 km/u. Als we de Roggebotsluis naderen zien we dat de deuren net dichtgaan, dus maken we even vast aan de wachtsteiger. Tien minuten later gaan de deuren open en komen er vier pleziervaartuigen uitgevaren. Even later mogen wij binnenkomen. Meteen achter ons gaan de sluisdeuren weer dicht, want we worden als enige geschut. Na dit korte oponthoud vervolgen wij onze weg over het Dronter meer richting Elburg. Onderwijl is Erica buiten en poetst de kilo’s zand van de dekken en steekt de regenafvoerbuisjes door met een stuk ijzerdraad. Een verontwaardigde spin verlaat zijn schuilplaats. Naarmate de tijd vordert, begin ik het toch wel koud te krijgen. Ik vaar al minuten lang met losse handen. Het schip volgt kaarsrecht de vaargeul. Ik wil Erica niet storen bij haar arbeid, dus daal ik af naar de roef en loop door naar de kombuis om een appel te pakken. Na kort overleg besluiten wij om, in tegenstelling tot vorige keren als wij in Harderwijk waren, de bewoonde wereld op te zoeken voor een ligplaats. Tegen half drie varen wij over het aquaduct en gaan bakboord uit om enige minuten later de Vissershaven binnen te varen. Wij vinden een plekje aan de kade vlak voor het ophaalbruggetje en de molen. Wij wandelen even richting Strandboulevard. De toeristen die normaal over de boulevard flaneren, zijn overduidelijk afwezig. De vele restaurantjes en visstalletjes hebben niets te doen. We eten een overheerlijke portie kibbeling en gaan met een omweggetje langs de bakker weer terug naar de boot. Onderweg kwamen wij langs een pannekoekenrestaurant en wij kunnen het niet laten om tegen 17:30 uur terug te lopen naar het pannekoekenhuis om daar lekker te smikkelen.
Uren 2287, km. 165.

9-5
Het is zondag, de dag des Heeren. We nemen lekker een dagje vrij. Het is koud buiten, dus blijven we lekker binnen.

10-5
Tegen 10:15 maken we los van de jachthaven in Harderwijk. De meeste passanten zijn al vertokken, want de haven is bijna leeg. Nadat we de haven zijn uitgevaren, gaan we stuurboord uit en varen over het aquaduct, waarna we bakboord aanhouden, richting de vaargeul ten noorden van de Harderbrug over de N302. We steken de vaargeul recht over om daarna de voorhaven van de Blauwe Dromer in te varen, de sluis bij het gemaal Lovink die toegang verschaft tot de Flevopolder. De sluis heeft geen marifoon, dus moeten we even aanleggen, zodat Erica aan land kan gaan om de intercom te bedienen. De sluis moet even omgezet worden en als een paar minuten later de deur opengaat, varen we het smalle sluisje binnen. Even later zakken we tamelijk snel vijf meter naar polderniveau. Als we beneden uitvaren, wanen wij ons in een volkomen andere wereld. Het is een grote overgang van het wijde vaarwater van het Veluwemeer naar het tamelijk smalle vaarwater van de Hoge Dwarsvaar,t die later overgaat in de Hoge Vaart en dwars door de Flevopolder naar het noorden loopt. Het kanaal doorklieft het Harderbos, een natuurgebied dat meer dan de moeite waard is om doorheen te varen. Wederom wanen wij ons alleen op de wereld. Het enige gezelschap wat wij hebben zijn de grote aantallen verschillende watervogels, die hier hun habitat hebben. Het is een schitterend landschap, dat hoofdzakelijk bestaat uit bos en struikgewas, hier en daar doorspekt met kunstmatig aangelegde poeltjes, die een uitstekend broedgebied vormen voor de watervogels. Erica heeft een wasje gedraaid en even later hangt het natte goed op het achterdek te wapperen in de wind. Na een uur wordt het bos allengs afgewisseld door wat landbouwgrond en tulpenvelden. Het is een kleurrijk geheel. In een groot veld met groen gewas steekt plotseling een zwanehals boven het groen uit. Het is een koddig gezicht, alsof de zwaan is ondergedoken en zijn hals gebruikt als periscoop om boven het maaiveld uit te kunnen kijken. Kennelijk is de zwaan aan het broeden op haar voor ons onzichtbare nest. Ongeveer halverwege de vaart passeren wij Biddinghuizen. Even worden wij toegezwaaid door passanten, die aan de steigers van de gemeente liggen. Daarna gaan wij wederom de eenzaamheid in.
De vaart mondt uit bij de sluis van de Ketelhaven en maakt toegang naar het Ketelmeer mogelijk. Net voor ons komt een klein vrachtschip links de Lage Vaart uitvaren en schiet net voor ons uit de sluis in. Meteen gaan de sluisdeuren dicht, want het is ook maar een vrij kleine sluis, waardoor wij er niet meer bij in passen. Daarom maken wij even vast aan de wachtplaats voor de volgende ronde. Het duurt niet lang voordat de sluis weer begint te spuien. Dit gaat met donderend geraas. Kennelijk heeft de sluismeester haast ons van dienst te zijn en hij laat zo snel mogelijk de sluiskolk leeglopen. Nog geen vijf minuten later gaan de hoge sluisdeuren alweer voor ons open en kunnen we binnenvaren. Achter ons komt nog een (ex-)sleepboot aanvaren, die nog achter ons de sluiskolk binnenvaart. We varen aan de bovenkant uit en steken het Ketelmeer over naar de monding van het Ramsdiep ter hoogte van Schokkerhaven. We passeren de Ramspolbrug en varen even later over het Zwartemeer, een breed water met een betonde vaargeul. Na 11 kilometer gaan we vlak voor het Vogeleiland stuurboord uit het Zwols diep op richting Zwartewater. We passeren Genemuiden en in Zwartsluis gaan we bakboord uit onder de brug door het Meppelerdiep op. Na ongeveer 10 kilometer arriveren wij in Meppel. We willen in de gemeentehaven liggen en vragen aan de verkeerspost om bediening van de kleine Kaapbrug. Deze gaat prompt voor ons open en we nemen een kijkje in de doodlopende haven. Er is echter geen geschikte ligplaats voor ons, dus vragen we nogmaals om een opening en varen meteen achter de brug bakboord uit om een paar honderd meter vlak voor de Meppeler sluis vast te maken aan de bakboordoever. Inmiddels is de was droog.
Uren 2294, km. 234.

11-5
We worden met een zonnetje wakker. Eindelijk! Het is zowaar warm in de kajuit. Terwijl Erica begint schoon schip te maken, zet ik een fiets overboord om brood te kopen. Een paar honderd meter van onze ligplaats is een Aldi, waar ik krentebolletjes en witte bollen koop. Wat later zitten we aan een uitgebreid ontbijt. In de middag duik ik onder in de machinekamer om de accu’s bij te vullen met gedestilleerd water. Eerst de startaccu’s aan de ene kant. Dat werd tijd, merk ik, want er gaat aardig wat bij in. Het zijn ook flinke accu’s, 2 X 12V 180AH, 6 cellen per stuk, dus dat zijn twaalf cellen. Daarna komt de andere kant aan de beurt, waar de serviceaccu’s staan, 4 X 12V 230AH, in totaal 24 cellen. Ongeveer halverwege is het gedestilleerd water op dus besluiten wij op pad te gaan om te kijken of we ergens wat kunnen kopen. De tweede fiets gaat overboord en bij de eerste passantenhaven achter de Kleine Kaagbrug vragen we de weg. Een eindje verderop is een Gamma en daar hebben ze automaterialen. Wij kopen twee liter gedestilleerd water en vijf liter koelvloeistof voor de motor. Daarna fietsen we weer naar de boot. Dat gaat niet gemakkelijk, want we zijn de weg kwijtgeraakt. Zo krijgen we ongewild een sightseeingtour door Meppel. Na vele omzwervingen vinden we onze boot terug. Ik maak het karwei af en daarna kan de vloer weer dicht en de stoelen op hun plaats. Tegen de avond begint het te regenen. Ik kook een maaltijd van onze laatste voorraad en hebben verder een rustige avond bij de TV.

12-5
Het is herfstachtig als we uit bed komen. De regen trommelt op het dek. Als we gedouched hebben, maken we de trossen los en varen weg. We kunnen onderweg ook wel een boterham eten. Tijdens het varen zet Erica nog even de wasmachine aan. Zolang we nog tussen de bebouwing en de bebossing zitten gaat het nog wel, maar op open land waait het flink. Er is gek genoeg meer pleziervaart onderweg dan tijdens onze eerdere vaardagen, toen het weer een stuk beter was. We varen het Meppelerdiep af in zuidelijke richting. Halverwege passeren we de Beukerssluis, de toegang tot de vaarweg richting Giethoorn en Steenwijk. Nog een kilometer of vijf en dan zijn we weer in Zwartsluis. Direct na de beweegbare brug gaan we bakboord uit het Zwartewater op in de richting Hasselt. Ongeveer twee kilometer voor Hasselt is de ingang naar de jachthavens. We willen een nachtje bij WSV ‘De Nadorst’ gaan liggen. Water, stroom en aan de overkant van de dijk een supermarkt en een pompstation. Bij aankomst in de haven staat er een stevige bries van opzij, wat het manouvreren lastig maakt. We belanden veilig aan de meldsteiger, maar we liggen nu wel aan lager wal. We gaan op zoek naar een havenmeester. We lopen het terrein af, maar vinden behalve een toiletgebouwtje geen havenmeester. Terug op de boot pakken we de telefoon. Er wordt niet opgenomen. Er staat ook nog een mobiel nummer vermeld in de Wateralmanak en als Erica belt, krijgt ze de secretaris van de vereniging aan de lijn. Die vertelt ons dat de havenmeester in een huis aan de andere kant van de dijk woont. Wij trekken onze wandelschoenen weer aan en vinden het huis van de havenmeester inderdaad achter de dijk. Helaas is er niemand thuis, dus keren we voor de tweede keer onverrichter zake terug naar de boot. Het is geen pretje om buiten te wandelen, dus gaan we lekker binnen zitten. Voordat ik dat doe, slinger ik nog even de generator aan, zodat Erica de was in de droger kan stoppen. Nog geen uur later komt de havenmeester aan de boot. We krijgen walstroom à € 1,50 en moeten € 0,75 per meter betalen. Omdat we gasten krijgen, wil ik de watertank helemaal vol hebben, dus pak ik de waterslang en vul de tank bij. Als de watertank vol is, ruim ik de slang weer op en gaan we, gewapend met een paar rugzakken en een lege jerrycan, op weg naar de winkel. Net achter de dijk is een supermarkt en pal daarvoor een pompstation, dus dat komt allemaal perfect uit. We nemen voor de eerstkomende vier dagen proviand en tien liter benzine voor de generator mee terug aan boord. Erica maakt nog even de dekken schoon, want die liggen vol met groen van de bomen uit Meppel. Zo, nu zijn we er klaar voor. Onze gasten kunnen komen.
Uren 2296, km. 249.

13-5
We zijn op tijd uit bed. Al om 8:45 uur varen we weg uit de jachthaven van De Nadorst. We varen de weg terug richting Zwartewater, ronden de boei naar bakboord en varen een goede twee kilometer zuidwaarts om aan de kade van Hasselt aan te leggen. Daar wachten we op onze gasten, die voor een paar dagen aan boord komen. Iets na tienen komen ze aanrijden. De auto wordt geparkeerd, de bagage aan boord gebracht, en niet te vergeten onze gasten natuurlijk. We drinken eerst een bakje koffie. Om 10:35 uur start ik de motor en varen wij weg voor een vierdaagse rondreis door de kop van Overijssel en Friesland. Wat gezellig met zijn viertjes! Iedereen geniet met volle teugen, terwijl wij het Zwartewater doorklieven. Het is nog wel behoorlijk fris, maar de temperatuur is al aangenamer dan gisteren. Er staat vooral minder wind. Na een kilometer of vier varen wij Zwartsluis voorbij, waar het gezellig druk is aan de kades. Er is een bijeenkomst van sleepbooteigenaren. Even voorbij Zwartsluis passeren we Genemuiden en volgen het Zwolse Diep, om even later het Vogeleiland rechts te laten liggen. We wenden de steven richting de Noordoostpolder, die we via de Voorstersluis bereiken. We zakken een meter of zes naar Polderniveau en komen in een compleet andere wereld terecht. Dwars door bosrijk gebied loopt de Zwolse Vaart naar Marknesse, waar we tegen 13:10 uur aankomen. We maken even vast aan de wachtsteiger, want het is middagpauze. Na 13:30 uur wordt de sluis bediend, waarna we onze weg vervolgen tot vlak voor Emmeloord. Daar gaan we stuurboord uit de Lemstervaart in. Het landschap wordt nu meer afgewisseld door verschillende landbouwgronden, een echt polderlandschap dus. De vaart eindigt bij de Friesesluis, waar wij weer naar boven schutten. Nu zijn we bij de ingang van de haven van Lemmer aangeland. Het is erg druk op het water. De voorhaven ligt vol met skutsjes. Kennelijk is er een bijeenkomst van skutsjeseigenaren aan de gang. Via de marifoon vraag ik een schutting aan van de Lemstersluis die toegang verschaft tot de binnenstad. De sluismeester, die tevens havenmeester is, waarschuwt ons dat het nogal druk is en dat we dubbel moeten gaan liggen. We gaan toch naar binnen en even later mogen we vastmaken aan een wat kleiner motorbootje uit Enschede. Onze reis krijgt nog een onverwachte wending als Erica, die al de hele dag klaagde over kiespijn, aangeeft dat ze toch wel graag even naar een tandarts wil. Na enig zoeken vinden wij een tandarts in de buurt, die dienst heeft op Hemelvaartdag en we gaan zo snel mogelijk aan wal om naar de tandarts te gaan. Terwijl Erica wordt behandeld, wachten Rudy, Siny en ik in de wachtkamer. Na een tamelijk lange tijd komt Erica weer naar buiten. De behandeling is achter de rug. Het was een zenuwontsteking in het wortelkanaal. Er moet wel even contant worden betaald, dus gaat Erica naar de bank om geld te pinnen. Nadat de rekening is voldaan, gaan we op zoek naar een restaurant. Na enig zoeken vinden wij het Kiprestaurant waar we een prima maaltijd gebruiken. Onze gasten trakteren. Daarna lopen we terug naar de boot en hebben samen nog een genoeglijke avond.
Uren 2304, km 300.

14-5.
Als we wakker worden schijnt de zon! Heerlijk! Wat hebben we die gemist de afgelopen dagen. Erica is jarig vandaag en wij zingen uitbundig met zijn allen ‘Lang zal ze leven’. Twee geschenken heeft ze vandaag al binnen: het is mooi weer en ze heeft geen kiespijn meer en de dag is nog maar net begonnen! Na het ochtendtoilet en nadat ik het havengeld heb betaald, maken we rond 10:00 uur los van onze buren uit Enschede en varen over de Zijlroede richting Prinses Margrietkanaal. Die steken we schuin over om de Lange Sleat in te varen. Een paar honderd meter verder is er een brug. Bruggeld € 2,--. O ja, we zijn weer in Friesland. Ik roep gauw Erica, die nog onderdeks is, en zij doet het verschuldigde bedrag in het klompje dat de brugwachter aan een hengel naar de boot toezwaait. Wat verderop draaien we een bocht naar rechts om richting Sloten te gaan. We moeten een beweegbare brug passeren, bruggeld € 2,--. Van de andere kant komen er eerst een stuk of zes boten door. Ik tel snel even op en kom tot de slotsom dat de brugwachter € 14,00 in de twee minuten ophaalt. Dat is meer dan een tandarts verdient! We varen het Sleattemer Gat door, dat uitmondt in het Slotermeer. We steken schuin over en varen even later door Woudsend. We komen een brug tegen, bruggeld € 0,-- ?? O! Er zijn nog wel gratis bediende bruggen. Het dorpsgezicht is een schilderachtig tafereel, waar wij allemaal met volle teugen van genieten. Dit geldt trouwens voor het hele Friese merengebied. Na de Wâldsteiner Rakken komen we uit in het Hegermeer. We steken schuin over en omdat we zo vroeg zijn, willen we even aanleggen om het dorpje in te gaan. Er is echter nergens plek om aan te leggen, dus maken we rechtsomkeert en varen we terug naar de vaargeul en gaan bakboord uit de Jeltesleat in richting Prinses Margrietkanaal. Dit steken we schuin over om vervolgens de Jeansleat in te steken, die toegang biedt naar de Langwarder Wielen. In een U-bocht steken we de Wielen over, waarna wij na brugpassage door de openstaande Jouster sluis varen. Even later maken we vast in de passantenhaven van Joure. Het is 14:00 uur, mooi op tijd om zo meteen fijn te gaan passagieren. We zitten nog even lekker in de zon op het voordek te babbelenm maar tegen 16:30 uur gaan we, nadat we het liggeld bij de havenmeester hebben betaald, naar het stadje. We lopen over een mooie houten loopbrug over een grote vijver in het bos, die naar het park leidt. We passeren het prachtig gelegen moderne gemeentehuis. De weg komt uit aan het begin van de enorm lange winkelstraat van Joure. Het is een gezellige binnenstad met aan weerszijden winkeltjes en restaurants. We bezoeken verschillende winkels en kopen het een en ander in. Tegen zessen gaan we op zoek naar een restaurant van Erica’s keuze. We belanden bij een Grieks specialiteitenrestaurant en we eten erg lekker. Als extra verjaardagscadeau trakteert Rudy ons op een heerlijk dessert. Voldaan wandelen wij weer terug naar de passantenhaven, waar wij Erica’s verjaardag verder vieren in klein gezelschap.
Uren 2308, km. 335.

15-5
Het is tegen 10:30 als wij vanuit de passantenhaven van Joure terugvaren door de openstaande keersluis richting Langwarder Wielen. Deze steken wij dwars over in westelijke richting, tot wij ter hoogte van Boornzwaag bakboord uit gaan in de Skarster Rien. Deze volgen wij in zuidelijke richting, tot wij bij het Zandrak op het Tjeukemeer terecht komen. Het zonnetje schijnt regelmatig en dat is prettig. Het is nog wel fris buiten, maar dat weerhoudt onze gasten er niet van om in de luwte van de kajuit, weliswaar met de jas aan, in de gangboorden of op de voorplecht te zitten. Als wij het Tjeukemeer overgestoken zijn, stranden wij op de middagpauze van de brugbediening van de Echtenerbrug. Wij maken even aan de remming vast en wachten geduldig tot om 13:00 uur stipt de brug voor ons opengaat. Via de Pier Christiaanssloot en de Jonkers- of Helomavaart komen wij aan bij de Mr H.P. Linthorst Homansluis, die aan de rand ligt van het prachtige natuurgebied de Rottige Meente. Wij kunnen vrijwel meteen invaren en er ook meteen weer uit, want het hoogteverschil tussen de twee vaarwateren is minimaal. Even later varen we op de Ossenzijler Sloot door Ossenzijl, die de toegang biedt tot de Kalenberger Gracht, een toeristische trekpleister van jewelste. In het hoogseizoen is het filevaren geblazen, maar nu is het opvallend rustig. De smalle, vrij ondiepe en bochtige vaart wordt geflankeerd door prachtige huisjes en andere optrekjes, al of niet voorzien van een botenhuis of privéhaventje. Een groot deel van de huizen is niet per auto bereikbaar, dus wordt er veel gevaren in kleine roeiboten, meestal voorzien van een buitenboordmotor. Net voor ons maakt zich van de linkeroever een werkschuit los en gaat vlak voor onze neus varen met een gangetje van 3 km/u. Er mag niet snel gevaren worden in de Kalenbergergracht, maar dit is wel erg traag. Met stationair toerental van de motor vaart onze boot ongeveer 5 km/u, dus dat is lastig. Na, voor mijn gevoel, een eeuwigheid gebaart de stuurman dat hij aan de rechteroever gaat vastmaken en dat we voorbij kunnen lopen.
Wij genieten met volle teugen van de prachtige omgeving. De Kalenberger Gracht gaat na een paar bochten over in de Wetering, die wij volgen tot in Muggebeet, waar wij vanwege de vaste brug over de provinciale weg even de mast moeten laten zakken. In het Giethoornse meer houden wij de rechter vaargeul aan richting Blokzijl, waar wij een ligplaats willen kiezen. Wij moeten even wachten voor het sluisje in Blokzijl en het valt ons op dat er veel mensen rondlopen en wij horen ook luide muziek ergens vandaan schallen. Als wij de sluis uit de havenkom van Blokzijl invaren, ligt het er boordevol met schepen. Rechts op de kade is een groot podium opgebouwd, waar de herrie vandaan komt. De een of andere zanger die Nederlandstalige muziek aan het schreeuwen is. Het is vol en lawaaierig, dus varen wij aan de linkerzijde door de antieke keersluis om in het Vollenhover Kanaal een ligplaats te zoeken. Bij de tweede ligplaats is het ook vol, maar er is nog wel plaats op de plek die bestemd is voor de beroepsvaart. Er staan een paar bolders een eind op de oever en flink ver uit elkaar, maar met enige moeite, zeker ook door de harde wind die de boot naar het midden van het vaarwater wil blazen, en door het aan elkaar knopen van een paar landvasten slagen wij erin de boot af te meren. We genieten van de stilte in de natuur vlak bij het Vollenhover meer, eten een wokmaaltijd en leggen een kaartje onder het genot van een lekker drankje.
Uren 2314, km 385.

16-5
We hebben aflandige wind dus is het niet moeilijk van de kant te komen. Rond 10:00 uur draai ik de boeg terug in de richting Blokzijl om weer aan de andere kant van het dorp te komen. De sluis loopt net vol als we aankomen, dus wachten qw op de volgende schutting. Dat duurt niet lang, want het hoogteverschil tussen de twee wateren is niet groot en de sluiskolk is maar klein, dus snel gevuld. Het weer heeft zich in de goede zin gestabiliseerd. Onze gasten genieten met volle teugen van de tocht. Je moet weliswaar een jasje aanhouden buiten, maar verder is het lekker in de zon. Na Blokzijl houden we op het Giethoornse meer rechts aan richting Beulakker Wijde die we bereiken via de Walengracht. Aan de ingang van de gracht stuiten we op een voetveer, die aan kabels naar de overkant wordt getrokken. Dat is niet zo bijzonder. Echter, deze kabels bevinden zich een meter boven het wateroppervlak. Pas als de veer geheel overgestoken is, zakken de kabels naar de bodem en kan men doorvaren. Wij varen met een snelheid van 6 km/u verder en na een kwartier komen wij op de Beulaker Wijde waar een stevige bries de golven teistert. We steken met enige zeegang het wijde water over naar de vaargeul richting Blauwe Hand, waar we nèt te laat zijn voor de middagsluiting. We maken vast aan de remming van de brug en maken een praatje met de brugwachter, die nu middagpauze heeft tot 12:30 uur. Hij vertelt ons dat de brug vorige week in panne was en nu op een noodmotor draait. De hoofdas was gebroken, waardoor het brugdeel met donderend geweld was neergeklapt op zijn uitgangspositie. Gelukkig was er net op dat moment niemand onder de brug, dus was er alleen materiële schade. Meteen achter de brug steken we de Belter Wijde over, wiens betonde vaargeul overgaat in de Beukersgracht. Na een paar honderd meter schutten we een eindje omhoog naar het Meppelerdiep, waar wij stuurboord aanhouden richting Zwartsluis. Onder de brug door gaan we bakboord uit op het Zwartewater, waarna een kilometer of vijf verder onze reis eindigt in Hasselt, het plaatsje waar we vier dagen geleden onze gasten aan boord hebben genomen. Er is nog een klein misverstandje, want Rudy en Siny denken dat wij een tussenstop hebben gemaakt in Zwartsluis en kijken raar op als ik uitgebreid met mijn voeten op de stuurstand een biertje drink op de goede afloop. Even later wordt het raadsel opgelost en drinken wij met zijn vieren gezellig even wat op de mooie reis, die we gemaakt hebben. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat ik nog macaroni zou gaan koken, maar helaas is het rundergehakt bedorven en gaan wij uit eten bij de Chinees. Voldaan van de reis en van het eten nemen onze gasten hartelijk afscheid en rijden in de auto naar huis. Wij blijven aan de kade van Hasselt liggen. Wij moeten even wennen aan de stilte. Verder is het een rustige avond. Morgen vangen wij ook de ‘thuisreis’ aan.
Uren 2318, km 410.
17-05.
Nadat we zijn opgestaan zet ik de generator op het voordek en stel hem in werking om de redelijk uitgeputte accu’s te vullen. Reeds om 8:45 maken we los van de kade in Hasselt om weer in de richting van Zwartsluis te varen. Aldaar houden we stuurboord aan en komen onder de brug door in het Meppelerdiep. Na tien kilometer gaan we stuurboord de Hoogeveense Vaart in. De eerste hindernis die genomen moet worden, de Staphorster Stouwe, komt in zicht. Een paar honderd meter voor de ophaalbrug is op een bord het marifoonkanaal 84 vermeld. Ik roep de brugwachter op maar krijg geen antwoord. Als we naderen wordt door het branden van het rood/groene licht duidelijk dat de brug zodadelijk zal worden geopend. Na een kilometer of acht komt de rogatsluis in zicht. Ik roep de sluismeester op maar krijg geen antwoord. Ik probeer het nog een keer maar geen respons. Ik vaar naar de zijkant waar een knop zit voor bediening. Als we er bijna zijn hoor ik ineens de sluismeester zeggen dat hij ons gezien heeft en dat hij de sluis voor ons klaarzet. Tjonge, ze kunnen toch praten, die Drentse sluismeesters….. Na de Rogatsluis duik ik onder de douche terwijl Erica het roer overneemt. Net voor de Ossesluis kom ik weer boven water. Bij de Ossesluis roep ik de sluiswachter op. Net wat wij dachten. Geen antwoord. Ik probeer het niet eens meer om nog eens op te roepen en wachten lijdzaam af. Wat later merken wij dat er beweging in het geheel komt. Na het opschutten gaat Erica douchen. Ruimschoots voor de volgende sluis, de NieuweBrugsluis, komt Erica weer boven water. De sluis staat al klaar, de sluismeester hoeft alleen het inrijsein op groen te zetten. Na omhoog geschut te zijn verloopt de reis verder vlot. Wij speculeren erop dat wij zullen kunnen overnachten in Nieuw Amsterdam, aan de passantensteiger midden in het centrum van het dorp. Aan het eind van de Hoogeveense Vaart draaien wij het smalle kanaaltje naar de Noordseschutsluis in. De sluismeester draait meteen de sluis voor ons en even later zijn we alweer aan de andere kant. Het gaat allemaal erg voorspoedig met de brugbediening. Tot aan Geesbrug. Daar lopen wij tegen de gesloten ophaalbrug aan en bediening is nergens te bekennen. Na tien minuten is er nog niemand te bekennen. Erica zoekt het telefoonnummer voor de brugbediening op en belt er achteraan. De man aan de telefoon belooft ‘eens te bellen’. Wij wachten lijdzaam. Na een half uur dobberen voor de gesloten brug hebben wij er genoeg van en Erica klimt weer in de telefoon. De man belooft ons dat de brugwachter ‘onderweg’ is en na een minuut of vijf komt er eindelijk iemand aan. De brugwachteres vertelt ons dat ze met ons mee gaat. Wij geven te kennen dat wij graag naar Nieuw Amsterdam willen. Zij vertelt ons dat het wel gaat lukken. Ik geef wat meer gas maar het is niet te doen om sneller te varen in deze sloot. Wij dansen met de kont over de bodem en door gas te geven gaan we alleen maar langzamer. Bovendien ben ik bang schade aan te brengen aan de beschoeiïng aan de oevers dus hou ik het maar op het slakkegangetje. Alles gaat goed totdat we, net iets na 17:00 uur, bij de hefbrug van de spoorlijn bij Veenoord aankomen. De spoorbrug gaat pas open als er een paar treinen gepasseerd zijn en tweehonderd meter achter de brug ligt de Veenbrug die op dubbel rood staat. Hier eindigt voor vandaag onze reis. Niets om aan vast te maken tussen de twee gesloten bruggen. Achter ons de spoorbrug, voor ons de Veenbrug en links en rechts van ons de hoofdwegen van de betreffende dorpen. We hebben de gezellige passantensteiger net niet gehaald. We maken vast aan verkeersbordje aan de voorkant en een boompje aan de achterkant. We kijken nog even of er ergens iets van FastFood te eten is maar het is maandag dus de meeste zaken zijn gesloten. Ik duik in de kasten en maak iets te eten van de restanten in de koelkast en blikwerk in het vooronder. Het is nog lekker ook.
Uren 2327, km. 475.

18-5.
Als we iets na negenen willen vertrekken, staat de Veenbrug voor onze neus nog op dubbel rood. Wij besluiten even te bellen om brugbediening, maar de telefoon bij de Provincie Drenthe is buiten werking. We proberen het nog een paar keer, maar als het bijna half tien is, besluit ik een andere regio te proberen. Ik krijg gehoor bij de regio Hoogeveensche Vaart, leg de man uit dat wij graag brugbediening willen en dat het telefoonnummer voor de Verlengde Hoogeveensche Vaart buiten werking is. Hij belooft de Stieltjessluis te bellen, die de coördinatie heeft over de brugwachters. Eindelijk, tegen 10:40 uur, zien we de volgende brug enkel rood worden. Van de andere kant nadert een plezierjacht, dat door de brug komt. Nu wordt de Veenbrug ook dadelijk bediend. Nadat de tegenligger voorbij is (Het zijn Enschedeërs die we vorig jaar in Harlingen tegenkwamen; wat is de wereld toch klein.), kunnen wij door de brug varen. De brugwachter zegt dat wij gisteren half tien hadden gezegd. Dat is niet waar. Erica zei negen uur, half tien, maar dat werd naar de late kant geïnterpreteerd. De volgende keer gewoon negen uur zeggen dus… Weer wat geleerd. Als wij bij de tweede brug zijn, ziet Erica plotseling één van onze stootwillen in het water drijven achter de Veenbrug. Die hebben wij verloren tijdens het wegvaren. Na overleg met de brugwachter passeren we eerst nog de volgende brug, waarna wij een fiets overboord zetten en Erica gewapend met een pikhaak terugfietst. Na enige tijd komt zij terugfietsen met de verloren zoon achter op de bagagedrager. De fiets weer aan boord, Erica ook, en verder gaat de reis weer. Na een paar honderd meter gaan we stuurboord uit het Stieltjeskanaal in. Bij de drieklapsbrug lopen we weer vast. Er zijn werklui bezig op de brug en de brugwachter doet niet open. Wij dobberen een minuut of tien. Dan besluit de brugwachter toch te draaien. Meteen na de Drieklapsbrug kunnen wij de Stieltjessluis binnenvaren. Als we aan de andere kant weer uitvaren, is het kwart voor elf. In Coevorden, acht kilometer verderop, is er middagpauze van 12:00 tot 12:30 uur en daarom geef ik wat gas bij, om nog voor 12:00 uur door Coevorden te zijn. Hard gaat het hier ook niet. Boven de 10 km/u beginnen wij door het kanaal te stuiteren. Als wij de Huttenheugte voorbij zijn, zien wij op de linkeroever een man met een rood hesje aan met een fiets. Hij ziet ons en spreekt ons aan. Het blijkt de brugwachter van Coevorden te zijn. Wij vertellen dat we door willen varen en hij springt meteen op de fiets en gaat er vandoor. Wat later staat hij ons bij de eerste brug al op te wachten. We worden vlot door Coevorden geholpen en het is een paar minuten voor twaalf als we door de laatste brug zijn. Een kleine twintig minuten later lopen we dan toch tegen de middagsluiting van de brugwachter bij de Coevorder sluis aan. We hebben echter nog maar net vastgemaakt aan de remming, als de brug plotseling opengaat en een clipper ons tegemoet komt varen. Wij starten snel weer de motor en even later kunnen we doorvaren. Wij passeren de openstaande sluis en doorkruisen even later de Vecht. Daarna gaat de brug bij Sluis de Haandrik voor ons open. Wij kunnen gewoon doorvaren. De brugwachter deelt ons mede dat hij met ons meegaat om de bruggen te bedienen. Even later stuift het autootje van de Provincie Overijssel ons voorbij. We kunnen bij de volgende bruggen gewoon doorvaren. Achtereenvolgens passeren wij Gramsbergen, Hardenberg, Bergentheim, Beerzerveld en Geerdijk. Bij de Grote Puntbrug in Vroomshoop moeten wij even wachten voordat de brugwachter de brug gaat bedienen. De volgende brug waar wij tegenaan lopen, is in Vriezenveen. Die laat ons vijf minuten wachten en daarna gaat het verder richting Aadorp. Een eindje daarvoor al zien wij een bordje VHF 22, dus zetten wij de marifoon aan. Aangekomen bij de sluis vraag ik een schutting aan en de sluismeester opent de brug voor ons, zodat we meteen de sluis kunnen invaren. Na de sluis komen wij op het Twentekanaal zijtak Almelo terecht. Na een tijdje zien wij dat er midden op het kanaal gebaggerd wordt. Ik roep de baggerschuit op en krijg als antwoord dat wij stuurboord/stuurboord kunnen voorbijlopen. Het zijn Duitsers, dus verloopt de communicatie niet geheel vlekkeloos, maar toch is het goed om op deze manier met elkaar te kunnen overleggen. De zijtak is een kilometer of tien lang. Vlak voor de splitsing ligt er nog een baggeraar in de weg, maar daar komen wij ook ongehinderd voorbij. Bij de splitsing gaan we bakboord uit richting sluis Delden. Ik vraag aan de sluismeester of er ‘boven’ nog plek voor ons is om de nacht door te brengen. Hij beaamt, waarop ik vraag of we kunnen opschutten. Hij vraagt of wij even willen wachten. Bij geen beroepsvaart gaat hij de sluis voor ons bedienen. Aan stuurboordzijde voor de sluis is een splinternieuwe jachtensteiger gemaakt, waar wij even aanleggen. Nog geen tien minuten later horen wij de Anja zich melden op de marifoon. Daar kunnen wij zo achteraan de sluiskolk invaren. Eenmaal boven draai ik de boot naar de jachtensteiger, waar we rond 18:00 uur met enige moeite vanwege de harde zijwind de boot vastmaken voor de nacht. We eten kliekjes van de vorige dag. In de loop van de avond geniet ik van de altijd imposante aanblik van in- en uitvarende vrachtschepen bij de sluis. Net als er een containergigant invaart, zie ik aan de overkant op de parallelweg een vrachtwagen met veevoeder rijden. Dan valt het enorme verschil op. Het lijkt wel een miniatuur speelgoedautootje.
Uren 2336, km 545.

19-5
Het is opvallend rustig bij de sluis, als we rond acht uur wakker worden. De zon schijnt stralend aan de hemel, maar we merken wel een harde wind. Rond 9:00 uur bedank ik de sluismeester voor de gastvrijheid en draai de steven in de goede richting voor de laatste etappe. We zijn alleen op het kanaal. In de buurt van de Twentse Watersportvereniging in Hengelo komen we een paar kano’s tegen met elk vier belegen mannen erin. Twee roeien en twee zitten er achterin. Als wij tegen kwart over tien bij sluis Hengelo aankomen, roep ik de sluismeester op en tot onze verbazing zegt hij dat hij de sluis gaat draaien voor ons. We leggen de boot snel even aan de bakboordzijde vast vanwege het donderend geweld waarmee de sluiskolk leegloopt. Wat later kunnen wij de grote gapende muil van de sluis binnenvaren. Boven aangekomen bedanken wij de sluismeester voor de uitstekende service en na een rustige tocht leggen wij rond 11:00 uur vast aan de buitensteiger van de jachthaven in Enschede.
De urenteller staat op 2338, de tripmeter op 559 kilometer.

Het was een boeiende reis. We hebben 70 uren gevaren. De eerste week was erg koud, maar later tijdens de reis begon de temperatuur langzaam wat op te lopen. Desondanks hebben wij dankzij ons uitstekende schip geen kou geleden. Het was een beleving voor ons om voor het eerst gedurende vier dagen gasten aan boord te hebben. Wij hebben er bijzonder van genoten dat anderen voor een poosje deelgenoot waren in onze avonturen. Er zijn geen woorden die precies kunnen beschrijven hoe het is om met een schip onderweg te zijn op onze Nederlandse wateren. Wij hopen dat onze reisverslagen in ieder geval dat specifieke gevoel een beetje kunnen oproepen bij de lezers. Bedankt dat jullie de moeite namen onze reis te volgen en, zoals de sluismeesters vaak zeggen: ‘Tot de volgende ronde’, en dan met foto’s!