vorige | volgende

Reisverslag 2011, mei

16 mei
Na een kleine maand in Enschede kiezen we weer het ruime sop. Alles wat we wilden doen, is gedaan. De auto is op de zomerparkeerplaats gebracht, de fietsen aan boord. Er zit 500 liter diesel in de tanks en de watertank is vol. We hebben een voorraad benzine ingeslagen voor de buitenboordmotor en de generator. De boot is technisch in perfecte staat. Er daalt een miezerige regen op ons neer als we tegen 10:45 de trossen losgooien en richting sluis Hengelo varen, waar we een klein half uurtje later aankomen. Ik meld me per marifoon bij de sluismeester. Hij vertelt ons dat we moeten wachten op beroepsvaart uit Enschede. Dat kan wel een uurtje duren. Ik kan hem vertellen dat er helemaal geen beroepsvaart is in Enschede. Misschien komt er nog wel wat pleziervaart, zegt hij. Geeft niets, de sluismeester heeft de klok, wij hebben de tijd. Na een half uur gewacht te hebben zien we plotseling het licht op groen springen. Wij schutten een meter of negen naar beneden. Als we de sluis uitvaren, zien we aan stuurboordwal een passagiersschip liggen. Dat is vreemd, want die zie je nooit in deze hoek van het Twentekanaal. Na een drie kwartier komen we aan bij sluis Delden en daar hoeven we niet lang te wachten. De sluis draait naar boven met een vrachtschip en als deze uitgevaren is, mogen we aansluiten in de sluiskolk bij een afvarende zandbak. Zes meter lager varen we even later de kruising voorbij met de zijtak richting Almelo. Het is erg rustig. De enige scheepvaart bestaat uit vrachtschepen van allerlei afmetingen. Naarmate we vorderen, begint het steeds harder te regenen. Voor ons is het wat minder, maar je hoort de natuur als het ware een zucht van verlichting slaken. Wij passeren met een gang van 11 km/u achtereenvolgens Delden, Goor en Lochem. Het haventje bij Almen waar we vorig jaar zo’n elegante pirouette draaiden, is helemaal leeg op een zeilbootje na. Het ziet er allemaal verlaten uit. Het is rond 15:45 als we met toestemming van de sluiswachter van sluis Eefde bij de jachtensteiger afmeren. Als wij naar het journaal kijken, zien we meteen het doel van de passagiersschuit bij sluis Hengelo: deze was bestemd voor de huldiging van de Twentespelers in het Arkestadion. Gelukkig zijn we ver weg! De rust aan de steiger midden in de natuur bij Eefde is onbeschrijfelijk. We schudden wel een beetje heen en weer, maar dat komt door de niet aflatende stroom op- en afvarende vrachtschepen bij de sluis. De tripmeter staat op 198,1 dus hebben we 56 kilometer afgelegd in 5 uur. Urenteller 2487,2.

17 mei
Het heeft de hele nacht geregend, maar als we opstaan is het droog en de zon laat zich ook weer zien. Als we naar buiten kijken, zien we dat de FC Twenteboot voor de sluis ligt te wachten. Omdat het verder erg rustig is, bestaat de kans dat we lang moeten wachten op een schutting, dus besluitenwe om snel aan te sluiten. Wij maken los van de steiger en varen richting sluis, terwijl ik de sluismeester oproep. Er komt nog een vrachtschip aanvaren, de Kornelis, en we horen dat we langszij de Kornelis mogen vastmaken in de sluis. Dat is lekker makkelijk, want dan hoeven wij niet te verhalen. Doordat de waterstand van de IJssel laag is, zakken we verder dan gewoonlijk. Het waterpeil is zo laag, dat voor beladen schepen de voorsluis moet worden gebruikt, omdat anders de schepen wegens hun diepgang niet over de sluisdrempel komen. We draaien stuurboord uit de IJssel af. Onze gastheer in de sluis gaat stroomopwaarts richting Rijn.

Kasteeltje
Kasteeltje

Voor ons vaart de Twenteboot, die weer teruggaat naar haar thuishaven. Langzaam verdwijnt ze uit zicht. Wederom valt het ons op hoe stil het op het water is. Voor Deventer varen we onder de A1-brug door waar drommen vrachtwagens overheen denderen.

Beneden alle peil
Beneden alle peil…

Onderwijl genieten we van het prachtige IJssellandschap dat zich voor ons ontvouwt.

Mooie IJssel
Mooie IJssel

Droog hè
Droog hè

Na Deventer volgt achtereenvolgens Olst, Wijhe en Zwolle. Bij Zwolle kunnen we vanwege de lage waterstand onder de oude spoorbrug door zonder de mast te strijken. We laten de Spooldersluis rechts liggen en na Zwolle kijken we uit naar een ligplaats. Er zijn erg weinig aanlegmogelijkheden aan de IJssel en de enkele passantenhaventjes die we passeren zijn vanwege de lage waterstand voor ons niet bevaarbaar. Uiteindelijk besluiten wij om in de jachthaven van de Watersportvereniging IJsselmuiden te gaan liggen waar we rond 16:00 arriveren. Het is een mooie ligplaats vlak voor de Kamperbrug, liggeld € 12,- zonder stroom want we hebben de accu’s vandaag weer volledig opgeladen. We hebben vandaag 68 Km. afgelegd en daar hebben we 5,5 uur over gedaan.

18 mei
Na een rustig ontwaken, een babbeltje met de buurvrouw en het achterlaten van wat afval manœuvreer ik de boot rond 10:30 het haventje van IJsselmuiden uit. De Kamperbrug is wat aan de lage kant, dus strijkt Erica voor de zekerheid even de mast. Het weer is niet onaardig, droog met af en toe een waterig zonnetje. Aangezien wij steeds dichter bij het IJsselmeer komen, heeft het waterpeil zich hier enigszins genormaliseerd. Bij het Ketelmeer is het waterpeil weer normaal, dank zij het beleidsmatig spuien van de waterbeheerders bij de Afsluitdijk. In de IJsselmonding willen wij bakboord uit richting Roggebot, als we worden opgevaren door een kleine passagiersboot. Erica maakt de schipper met gebaren duidelijk wat onze bedoelingen zijn en de man stopt even af en laat ons de bocht inzetten. Nu blijkt dat hij de zelfde bedoelingen had als wij, want nog in de draai passeert hij ons. Dat is het nadeel van het ontbreken van richtingaanwijzers op het water. Bij de Roggebotsluis zien we dat de sluisdeuren net dicht gaan, dus maken we even vast aan de wachtsteiger tot de volgende schutting. Aan de bovenkant van de sluis is een hele mooie steiger voor de watersport, maar het is nog veel te vroeg om nu al te stoppen voor vandaag. Op de Randmeren, normaal toch een toeristische attractie voor watersportliefhebbers, is vrijwel geen mens te bekennen. We steken het Drontermeer over en passeren Elburg. Na een tijdje gaan we maar eens uitkijk houden naar een ligplaats. Deze zijn sporadisch wel aanwezig, maar die vallen allemaal onder het plaatselijke ligplaatsbeheer, herkenbaar aan de groen-blauwe vlaggen, waar geen voorzieningen zijn. Het ‘beheer’ bestaat voornamelijk uit het innen van liggelden. Het Veluwemeer is op deze plekken buiten de vaargeul zeer ondiep, dus blijven we netjes binnen de betonning. Tussen de eilandjes De Ral en De Snip ter hoogte van Nunspeet is het diep genoeg om de vaargeul te verlaten. Met de kop in de wind en achter het eilandje De Snip laten we rond 14:30 het anker vallen. We dobberen op de golfjes en het enige geluid wat we horen is het kabbelen van het water tegen de scheepshuid en watervogels in de verte. We hebben 37,5 km afgelegd in 4 uur.

19-20 mei
We hebben een prachtige plek uitgekozen om te ankeren. Het is nog steeds vrij rustig op het water. We liggen een paar honderd meter van de vaargeul waar zo nu en dan een schip ons voorbij vaart. Wij delen het territorium met een koppel zwanen. De rust daalt op ons neer en wij geven ons er even heerlijk aan over.

Veluwemeer
Veluwemeer

Veluwemeer Veluwemeer

De enige stoorzender in dit idyllische plaatje is het feit dat we net onder de aanvliegroute van het vliegveld van Lelystad liggen, waardoor af en toe de rust wordt verstoord door een sportvliegtuigje of een helikopter. En niet te vergeten onze eigen generator die we in de middag een uurtje of twee laten draaien om de accu’s weer bij te vullen.

21 mei
Eigenlijk willen we hier nog niet weg, maar in de kombuis staart een grote, witte leegte ons tegemoet als we de koelkastdeur opendoen. Om wat fatsoenlijks tussen de tanden te hebben, zijn we toch genoodzaakt om ergens een supermarkt op te gaan zoeken. Harderwijk is een uurtje hier vandaan dus halen we na 11:00 het anker op. We draaien op naar de vaargeul en vervolgen deze in zuidoostelijke richting. Het is weekend en dat is te merken aan de drukte op het water. Een rijke schakering van verschillende soorten vaartuigen kruist onze weg. Meteen achter de hoogspanningsmast en tweehonderd meter voor de brug gaan we bakboord uit, volgen de betonning en varen even later over het aquaduct over de provinciale weg van Harderwijk naar de Flevopolder en varen even later de haven van Harderwijk binnen. Op hun website is te lezen dat er 150 ligplaatsen zijn en aangezien het nog lang geen hoogseizoen is, gaan we er van uit dat we wel ergens kunnen aanleggen en de fietsen van boord kunnen tillen. Nee dus. De enkele nog vrije plaatsen zijn afgezet met rood/wit lint. We maken vast achter een binnenvaartschip en ik bel de havenmeester om te vragen of we hier even een uurtje kunnen blijven liggen om boodschappen te doen. Nee, dat kan niet, want de plek is gereserveerd en de mensen kunnen elk ogenblik binnenkomen. Verder heeft hij geen ligplekje voor ons. Jammer dan, Harderwijk, dan gaan wij ons geld ergens anders uitgeven. Wij starten wederom de motor en varen de haven van Harderwijk weer uit. Nu houden wij bakboord aan om weer in de vaargeul terecht te komen. We steken het Wolderwijd schuin over en na een half uurtje komen wij bij het eilandje De Zegge voor de havenmonding van Zeewolde. Wij varen rechts om het eilandje heen en varen de haven van Zeewolde binnen. Daar is op loopafstand een Lidl. Helaas kunnen we ook hier nergens onze boot kwijt. Met grote precisie hebben onze mede-watersporters hun boten zover uit elkaar gelegd dat we bij elke tussenruimte een halve meter te kort komen. Dan weten we het anders gemaakt. Wij keren om, varen weer naar buiten en gaan vlak achter het eilandje De Zegge voor anker. Daarna laat ik de bijboot te water en daarmee varen we even later weer terug naar de haven van Zeewolde. We leggen de boot met een kabelslot vast aan een stalen trapje (door de diefstal van onze vorige bijboot uiterst voorzichtig geworden) en wandelen het centrum in. Er is van alles te doen in het centrum. De brandweer geeft een demonstratie. Kinderen mogen zelf de brandspuit hanteren en de straal richten op een decorstuk, voorstellende een huis. Met een rib kunnen rondvaarten op het Wolderwijd gemaakt worden. Even verder op het plein is een demonstratie Spinning, dit natuurlijk onder begeleiding van het niet te vermijden gedreun van House en het gebrul van een trainer. Nog een stukje verder vinden wij onze Lidl, waar wij voedsel kopen voor de komende dagen. Met onze verse buit varen wij terug met onze bijboot, die gelukkig nog op zijn plekje lag en leggen aan bij de zwemtrap van onze Vrijheid, die intussen gelukkig ook niemand heeft gestolen. We zitten net met een koud glas drinken op het achterdek als we dikke donkergrijze rookwolken vanuit het centrum van Zeewolde op zien stijgen. Even later horen wij de sirenes van de brandweer. Nu kunnen ze een echte demonstratie geven! Wij genieten nog tot zonsondergang op het achterdek van het mooie weer.

Zonsondergang bij Zeewolde
Zonsondergang bij Zeewolde

22 mei
Wij hebben besloten om achter het eilandje te blijven liggen. Het weer is een stuk slechter geworden. Werden de golven gisteren veroorzaakt door de vele boten die hier voorbijvoeren, vandaag is het de wind die het water opzweept. Tegen de avond merk ik dat we een stuk naar achteren gedrift zijn. Door de stevige wind die af en toe kracht 7 bereikt, is het anker enigszins gaan krabben. We starten de motor en halen het anker op om een stukje dichter bij het eilandje te gaan liggen, als we een eindje verderop een man naar ons zien zwaaien op een klein platbodempje dat bij de oever voor anker ligt. Wij varen er naartoe. Het echtpaar blijkt panne te hebben. De motor is niet meer aan de praat te krijgen. De wind is erg ongunstig voor hen waardoor ze op de zeilen de haven van Zeewolde niet kunnen bereiken. Het risico is te groot. We maken hun boot aan de zijkant vast, laten de man het anker ophalen en varen voorzichtig in koppelverband de haven van Zeewolde binnen. In de Aanloophaven is aan bakboordzijde genoeg plaats. Daar leveren we de onfortuinlijke watersporters af. Als dank ontvangen wij van het echtpaar een mooie fles Merlot. Die zullen wij bij gelegenheid aanspreken en een dronk uitbrengen op het motortje van hun boot. Na dit avontuur varen wij weer terug naar het eilandje waar wij in de luwte van de bomen en het struikgewas opnieuw het anker laten vallen.

23-24 mei
De zon staat aan de hemel als we onze ogen open doen. Er staat nog wel erg veel wind, maar omdat we nu dichter achter het eilandje voor anker gegaan zijnm krijgen we er een stuk minder van mee, waardoor we een rustige nacht achter ons hebben. Erica moet vanavond de trein naar Enschede pakken en daarom halen we ruim na 11:00 het anker op om onze reis voort te zetten. We maken een ronde om het eiland en houden stuurboord aan in de vaargeul en volgen deze in zuidoostelijke richting. Nu wij op de wijde vlakte zijn ondergaan wij de volle omvang van de uitspattingen van Moeder Natuur. Alhoewel er aan het varen op zich weinig te merken is wordt het wateroppervlak gedomineerd door een korte maar heftige golfslag met rollers en schuimkragen. We hebben de wind op de kop. Het is weer opvallend rustig op het water, kennelijk omdat het een gewone doordeweekse dag is, en misschien ook vanwege de stevige, stormachtige wind. Terwijl we het Nuldernauw volgen, passeren we aan bakboordzijde achtereenvolgens Strand Horst en Strand Nulde, waar op beide geen levende ziel te bekennen is. Ter hoogte van Jachthaven Nulde maakt het Nuldernauw een flauwe bocht, waarna in de verte de dijk en ophaalbrug van de Nijkerkersluis opdoemen. Ik hoef de marifoon niet te gebruiken, want nog ver voor de sluis zien we de lichten op rood/groen springen, hetgeen betekent dat de sluiswachter ons gezien heeft. Samen met nog een kajuitbootje schutten we omlaag? Omhoog? Het is niet te merken. De sluisdeuren gaan voor ons weer open en we varen uit. Meteen daarna draaien we bakboord uit de Arkervaart in richting Arkersluis. Ik roep de sluiswachter op en even later kunnen we hier invaren. Door hoge dijken en begroeiïng is de wind hier een stuk minder krachtig. Dat is vooral prettig als je moet manœuvreren op kleine schaal. Bij de sluiswachter moeten we meteen al het havengeld betalen. Dat valt mee: € 20,- voor twee nachten. Er is geen stroomvoorziening, maar we mogen wel de generator laten draaien om zelf stroom op te wekken, als het maar niet midden in de nacht is. Nee mevrouw, dan willen we namelijk zelf ook graag slapen. Na twee kilometer passeren we een laatste ophaalbrug om even later om 13:00 aan te leggen vlak tegenover het gemeentehuis van Nijkerk, 900 meter van het NS station. We hebben ruim 16 kilometer gevaren. Rond 17:00 help ik Erica met het overboord zetten van een vouwfiets, waarna zij de reis aanvaardt naar Enschede, waar ze morgen afspraken heeft. Het is een uurtje of twee met de trein. De volgende dag ga ik gewapend met een lege jerrycan naar het pompstation, waar ik 10 liter benzine koop. Tegenover het pompstation is een automaterialenhandel gevestigd, waar ik later op de dag nog even binnenloop om een nieuw brandstoffijnfilter te bestellen en nog een paar dingen aan te schaffen. Natuurlijk heeft hij het filter niet op voorraad, maar hij belt naar zijn leverancier en nadat hij de telefoon op de haak heeft gelegd, belooft hij dat het filter de volgende morgen aanwezig zal zijn. In de middag laadt de generator de accu’s weer op. Nu is het 5-liter jerrycannetje ook bijna leeg, dus ik ga nogmaals naar het pompstation om dit weer te vullen. Tegen 19:40 komt Erica terug van haar reis, lopend met de fiets aan de hand. Ze heeft een lekke band. De achterband van de andere vouwfiets is ook al lek, dus ik weet weer wat ik te doen heb: banden plakken!

25 mei
Om 9:45 gaat de telefoon. Het brandstoffilter is binnen. Ik loop er naartoe en haal de pullen op. Daarna zetten we onze ‘grote’ fietsen overboord en slaan voor de komende dagen proviand in bij de plaatselijke supermarkt. Als alles weer aan boord is, vraag ik via de telefoon om brug- en sluisbediening. Even later, rond een uur of 11, maken we los en varen terug via de Arkervaart naar de sluis die al voor ons open staat. Het weer is vriendelijk, minder wind dan de afgelopen dagen en een zonnetje met temperaturen van iets boven de 20 graden. Meteen na het uitvaren maken wij aan bakboordzijde vast bij een watertappunt om onze drinkwatervoorraad aan te vullen. Als wij een muntje in de paal gooien, komt er geen water uit. Ik roep de sluiswachter op en deze stuurt iemand om te komen kijken. De man opent een klepje aan de achterkant, rommelt wat met zijn hand in de ingewanden en even later begint het water te stromen. Na een vrij lange periode houdt het weer op. Ik gooi weer een muntje in de sleuf, maar hij doet het weer niet. Nu komen ze met twee man sterk. Uiteindelijk lukt het om onze watertank te vullen. Wij maken weer los en gaan bakboord uit richting Eem- en Gooimeer. Tegenover het Hulkesteinse Bos bevindt zich het Stoomgemaal Hertog Reynout, het enige nog werkende stoomgemaal dat, als de omstandigheden zich voordoen, helpt met het op peil houden van de Nijkerkse polder. Ter hoogte van recreatiecentrum De Eemhof maakt het Nijkerkernauw een bocht naar rechts. Een eind na de bocht passeren wij de vaargeul naar Spakenburg, waarna wij na een paar honderd meter het Eemmeer opvaren. Wij varen door, op de rechteroever geflankeerd door een hele lange rij moderne windmolens, tot de vaargeul naar de Eemmonding. Daar gaan we bakboord uit waarna wij een kleine kilometer op de Eem aan de rechterzijde rond 14:00 vastmaken bij een mooie aanlegplek. We hebben 15 kilometer afgelegd. We genieten tot in de avond van het mooie weer op het achterdek. Voor het eerst dit seizoen eten we buiten.

26-27 mei
Als we wakker worden merken we, zoals de weersvoorspellingen al hadden aangekondigd, dat het weer flink is omgeslagen. Vandaag hebben we een afspraak staan met een oude vriend in Huizen, dus maken we rond 11:00 aanstalten om te gaan vertrekken. Op het weerstation zien we windkracht 5 vermeld staan met uitschieters naar 6. We liggen aan hoger wal, waardoor het wegvaren een eitje is. We maken de trossen los en laten ons gewoon naar het midden van de Eem blazen. Daar maken we rechtsomkeert en varen richting het Eemmeer. Vanop afstand is de golfslag daar al te zien. Om schade te voorkomen, brengt Erica de gitaren in veiligheid en zekert de lades in de kombuis. We hebben de wind van opzij waardoor we enigszins slingeren, maar het is een peuleschil vergeleken met eerdere ervaringen die we op het IJsselmeer hebben opgedaan. Na 800 meter gaan we bakboord uit de vaargeul in richting Stichtsebrug. We hebben de wind nu op de kop en op de windmeter lopen de waardes op naar kracht 9. Het boegwater spat over de kap, welke zich op 3,5 meter boven het wateroppervlak bevindt. Even later passeren we de fietsboot waarop zowaar nog enkele waaghalzen te zien zijn die zijn gaan fietsen. Onder de brug door passeren we het eiland Huizerhoef, waarna ik een eind verderop de vaargeul richting Huizen zie opdoemen. De wind is nog verder aangewakkerd en we zien nu uitschieters naar windkracht 11 op de meter. We zijn maar wat blij dat we niet op het IJsselmeer zitten! Het is hier overal diep genoe, dus verlaat ik de hoofdgeul om een stuk af te snijden. Dicht bij de vaargeul naar Huizen bemerk ik mijn vergissing. Wij moeten nog één geul verderop om in het centrum van Huizen terecht te komen. Bij de goede havenmond draai ik bij in de geul en even later varen we de haven binnen. Het water is meteen een stuk rustiger. Wat verder tussen de bebouwing is de wind afgenomen tot kracht 4. Even later maken we vast aan de kade. In de middag ontvangen wij ons bezoek. Vanwege de weersomstandigheden besluiten wij om hier een paar dagen te blijven liggen.

28-29 mei
In Huizen hebben we de fietsen overboord gezet en zijn we naar het centrum gefietst voor wat inkopen. De wind is een beetje afgenomen, maar het waait nog steeds flink, dus besluiten we in de middag om terug te varen naar de monding van de Eem om daar het weekend door te brengen. Volgens de voorspellingen wordt het volgende week beter en zal de wind afnemen tot normale proporties. We willen niet met zulke harde wind het IJmeer oversteken. Als we op de terugweg zijn, merken we dat het nog steeds flink spookt op de Randmeren. Na een uurtje varen komen we in de Eemmonding, waar de flinke golven met schuimkoppen meteen weer verdwenen zijn. Wij leggen weer aan op vrijwel dezelfde plek als voorheen. Tot nu toe hebben we vanaf het begin van de reis op 14 april in Zwartsluis 377,8 kilometer afgelegd. De urenteller staat inmiddels op 2506,5 hetgeen betekent dat we daar 73,8 uur over hebben gedaan.

30-31 mei
Een blik in onze koelkast leert ons dat we vandaag maar weer eens een supermarkt moeten gaan bezoeken. Spakenburg is dicht bij en via internet zien we dat er een aantal supermarkten in de buurt van de haven te vinden zijn. Aan het eind van de ochtend verlaten we onze ligplaats in de Eem en gaan het Eemmeer op.

Ligplek in de Eem
Ligplek in de Eem

Bij de vaargeul gaan we stuurboord uit, waarna na een half uur Spakenburg opdoemt. Het is mooi weer vandaag met een vriendelijk zonnetje en een beetje wind. In de ingang van de haven van Spakenburg maken we meteen aan stuurboordzijde vast.

De Vrijheid in Spakenburg
De Vrijheid in Spakenburg.

De fietsen gaan overboord (aan de walkant natuurlijk) en gewapend met elk een rugzak fietsen we over de strekdam het stadje in. De haven is recentelijk flink gerenoveerd.

Klassieke werf in Spakenburg
Klassieke werf in Spakenburg

Er is een stuk aan de oude haven bij gegraven en aan het eind zijn een paar sluisdeuren geplaatst. Zo is symbolisch de band van Spakenburg met het water weergegeven. Er wordt nog flink gewerkt aan de bestrating, waardoor we een stuk met de fiets over het trottoir moeten. Eerst maken we even halt bij de bank om wat geld uit de muur te halen. Dan fietsen we een stukje terug naar de ijssalon waar we een lekker ijsje eten.

Nieuw terras in Spakenburg
Nieuw terras in Spakenburg

Tenslotte kopen we bij de supermarkt voor ongeveer vijf dagen proviand. Daarna brengen we de verse buit terug naar de boot, zetten de fietsen weer aan boord en varen weer terug naar de monding van de Eem. Erica is begonnen met schilderen. Eindelijk wordt na drie jaar de wasdrogerkist in de blanke lak gezet. Tot nu toe hebben wij dat steeds maar uitgesteld, maar nu het eenmaal gelakt is, ziet het er een stuk beter uit; Bovendien is het hout nu veel beter beschermd. Morgen is het volgens de berichten rotweer, dus blijven we mooi nog maar een dagje liggen.

vorige | volgende