vorige | volgende

Reisverslag 2011, april

Het is vandaag 15 april 2011. Na een half jaar stil te hebben gelegen is vandaag de dag aangebroken dat we weer gaan varen. Alles is in gereedheid gebracht. De fietsen staan op de voorplecht, de auto laten we even bij Jan G. in Zwartsluis staan. Die halen we volgende week hier weg. Het doel is Enschede, waar we een paar weken in de nabijheid van vrienden willen doorbrengen en waar we nog een paar zaakjes hebben af te ronden. Daarna gaan we weer ‘aan de reis’, als zigeuners het land door.

Het is prachtig weer als we rond een uur of negen opstaan. Na ons gebruikelijke ochtendtoilet brengen we ter afscheid nog even een mooie plant naar Jan G. als bedankje voor de goede zorgen en de gastvrijheid. We hebben ten slotte de hele winter doorgebracht op de werf. Over de door ons gebruikte stroom en water wordt niet gepraat. Na een hartelijk afscheid maken we tegen tienen de trossen los en varen weg in de richting Meppel. De urenteller staat op 2462,7, de tripmeter is door mij gereset en staat bij vertrek op 0. Er staat bijna geen wind en de zon zorgt voor een aangename, zomerse temperatuur onder de tent over de stuurstand op het achterdek. Erica heeft nog flink de schrik te pakken ten gevolge van de ramp die ons vorig jaar is overkomen en moet nog wennen aan het feit dat we weer met de boot onderweg zijn. Ik geniet meteen al weer met volle teugen. We snappen er niets van. Een half jaar hebben we aan de vaargeul gelegen en werden we door elkaar geschud door de meest uiteenlopende soorten en maten boten die voorbij voeren. Nu wij onderweg zijn, lijkt het vaarwater uitgestorven. Na een paar kilometer passeren wij de ingang van de Beukerssluis, die toegang biedt richting noorden. Daar is ook al geen scheepvaart te bekennen. Nog een paar kilometer verder gaan we stuurboord uit in de Hoogeveensche Vaart. Op het kruispunt zijn een paar mannen rondjes aan het draaien met een speedboot, die zoveel golfslag produceert dat we flink door elkaar schudden. Die mag wat ons betreft wel wegblijven. Na de brug bij de Staphorster Grote Stouwe varen we met een sukkelgangetje richting Rogatsluis. Wij mogen meteen invaren. Hierna volgen nog de Ossesluis en de Nieuwe Brugsluis. Rond 14:00 uur komen wij op de plek waar vorig jaar bij ons aan boord de brand uitbrak. De gebeurtenissen van toen spelen weer even door onze gedachten. Bij de T-splitsing houden we stuurboord aan de Verlengde Hoogeveensche Vaart in. We zijn hier al vaker geweest, maar toch is het altijd weer nieuw om door dit mooie stukje waterlandschap te varen. De sluis bij Noordscheschut staat al gereed als we aan komen. De sluiswachter draait de brug open. Onder het schutten maken we even een praatje. Als wij vertellen dat wij vorig jaar brand hadden gehad wist hij precies wie we waren. Na het schutten maken we tegen 15:00 vast aan de oever. De hele aanlegplaats is verder leeg. Hier hebben we morgen afgesproken met Johan van Zeilmakerij J. die een paar riempjes aan de zonwering komt maken. Omdat er op zondag geen bediening van bruggen is, blijven we hier het hele weekend. We hebben vandaag 33,2 km. gevaren en daar hebben we 5 uur over gedaan volgens de urenteller, die nu op 2467,7 staat.

16 april
Het is erg rustig in Noordscheschut. Het weer is fantastisch. Het lijkt wel zomer. De hele dag gebeurt er niets . Wij rommelen wat aan boord en genieten op het achterdek van het mooie weer. Er is totaal geen scheepvaart, waardoor onze boot helemaal stil ligt en dat waren we de laatste maanden wel anders gewend. In het begin van de avond komt Johan even snel onze zonwering van de boot halen en gooit die achter in de auto. Hij zegt dat hij de riempjes er even in zijn werkplaats moet opmaken. Als we dat geweten hadden, dan hadden wij hem die dingen wel even kunnen brengen en hadden wij niet in Noordcheschut hoeven te gaan liggen. In de avond zitten wij gezellig televisie te kijken. Omdat we tegenover een huizenrij liggen hebben wij ter wille van wat privacy de gordijnen dicht gedaan. Plotseling voelen wij dat de boot een zijdelingse beweging maakt. Verwonderd kijk ik door het raam naar buiten. Ik zie ineens dat de boot van de kant af drijft en meteen daarna zie ik twee opgeschoten knapen hard weglopen. Hebben ze gvd. onze boot losgegooid! Ik snel naar boven en kan nog net een tros om de stroompaal gooien, zodat we niet helemaal midden in het kanaal komen te liggen. De punt ligt wel tien meter uit de kant. Het is vanaf het achterdek erg lastig om naar beneden en van boord te klimmen. Gelukkig heeft een jongeman het zien gebeuren en komt ons een handje helpen. Even later liggen we weer vast. Het blijkt dat de voortros door de vandalen met een aansteker is doorgebrand. De achtertros is nog heel, omdat die niet door een ring stak. Ik voel me niet meer veilig hier en heb er moeite mee om te gaan slapen. Ik heb de neiging om de hele nacht op wacht te blijven zitten. Op een gegeven moment hou ik dat niet meer vol en val toch nog in slaap.

17 april
Het liefst zou ik nu verder varen, maar helaas is dat niet mogelijk omdat er geen brugbediening is in het weekend. Het is erg zomers en omstreeks het middaguur zet ik de fietsen overboord. Wij doen de tent op slot en gaan met de fiets richting Hoogeveen. Daar blijkt in de binnenstad de boel op zijn kop te staan vanwege de ‘cascadeloop’ , een marathon. Het is er druk en lawaaierig en daarom gaan wij, nadat wij even wat contanten uit de muur hebben gepind, via een andere weg weer terug naar de boot. Het was een tochtje van een kilometer of 10.

18 april
Tegen 9:15 loopt Erica even naar de sluis om afval weg te brengen en zegt aan de sluismeester dat we verder willen. Het blijkt dat er al een brugwachter op ons staat te wachten, dus zodra Erica weer terug aan boord is start ik de motor. Om 9:30 passeren we de eerste brug in de Verlengde Hoogeveensche vaart. Er zullen er nog vele volgen vandaag. De brugbediening is formidabel. Het geeft ons het gevoel dat wij dit vaarwater exclusief in ons bezit hebben. Met een kalm gangetje en met een stralende zon aan de hemel tuffen wij via Geesbrug en Zwinderen richting Nieuw Amsterdam.

Alleen in de Verlengde Hoogeveensche Vaart
Alleen in de Verlengde Hoogeveensche Vaart

Boerderij aan de Verlengde Hoogeveensche Vaart
Boerderij aan de Verlengde Hoogeveensche Vaart

Het valt ons op dat door de nieuwe uitlaat het motorgeluid is afgezwakt. De nieuwe demper doet beter zijn werk dan de oude. Ineens zien we een paar jachten ons tegemoet komen. Ik meen één van de boten te herkennen. Even later blijkt dat het drie jachten uit Enschede zijn. Ook wij worden door de tegenliggers herkend en er wordt driftig gezwaaid en gelachen. In het laatste stukje kanaal voor Veenoord zie ik op de klok dat we, evenals voorgaande reizen, het net niet redden om in de middagpauze in Nieuw Amsterdam te kunnen gaan liggen. We maken de boot vast vlak voor de spoorbrug met de bedoeling daar rustig de lunchpauze van de brugwachters af te wachten. We liggen net 5 minuten als ineens de spoorbrug opendraait en een man van de NS ons door een luidspreker toebrult dat hij de brug voor ons opendoet. Haastig start ik de motor en komt Erica, die net even was gaan liggen, weer uit de achterkajuit. Na 50 meter maken we weer vast aan een verkeersbord. De pauze duurt tot 13:00 uur, maar om 12:50 is er al weer een brugwachter die ons staat de wenken. Dus starten we maar weer en vervolgen onze reis. Na een drietal bruggen varen we voorbij het stadje stuurboord uit richting Drieklapsbrug en Stieltjeskanaalsluis. De sluiswachter vertelt ons dat Noordscheschut er bekend om staat dat er boten worden losgegooid en dat de gemeente van plan is er een jachthaven te maken, compleet met havenmeester (toezichthouder dus). Wij vinden dat een goed idee. Wij gaan er in ieder geval niet meer op deze manier liggen. Na de sluis komen wij in het Stieltjeskanaal. Een kilometer of 10 verderop ligt Coevorden. Ook hier worden wij al opgewacht door de brugbediening.

Brug in Coevorden
Brug in Coevorden

Na een vlotte passage door Coevorden varen we wat later door de twee openstaande sluizen op de plaats waar de Overijsselse Vecht het kanaal kruist. Ook hier worden wij opgewacht door de man van de Provincie Overijssel om de bruggen te bedienen. Wij passeren Gramsbergen waar wij heb passantenhaventje laten liggen. Het is nog te vroeg om te stoppen. Na een prachtige tocht begeleid door de zon komen wij rond 16:30 in de buurt van Bergentheim als Erica de brugwachter aanspreekt om te vragen waar wij het beste kunnen gaan liggen voor de nacht. Hij wijst naar een plek aan de overkant. Wij varen er naartoe en leggen de boot daar aan. Even later komt de brugwachter met zijn auto naast ons staan en wijst ons op een mooie ligplaats iets verderop in Kloosterveld. Wij gooien de touwtjes weer los en varen een eindje verder. En inderdaad is er aan de stuurboordwal een mooi inhammetje met een picknickplaats, waar we de nacht kunnen doorbrengen. Ik kom rustig aanvaren en ben dicht bij de wal als er plotseling een stevige wind opsteekt uit oostelijke richting. Hierdoor wordt de boot tegen de walkant aan gezet en doordat wij nog gang hebben rollen de stootwillen tussen wal en schip uit waardoor er een flinke kras ontstaat over vrijwel de gehele lengte van de boot. Nou ja zeg, waar komt dan nu ineens de wind vandaan? Na een kwartier gaat de wind weer liggen en ik krijg nu toch stellig het idee dat iemand ons ook vandaag weer een streek geleverd heeft. Nou ja, schilderwerk genoeg, deze kras kan er ook nog wel bij. C’est la vie.
De kilometerteller staat op 94,2 en dat betekent dat we 61 km. gevaren hebben, een recordafstand op dit vaarwater. De urenteller staat op 2474,4 dus hebben we bijna 7 uur gevaren.

19 april
Het lijkt alsof we de lente hebben overgeslagen en zo de zomer zijn ingedenderd. Het is stra-lend-mooi-weer. Ik bel naar sluis Adorp om brugbediening aan te vragen en ik krijg een telefoniste van de Provincie Overijssel aan de lijn die er niets van snapt. Ik word doorverbonden en even later praat ik met een andere mevrouw die mij in de wacht zet. Na een paar minuten komt ze me vertellen dat er een brugwachter onderweg is. Als we losgooien en richting brug varen, komt de brugwachter al uit zijn hokje. Hij heeft kennelijk op ons zitten wachten. Wij varen onder zomerse omstandigheden achtereenvolgens door Hardenberg, Geerdijk, Vroomshoop en Vriezenveen. We hebben het raam van de cabriokap er bij opengedaan en er waait een vriendelijk verkoelend windje over ons heen. Rond 11:30 komen we aan bij sluis Adorp die toegang biedt naar de Twentekanalen, zijtak Almelo. Wij maken een praatje met de sluismeester en als ik hem vertel dat ik heb geprobeerd hem te bellen, vertelt hij dat de provincie het zo heeft ingericht dat als de lijn bezet is je dan automatisch wordt doorgeschakeld naar ‘Zwolle’. Hij is er niet blij mee en wij ook niet, want ik hoor liever een in-gesprekstoon. Dan weet ik dat de goede man in gesprek is en dan probeer ik het later nog eens. Nu krijg je iemand aan de lijn die van toeten noch blazen weet en je van het kastje naar de muur stuurt. Na de sluis varen wij stuurboord uit de Zijtak Almelo in van de Twentse kanalen.

Kruising kanaal Almelo de Handrik - zijtak Almelo
Kruising kanaal Almelo de Haandrik – Zijtak Almelo

We passeren de jachthaven van de Almelose Watersportvereniging. Halverwege de zijtak komen wij nog een plezierbootje tegen uit Enschede. Het lijkt wel of de Enschedeërs de wereld gaan veroveren. Na een goed uur draaien we bakboord het Twentekanaal op, waar na een paar honderd meter achter de bocht Sluis Delden opdaagt.

Sluis Delden aan de ‘beneden’kant
Sluis Delden aan de ‘beneden’kant

Er ligt al een containerboot klaar om in te varen en ik vraag via de marifoon aan de sluiswachter of we mee naar boven kunnen. Als we boven zijn, blijven we tot in Hengelo achter de containerboot hangen. In Hengelo gaan we de containerboot voorbij, die bij de terminal gaat aanleggen en voor ons doemt de gapende muil van sluis Hengelo op. Het lijkt erop dat de sluis aan deze kant open staat. Ik vraag aan de sluiswachter of wij naar boven kunnen schutten. Hij zegt dat er voorlopig geen beroepsvaart te verwachten is en dat hij ons even naar boven brengt. Ook hier kunnen we meteen invaren! Exact om 15:00 varen we de sluis weer uit in het Enschedese kanaalpand en rond 15:30 maken we vast aan de buitensteiger bij de Enschedese Watersport Vereniging. De kilometerteller staat op 141,7 en dat betekent dat we vandaag 47,5 kilometer hebben afgelegd. De urenteller staat op 2480,0 dus hebben we er iets meer dan 5,5 uur over gedaan.

vorige | volgende