vorige | volgende

Reisverslag 2011, juni

1 juni
Het weer is totaal omgeslagen, een heerlijk zonnetje en bijna windstil, ideaal weer voor motorbootvaarders, minder geschikt voor zeilers. Tegen 11:00 verlaten wij de Eem en gaan op het Eemmeer bakboord uit de vaargeul in.

Monding van de Eem
Monding van de Eem

We laten Huizen links liggen en passeren een eindje verder aan de rechterkant de vaargeul naar Almere Haven.

Almere-Haven
Almere Haven

Aan het eind van het Gooimeer passeren wij de geul richting Naarden. In de verte zien we de Hollandsebrug voor ons opdoemen. Na een bocht naar rechts gaan we daar een tijdje later onderdoor om voorbij de brug rond 12:00 op het IJmeer te belanden. Dit hebben we nog nooit gezien. Het water is zo glad als een spiegel. Het zicht is fabelachtig. We kunnen aan de overkant Amsterdam al zien liggen.

IJmeer, aan de overkant van Amsterdam
IJmeer, aan de overkant Amsterdam

Het is ook lekker rustig op het water. Zowel beroepsvaart als recreatievaart laten verstek gaan. Voorbij het eilandje Hooft verlaat ik de vaargeul en zet koers naar Amsterdam. Na een half uurtje passeren we Pampus, wat aangeeft dat we ongeveer op de helft zitten van de oversteek.

Pampus
Pampus

Nog een half uurtje later varen we op het Buiten-IJ, waar we aan stuurboord worden opgelopen door een vrachtschipper.

Driemaster op het Buiten-IJ
Driemaster op het Buiten-IJ

Na een ruime bocht passeren we de Schellingwouderbrug en maken rond 13:00 vast aan de wachtsteiger voor de Oranjesluizen. We moeten ongeveer een half uurtje wachten, dan kunnen we de sluis invaren. Meteen na de sluis draaien we scherp bakboord naar de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal. Het begin van het veel bevaren beroepskanaal is vrij rustig. Er is nog weinig verkeer en het is hier behoorlijk breed. Voorbij Diemen, onder de Muiderbrug door, begint het gelazer. Doordat de door de scheepvaart veroorzaakte golfbeweging steeds terugkaatst van de loodrechte oevers gaan we flink heen en weer. Het schip heeft de neiging om uit het roer te lopen, waardoor ik flink moet corrigeren. Ter hoogte van Weesp, midden op de kruising, zien we ineens een stootwil drijven. We besluiten deze op te vissen. We hebben er zelf ook wel eens eentje verloren onderweg en ze kosten tegen de € 25,– als je ze nieuw moet kopen. Na enige moeite en een fraai ballet midden op het Amsterdam-Rijnkanaal heeft Erica de stootwil aan de pikhaak opgevist. Hij blijkt wel vies, maar verder in prima staat. Schoonmaken, een touwtje er aan splitsen en hij is klaar voor gebruik. Wij vervolgen onze weg door deze uit de kluiten gewassen wastobbe totdat we bij Nigtevecht oversteken richting de openstaande keersluis en daarbij behorende beweegbare brug die toegang biedt tot een van Neerlands mooiste vaarwateren: de Hollandse Vecht. Het contrast kan niet groter zijn. Van het hotseklotsende kanaal op deze stille rivier die nauwelijks stroom heeft. We draaien ook meteen een stuk langzamer, we komen niet boven de 8 km/u. Na een kilometer, ter hoogte van Nederhorst Den Berg, in een scherpe bocht bij een mooie oud Hollandse molen vinden we een mooie ligplek.

Fraaie molen aan de Vecht
Fraaie molen aan de Vecht

We leggen rond 15:45 aan en zitten even later heerlijk op het achterdek en genieten van het mooie weer, het uitzicht en de niet aflatende stroom vaartuigen die aan ons voorbij trekt.

Fraaie ligplek aan de Vecht
Fraaie ligplek aan de Vecht

We hebben in vijf en een half uur bijna 50 km afgelegd.

2 juni
Vandaag is het hemelvaartsdag. Het is prachtig weer en het is enorm druk op het water.


Defilé op de Vecht
Defilé op de Vecht


Kleine stoomboot
Kleine stoomboot

Grote stoomboot
Grote stoomboot

Wij blijven waar we zijn. We leggen de boot nog wel even andersom vanwege de toch wel stevige, maar vooral frisse noordoostenwind.

3 juni
Als we weg willen varen, komt de beheerder van de ligplaats, een boer uit de buurt, vragen of we even willen helpen. Hij heeft zijn auto met aanhanger van de weg af op een glooiende grashelling gezet en kan niet meer wegkomen. We geven de auto even een drukkertje, waarna hij weer uit de brand is. Meteen daarna maken we los en varen in een slakkegangetje verder over de Vecht.

Pril gezinnetje
Pril gezinnetje

Zo druk als het gisteren was, zo kalm is het nu. Wij willen graag de boot even een uurtje aanleggen om een supermarkt op te zoeken. In Overmeer vraag ik aan de brugwachter waar we even aan kunnen leggen. Hij wijst naar de overkant bij een restaurant. Even later leggen we daar aan, echter niet voor lang want even later krijgen we te horen van een serveerster dat de ligplaats echt is gereserveerd voor gasten van het restaurant. Dan maar niet, we maken weer los en gaan opnieuw door de brug in tegengestelde richting. Aan de andere kant van de brug is wel een ligplaats voor passanten. Het is er echter zo smal dat keren pas een eind verderop kan. Ondertussen kijken we op internet en zien dat er in het plaatsje geen fatsoenlijke super te vinden is waardoor we voor de derde keer de brug passeren om door te varen naar het plaatsje Loenen. Daar vinden we een prachtige oever voor passanten die helaas helemaal bezet is. Dit keer hebben we echter geluk. We zien dat er een gemotoriseerd vlot ligt dat net de touwtjes binnenhaalt. Nadat deze vertrokken is leggen we aan in de opengevallen ruimte. Er is een waterkraan en aangezien het al een poosje geleden is dat we water hebben genomen besluiten we om de slang in de vulopening te leggen. Het is hier zo mooi en we hebben de tijd dus we besluiten spontaan om hier te blijven liggen voor de nacht.

Loenen aan de Vecht
Loenen aan de Vecht

Het is nog net geen 12:00 uur. Nadat de watertank weer gevuld is fietsen we naar de C1000 in het dorpscentrum en kopen proviand voor de komende vijf dagen. Erica brengt de laatste laklaag aan op de wasdrogerkist. Wat is ’tie mooi geworden! 8 kilometer in een uur en tien minuten.

4 juni
Op een mededelingenblad bij de waterkraan staat te lezen dat men kadegeld verschuldigd is en toeristenbelasting. De gelden worden geïnd door een speciaal voor dit doel aangestelde kademeester. Om 10:30 is er echter nog niemand geweest, dus vertrekken we zonder te betalen. Direct na de brug passeren we de Mijndensesluis, die toegang biedt naar de Loosdrechtse Plassen. Wij volgen de Vecht, die aan beide zijden bebouwd is met schitterende klassieke villa’s uit de vorige eeuw en ouder.

Fraaie villa aan de Vecht
Fraaie villa aan de Vecht

Ze hebben namen als: ‘Rupelmonde’, ‘Sterreschans’ of ‘Queekhoven’. Het is prachtig weer met temperaturen tot ver boven 20 graden. We hebben dan ook de hele achterkant van de tent en het raam aan de voorzijde opgerold zodat het lekker door kan waaien. We varen in colonne en met een slakkegangetje door Breukelen en Maarssen.

Passagiersschip Grazyna
Passagiersschip Grazyna

Voorbij de brug over de N230 varen we door de openstaande Opburensluis met een lage brug daarachter, waarvoor wij de mast moeten strijken, waarna we meteen achter de brug bakboord het Amsterdam-Rijnkanaal opdraaien. Meteen begint het gehotseklots weer. We houden zoveel mogelijk stuurboordwal aan. Na 10 kilometer gratis rodeo-rijden (op de kermis moet je er veel geld voor neertellen) gaan we stuurboord uit het Merwedekanaal Benoorden de Lek op en leggen even aan bij de wachtsteiger voor de Zuidersluis. Na de sluis varen we door het centrum van Nieuwegein en passeren even later de openstaande Doorslagsluis naar de Hollandse IJssel. Wij houden bakboord aan richting de Koninginnesluis bij Vreeswijk naar de Lek. Rond 13:00 daar aangekomen is de sluis rood, even later wordt-ie zelfs dubbel-rood.

Zuipschuit bij de Koninginnnesluis te Vreeswijk
Zuipschuit bij de Koninginnesluis te Vreeswijk

Erica trekt haar wandelschoenen aan en maakt een praatje met de sluiswachter. Er is vanwege de extreme droogte niet voldoende water in de Lek, waardoor er momenteel niet geschut kan worden. We zijn net te laat. De Lek is tot aan Sluis Hagestein een getijdenrivier. Tegen 19:00 verwacht hij weer hoog water. Dat wordt ons te laat, want we moeten na de sluis ook nog een ligplaats gaan zoeken, dus besluiten we hier te blijven voor de nacht. Vandaag voeren we ruim 26 kilometer in bijna 4 uren.

5 juni
Vandaag is het weer omgeslagen. Als we wakker worden, regent het. We dubben of we hier nog een dagje zullen blijven, maar we hebben niet meer genoeg stroom in de accu’s en we willen liever niet de generator gebruiken op een zondag midden in een woonwijk. Tegen half elf begint de sluisbediening weer dus we starten snel de motor en varen de inmiddels openstaande sluis in. Aan de andere kant zien we dat onze beoogde ligplaats wegens de lage waterstand en wegens werkschepen niet beschikbaar zou zijn geweest. Het besluit gisteren om aan de andere kant van de sluis te blijven liggen was de juiste. Na de sluis gaan we bakboord de Lek op, passeren even later de grote Prinses Beatrixsluizen in het Amsterdam-Rijnkanaal en varen anderhalve kilometer verderop het toegangskanaal van de sluis bij de gesloten stuw bij Hagenstein op. Er was al een sleepbootje de sluis binnengevaren, maar die moet er weer uit, want er komt ons een grote tanker achterop, die in de sluis voorrang heeft. Na de tanker mogen wij ook de kolk invaren. Aan de bovenkant is weinig te merken van de lage waterstand. Het valt ons alleen op dat er vrijwel geen stroming is. We genieten van het fraaie rivierlandschap en passeren Culemborg. Net voorbij Culemborg is een oude zandafgraving, waar wij voor anker willen gaan. Het is er echter erg diep en de paar geschikte plekken zijn bezet. Daarom varen we terug naar de rivier en gaan we weer in de opvaart. We passeren Beusichem en steken even later de oostelijke tak van het Amsterdam-Rijnkanaal over. Even later varen we bij Wijk bij Duurstede bakboord uit een dode arm van de rivier op. We laten de beide jachthavens links liggen en gaan tegen 14:30 helemaal aan het eind voor anker. Behalve een paar dagjesmensen bij de strandjes is hier niemand te bekennen. Over de oeverdijk hebben we zicht op de bovenbouw van de stuw bij Amerongen. 29 kilometer in 4 uren.

8 juni
Na twee dagen in bijna volstrekte eenzaamheid halen we tegen 11:10 het anker op en varen de dode rivierarm weer terug langs de twee jachthavens tot wij bij Wijk bij Duurstede bakboord uit de Neder-Rijn weer op gaan. Na een kilometer passeren wij de ingang naar het Eiland van Maurik, een voormalige zandafgraving, tegenwoordig met een recreatieve bestemming. Nog een paar honderd meter verder varen wij het toegangskanaal van de sluis bij Amerongen in. Wij zien de sluis voor ons open gaan waardoor we vrijwel meteen in kunnen varen. Samen met nog een paar recreanten stijgen wij een paar meter. Aan de bovenkant uitgevaren, vervolgen wij deze mooie vaarweg richting de volgende hindernis: Sluis Driel. Het valt ons op dat er meer beroepsvaart dan gewoonlijk op het ‘Fietspad’, zoals dit vaarwater bij de schippers ook wel bekend is, onderweg is. Door de regel gaat de voorkeur van de beroepsvaart uit naar de Waal die vrijwel evenwijdig aan de Lek en de Neder-Rijn stroomt. Deze rivier is breder, heeft geen sluizen of stuwen en is korter in afstand naar de havens van Rotterdam en de Zeeuwse wateren. Door de lang aanhoudende droogte is er echter zo weinig water in de Waal dat veel schepen op dit moment het ‘Fietspad’ kiezen, omdat daar door de aanwezige drie stuwen het water op peil gehouden kan worden. Door vrijwel stilstaand water volgen wij de rivierbedding langs plaatsjes als Elst, Rhenen met de daarbij behorende Grebbeberg, Opheusden, Wageningen en Renkum. De loop van de rivier wordt voornamelijk bepaald door de lange en hoge, door bos begroeide stuwwal die door de ijsmassa’s in de laatste ijstijd is ontstaan. Hierdoor heeft het rivierlandschap haar extra charme in het overigens vlakke land. Bij sluis Driel zijn we ook weer vrijwel meteen aan de beurt. We moeten ongeveer 10 minuten wachten op drie ons achteropkomende binnenvaartschepen die uiteraard voorrang hebben en het eerst de kolk in mogen varen. Aan de bovenkant, achter de remming van de sluis, is de passantensteiger van Renkum, een mooie beschutte (gratis) ligplaats. Het is rond 15:50 als wij daar aanleggen. 38,5 fraaie kilometers in vier en een half uur.

9 juni
Vandaag willen wij in Arnhem zijn. De zon schijnt, als we rond 10:45 de passantensteiger bij sluis Driel achter ons laten. Het duurt niet lang voordat we de eerste tekenen van verstedelijking in ons blikveld krijgen. Op beide oevers staan fabrieken en aan bakboord is een haventje van Rijkswaterstaat. Er liggen ook woonboten in verschillende vormen en kleuren. Wij varen onder de Nelson Mandelabrug en de John Frost brug door en passeren een aantal grote Rijnpassagiersschepen die aan de kade afgemeerd liggen. Een paar honderd meter na de laatste brug ligt de haveningang van Arnhem. Net als wij bakboord uit de haven in willen varenn worden we opgelopen door een passagiersschip. We stoppen even af en draaien dan door het schroefwater van de oploper de haven van Arnhem in. Meteen links is er een tweetal jachthavens. De eerste is van de R en ZV Jason, een verenigingshaven. Daar mogen we van de havenmeester, die ons al had zien aankomen, een vrije box invaren. Hij helpt met het beleggen van de landvasten en heet ons welkom. We boeken voor twee nachten. We hebben vandaag 9,5 kilometer afgelegd in minder dan een uur. In de middag zetten we onze fietsen overboord en gaan naar een dichtbij gelegen supermarkt om eten te kopen voor de komende dagen.

10 juni
Even na tienen arriveren de beide dames Monja en Merelice, waar we mee hebben afgesproken naar Movie World Bottrop te gaan. Als we met Monja’s auto onderweg zijn, regent het flink. Een uur later komen we aan in Bottrop en parkeren bij de ingang. We nemen de paraplu’s die in de auto aanwezig zijn mee, maar we zijn net een half uur door de kassa’s van het amusementspark als de regen stopt. Nog wat later gaat de zon schijnen. Het is buitengewoon rustig in de door de bank genomen druk bezochte attractie waardoor wij nergens hoeven te wachten. Hierdoor slagen wij er in om in één dag al het gebodene te bekijken c.q. te ondergaan. Als wij aan het eind van de middag op een grote tribune zitten te kijken naar een live show met stuntmannen- dan wel vrouwen die een spectaculaire bankoverval naspelen begint het weer te regenen. Vanwege deze regen wordt de show, om de medewerkers niet in gevaar te brengen, helaas afgebroken. Nadat wij nog een bezoek gebracht hebben aan één van de vele souvenirwinkels voor een leuke knuffel voor de kleine meid verlaten we het park en rijden terug naar Arnhem. In Westervoort onderbreken wij de terugreis voor een bezoek aan McDonalds. Het was een geslaagde dag, waarvan we tot laat in de avond nog met zijn allen nagenieten. De beide dames blijven logeren. Gezellig!

11 juni
We hadden gepland dat we vandaag weer zouden vertrekken, maar we moeten nog (alweer) naar de winkel dus bestijgen we de fietsen en kopen in voor de komende dagen. Bovendien is er nog het een en ander te doen aan boord, dus boeken we er nog een nachtje bij. Wij liggen vlak naast de kanosteiger, die kennelijk niet alleen door de kanoërs wordt gebruikt.

Moeder en kind op de kanosteiger
Moeder en kind op de kanosteiger

12 juni
Tegen 14:00 verlaten wij de gastvrijheid van R en ZV Jason en keren over de Nederrijn terug op onze schreden. Na een klein uurtje leggen we aan bij het passantenhaventje in Renkum bij sluis Driel, waar wij de Pinksterdagen doorbrengen.
Net geen tien kilometer gevaren.

Achter de remming bij sluis Driel
Achter de remming bij sluis Driel

14 juni
Wij vragen rond 11:00 bediening aan bij sluis Driel. De sluis moet even worden omgezet en even later varen wij de kolk binnen, samen met een plezierboot die ons achterop kwam. Nu varen wij op dezelfde rivier als een paar dagen geleden maar nu in de andere richting waardoor het een totaal andere rivier lijkt met uiteraard veel herkenningspunten, onder andere dit bijzondere strandje.

Zwijnenstrand
Zwijnenstrand

De zon doet flink haar best en er is weinig wind. Als we zonder noemenswaardig oponthoud tegen kwart voor vier sluis Amerongen gepasseerd zijn, weten we even niet wat te doen.

In sluis Amerongen
In sluis Amerongen

Als wij doorvaren, hebben we op onze geplande reis de eerstkomende 20 kilometer en twee sluizen geen mogelijkheid tot afmeren of ankeren. We besluiten om naar het Eiland van Maurik te varen en daar voor anker te gaan. Als wij vrijwel direct na de sluis het toegangskanaal naar de grote recreatieplas invaren, zien we veel bedrijvigheid van speedboten en waterskieërs. Niet bepaald rustig liggen daar, daarom maken we spontaan rechtsomkeert en varen nog een klein stukje verder naar de dode rivierarm bij Wijk bij Duurstede, waar we vorige week ook gelegen hebben. Aan het eind is een kleine zijplas met een mooie gelegenheid tot aanleggen aan een primitieve steiger zonder oeververbinding. Als wij op het achterdek zitten, hebben we de wind precies in ons gezicht, dus leggen we de boot toch nog even andersom. We zitten buiten tot het te fris wordt. We hebben vandaag 37,5 kilometer afgelegd in iets minder dan 5 uur.

15 juni
Er staat een vriendelijk zonnetje aan de hemel en er is weinig wind. Wij maken rond 10:30 de touwtjes los en varen terug naar de Neder-Rijn. Bij het kruispunt met het Amsterdam-Rijnkanaal gaan we bakboord uit het kanaal op. We varen door de vanwege de lage waterstand openstaande schutsluis.

Prinses Marijkesluis, Amsterdam-Rijnkanaal
Prinses Marijkesluis, Amsterdam-Rijnkanaal

Het kanaal is hier erg breed en heeft glooiende oevers, die meestal mooi begroeid zijn. Na 10 kilometer komt na een bocht in het kanaal in de verte de Prins Bernhardsluis bij Tiel in zicht. Er zijn twee grote sluiskolken en beide staan open. Wij mogen van de sluiswachter door de kleinste van de twee, de stuurboordsluis, doorvaren waarna wij de Waal afgaan. Wij merken aan de snelheidsmeter dat we circa 4 kilometer stroom mee hebben. We laten even later Tiel achter ons en volgen de Waal door de Stiftse uiterwaarden. Vlak voor het dorpje Rossum gaan we bakboord uit naar het Kanaal St. Andries, waar we tegen de gesloten sluis aanlopen. Er liggen twee vrachtschepen te wachten op schutting. De sluismeester vertelt via de marifoon dat we achter aan mogen sluiten bij de wachtende beroepsvaart. Er is nergens een wachtsteiger voor de pleziervaart te bekennen, dus maken we provisorisch vast aan een grote paal voor de beroepsvaart. Het valt niet mee om de boot van ruim 12 meter aan een vlak van 1 meter in bedwang te houden, als de tegenvaart de sluis uit komt varen in het tamelijk smalle kanaal. Nadat de vrachtschepen zijn ingevaren, zien wij vlak voor de sluisdeuren een wachtsteiger voor jachten. Die hebben wij bijna letterlijk over het hoofd gezien. Na enig gehannes liggen wij in de kolk. Aan de andere kant van de sluis varen wij even later de Maas af richting Kerkdriel. Er begint wat regen uit de lucht te vallen. Bij Kerkdriel proberen wij tegen 14:45 een plek te vinden waar we kunnen aanleggen of ankeren voor de nacht. Helaas levert deze zoekactie niets op dus besluiten we door te varen naar ’s-Hertogenbosch, waar we een paar nachten willen gaan liggen. Erica moet vrijdag naar Enschede en de passantenhaven aldaar ligt in het centrum op een steenworp afstand van het NS-station.

Wastobbe op de Maas
Wastobbe op de Maas

Even voorbij kilometerraai 221 wenden wij de steven naar de gekanaliseerde Dieze met de daarachter liggende sluis Engelen. Een diep afgeladen zandschip ligt op de sluis te wachten. Als hij mag invaren, blijkt hij met de kop vast op de bodem te zitten. De schipper heeft al zijn motorvermogen nodig om zichzelf weer los te trekken. Uiteindelijk lukt het hem om de kolk in te varen, waar hij aan stuurboordzijde vastmaakt. Achter ons nadert een tweede vrachtschip, dat de kolk binnenvaart aan bakboordzijde. Tot onze verbazing blijft het licht groen staan. De sluiswachter vraagt hoe breed we zijn. Ik meld dat we 3,65 meter zijn. Een andere plezierboot is 4 meter en de sluiswachter meldt dat wij de kolk moeten invaren. Ik heb grote vraagtekens hoe dat dan moet, want de twee vrachtschepen zijn even lang als de sluiskolk. Hij zegt dat wij in de smalle opening tussen de twee vrachtschepen naar voren moeten varen. Via de marifoon hoor ik de vrachtschippers ook hun twijfels uiten, maar de sluismeester is er van overtuigd dat het gaat passen. Ik steek de kop van de Vrijheid in de opening en wij passen er nèt tussen! Ik durf mijn arm niet meer tussen de overgebleven ruimte te steken. Helemaal vooraan maken wij vast aan de diep liggende zandschuit. De andere plezierboot ligt nagenoeg dwars achterin de sluis.

Eng in sluis Engelen
Eng in sluis Engelen

Zo worden wij ongeveer twee meter opgeschut. Wij moeten als eerste uitvaren. Ik bedank de sluismeester voor deze bijzondere schutting. Als we de plas Ertveld zijn overgestoken, komen wij in de bebouwde kom van ’s-Hertogenbosch. Vlak achter de Diezebrug krijgen wij tegen 17:30 een box toegewezen bij de Watersportvereniging de Waterpoort. Dat was een enerverende maar mooie vaardag van 52,5 kilometer in 7 uur.

16-18 juni
Donderdag
Wij zijn op zoek naar verfspullen en solar tuinverlichting. Een solar tuinlamp kan prima dienst doen als ankerlicht en aangezien deze uitgerust is met een zonnepaneeltje neemt het geen stroom van de accu’s. Het is een eindje fietsen naar het meubelplein maar dan heb je ook wat. In een lunchroom drinken we een kop koffie en eten, hoe kan het ook anders, een Bossche Bol. Heerlijk, zo’n uit de krachten gegroeide slagroomsoes. Met lampjes en verfspullen komen wij weer terug aan boord.
Vrijdag
Erica gaat met de vouwfiets naar het NS-station om voor doktersbezoek naar Enschede te gaan. Ik probeer de solarlampjes uit, een setje van drie stuks. Daarna vul ik de watervoorraad aan. Tegen de avond is Erica weer terug.
Zaterdag
Wij gaan met fiets en al richting binnenstad, die we graag nog even willen zien voordat wij weer vertrekken. Er is taptoe en overal lopen harmonie- en fanfareorkesten rond. Het is zo druk dat je over de koppen kunt lopen. We hebben al snel onze neus vol van al die drukte en gaan naar een bakkerij om nog wat van die overheerlijke Bossche Bollen aan te schaffen. Helaas zijn ze uitverkocht. Van Esther, een Bossche Bollenkenner bij uitstek, hebben we gehoord dat bakker Jan de Groot bij het station de lekkerste Bollen maakt. Als wij daar aankomen, zien we dat ze gelijk heeft, want er staat een rij mensen bij Jan de Groot over het trottoir tot aan de straat. Kennelijk willen deze mensen allemaal van die lekkernijen op de kop tikken. Deze wachtrij laten wij maar aan ons voorbij gaan. We zoeken nog een supermarkt op en slaan proviand in voor de komende week.

19 juni
Rond 11:15 draai ik de boot uit de box en richt de steven op de Dieze. Er staat een stevige wind, kracht 4 tot 6. Het is bewolkt en er zit regen in de lucht. Wij keren terug naar de Maas via sluis Engelen, die nu een stuk leger is dan een paar dagen geleden. Zodra wij op de Maas zijn regent het pijpenstelen. Er is weinig scheepvaart. We passeren Ammerzoden, Heusden, Genderen en Waalwijk. Bij Raamsdonksveer, vlak voor de Amercentrale, draaien we bakboord uit de Donge op. Wij komen terecht in een lelijk industriegebied. Bij de brug krijgen we de schrik van ons leven. Ik stuur op de middelste doorvaart af, als ik plotseling een levensgroot obstakel dwars over de opening direct achter de brug zie liggen. Het is een oude stalen spoordraaibrug, die pal achter de nieuwe brug ligt. Gelukkig heb ik het op tijd gezien en heb ik nog voldoende tijd om bij te draaien. Na een bocht naar rechts komen wij op het Noordergat waar een lage brug ons noopt om de mast te strijken. Het industrieterrein waar wij nu door varen roept bij mij het nummer In the getto van Elvis Presly op. Op de kruising gaan we bakboord uit het Wilhelminakanaal op en na een viertal kilometers van bedrijventerreinen draaien wij stuurboord naar de Marksluis. Daar kunnen we snel invaren, waarna wij na het schutten het Markkanaal volgen. Ter hoogte van Breda draaien we stuurboord de Mark af. We passeren de Roeivereniging Breda, waarna wij rond 17:15 een klein stukje voorbij het dorpje Terheijden vastmaken aan een plank met twee palen bij de stuurboordwal, midden in de natuur.
54 kilometer in 6 uur.

Terheijden aan de Mark
Terheijden aan de Mark

21 juni
Na gisteren een dag rust te hebben genoten, zetten we vandaag tegen tienen onze reis voort richting Dintelsas.

Zware lucht boven de Mark
Zware lucht boven de Mark

Het is bewolkt, maar droog, en er staat een flinke wind. De Mark is een mooie rivier geflankeerd door dikke rietkragen die met veel bochten door het weidelandschap slingert. Het stikt er van de watervogels.

Waterhoentje
Waterhoentje

Af en toe wordt de fraaie landelijke omgeving afgewisseld door fabrieken en loswallen, zoals in het gehucht Zwartenberg. Een kilometer voorbij Zwartenberg ligt aan bakboord de Leurse Vaart richting Etten Leur. Voorbij kilometerraai 17 ligt een spoordraaibrug, waarvoor bediening met behulp van een drukknop en een intercominstallatie op een meldsteiger moet worden aangevraagd. Prorail doet niet aan marifoons, dus moet Erica in actie komen bij de praatpaal terwijl ik de boot aan de kant hou. We hoeven gelukkig niet lang te wachten, want we zijn op een tijdstip bij de brug aangekomen waar net een gat in de treindienstregeling zit. Niet lang daarna passeren wij de Roode Vaart naar Zevenbergen, die alleen bevaarbaar is voor kleine bootjes met weinig diepgang zoals roeiboten en rubberboten. De twee jachthavens van WV ‘Nolleke Sas’ en ‘Jachthaven ’t Lamgat’ zijn aan weerskanten van de Mark gesitueerd. Het stadje zelf ligt op twee kilometer afstand. In Standdaarbuiten passeren we de kanaalingang richting Oudenbosch. Voorbij Stampersgat passeren we de brede ingang van het Mark-Vlietkanaal naar Roosendaal. Bij de Prinsenlandsebrug ter hoogte van Dinteloord duurt het even voordat de brugwachter mijn herhaalde oproepen beantwoordt. Hij vraagt even geduld, want hij heeft storing. Ik vraag maar niet wie of wat er gestoord is. Na vijf minuten dobberen gaat de brug open. Even later varen we door de openstaande Mandersluis en leggen aan bij het bunkerstation De Dintel. Over het algemeen is brandstof aan de waterkant 15 tot 20 cent duurder dan aan de ‘gewone’ pomp. Als je grote hoeveelheden tankt, zoals wij, kan dat verschil behoorlijk in de portemonnee lopen. Op internet heb ik gezien dat de prijs van een liter diesel bij de goedkoopste pompen met betaalautomaat rond de € 1,30 ligt. Bij het bunkerstation ligt de prijs op € 1,32 en dat is aanmerkelijk goedkoper dan de € 1,45 tot € 1,50 die op dit moment gemiddeld aan de waterkant moet worden betaald. Wij tanken 500 liter en bij een voordeel van minimaal € 0,13 per liter zijn wij € 65,- goedkoper uit. Wij kopen nog een paar lampjes en schroefasvet met een nieuwe vetpomp en met 750 liter diesel in de tanks varen we even later weer terug naar ‘binnen’. Af en toe schijnt de zonn wat de wereld meteen weer een vriendelijker aanzien geeft. We varen dezelfde route terug tot voorbij de spoordraaibrug, waarna wij bij kilometerraai 16 rond 16:15 aan bakboordzijde vastmaken aan een plank bij de rietkraag.

Plank in de Mark
Plank in de Mark

Vandaag hebben wij ruim 51 kilometer gevaren in 6 uur en 15 minuten.

22 juni
Om 10:15 verlaten wij de plank in de rivier en varen terug over de Mark voorbij Terheijden en bakboord uit het Markkanaal tot aan de Marksluis, die opengaat als we aan komen varen. Boven de Marksluis draaien we stuurboord naar de meteen achter de kruising liggende Sluis I. De sluismeester meldt dat hij met de sluis naar beneden komt, maar dat duurt even. Aan de bovenkant moet kennelijk nog eerst ingevaren worden en het is een grote bak met water met een hoogteverschil van zeker 6 meter. Na de sluis laten wij Oosterhout links liggen en varen door het Wilhelminakanaal. Het is nog steeds wisselvallig weer met een relatief lage temperatuur dus varen we met de tent dicht. Onderweg valt ons een opvallende kilometerstand op op de Furuno.

Kilometerstand
Kilometerstand 777,7

We zien tevens aan de voltmeter dat onze serviceaccu’s al weer bijna vol zijn.
Wij passeren Dongen en bereiken wat later sluis II die vrijwel meteen bediend wordt. De sluizen in het Wilhelminakanaal zijn oud en hebben schuine wanden van gemetselde ruwe basaltblokken. Omdat het spuiwater op verschillende plekken verdeeld over de sluiskolk uit de bodem wordt geperst, ontstaat er een werveling die het lastig maakt om de boot aan de kant te houden. Wij hebben de boot aan twee sliptrossen en moeten het moment van het verhalen goed inschatten. Als je even iets te laat bent, lig je midden in de sluis. Na sluis II varen we door de agglomeratie van Tilburg naar sluis III, een getrapte sluis met twee kolken achter elkaar. We hebben weer geluk. De sluis ligt al goed en we kunnen zo invaren. Na de eerste kolk gaan de deuren open, waarna we de bovenste kolk invaren.

Sluis III bij Tilburg, met twee sluiskolken
Sluis III bij Tilburg, met twee sluiskolken

Na de sluis gaan we op zoek naar een geschikte ligplaats. Op de kaart zijn er een paar aangegeven. De eerste laten we na een korte aarzeling liggen want het is geen mooie plek: een oude loswal met bolders veel te ver uit elkaar, direct aan de straat. Op naar de volgende. Er zijn verschillende ophaalbruggen in Tilburg, die door de centrale post vlot bediend worden.

Hefbrug in de Bosscheweg in Tilburg
Hefbrug in de Bosscheweg in Tilburg

Net voorbij de Lovenhaven is nog een ligplaats op de kaart aangegeven. Deze is echter met lint en hoge hekken afgezet, omdat de oever dreigt in te storten. Dan blijft ons niet anders over dan (duur) in de stad te gaan liggen. Voorbij de spoorbrug en de draaibrug Oisterwijkse Baan ligt aan stuurboord de ingang naar de Piushaven in het centrum. Net als we op de kruising aanbeland zijn, breekt er een noodweer boven onze hoofden los. Zeer zware windstoten met zware regenval worden begeleid door harde onweersknallen en lichtflitsen. Het lijkt alsof de wereld vergaat. Gelukkig hebben wij de wind op de kop, zodat we geen noemenswaardige problemen hebben de boot in bedwang te houden. Als we bij de handbediende draaibrug komen, is het ergste alweer voorbij. De havenmeester annex brugwachter wil even de ergste bui afwachten, wat wij ons goed kunnen voorstellen. Daarom maken wij even vast aan de wachtsteiger. Als het droog is, komt Piet de havenmeester tevoorschijn en niet lang daarna, rond 17:15, liggen we aan de kade van de Piushaven in Tilburg. Piet komt meteen het havengeld ad € 12,- innen. Ik heb al dagen zin in Chinees. Daarom zetten wij de fietsen overboord en halen tussen de buien door bij een afhaalchinees om de hoek een heerlijke maaltijd aan boord, die we bij het Journaal genietend naar binnen werken. Er blijft nog meer dan genoeg over voor nog een maaltijd. Bijna 40 kilometer in 7 uur.

23 juni
We spreken met Piet af, dat hij om 12:00 voor ons de brug draait, zodat wij onze reis kunnen vervolgen. We volgen het Wilhelminakanaal verder in zuidoostelijke richting, voorbij het recreatiepark de Beekse Bergen. Ter hoogte van het gehucht Haghorst komen wij aan bij sluis IV, waar wij vrijwel meteen in kunnen varen. Als we in de kolk liggen, moeten we 10 minuten wachten op een vrachtschip. Als dit even later is ingevaren, gaan we weer een meter of twee omhoog. Net voorbij de sluis ga ik zoveel mogelijk aan stuurboordwal om de vrachtschuit te laten passeren. Het is tegen 14:15 als wij ter hoogte van Oirschot aan stuurboordwal een fraaie, doch lege passantenhaven zien. Meteen achter deze haven is een prachtige, gratis aanlegplaats, waar we de boot vastleggen.

Mooie ligplaats bij Oirschot
Mooie ligplaats bij Oirschot

Ruim 22 kilometer in twee uur en een kwartier.

26 juni
Na een paar rustige dagen op deze mooie plek laten we rond 12:00 Oirschot achter ons. Het is mooi weer. De waterkaarten van de ANWB zijn niet altijd even accuraat. Ook hier weer komen wij bij de Heersdijkbrug een fout tegen. Volgens de kaart is deze 57,7 Dm. en met mast hebben wij een kruiphoogte van 55 Dm dus zouden we er met gemak onderdoor moeten kunnen. Gelukkig letten wij goed op en zien al van afstand dat die kaart niet klopt. De brug is in werkelijkheid slechts 51 à 52 dm. Erica laat de mast een stukje zakken.

Wilhelminakanaal
Wilhelminakanaal

Een paar kilometer verderop passeren wij de ingang van het Beatrixkanaal richting Eindhoven. Op onze reis op het Wilhelminakanaal passeren we een aantal beweegbare bruggen maar de bediening door de Centrale Post Helmond op marifoonkanaal 22 is voortreffelijk. Na onze aanvraag bij de eerste brug gaan de volgende bruggen bij onze nadering keurig op tijd open. Wij volgen dit prachtige kanaal door de openstaande sluis 5, welke niet meer in gebruik is. De sluisdeuren zijn vervangen door een soort damwanden en de oevers van de kolk zijn omgetoverd tot keurig aangelegde en goed verzorgde tuinen. Twee kilometer voorbij Lieshout passeren we de laatste brug bij de Oranjelaan, waarna wij de post Helmond hartelijk bedanken voor de uitstekende bediening. Op de kruising van het Wilhelminakanaal en de Zuid-Willemsvaart gaan we stuurboord uit naar de passantenhaven in het doodlopende stuk naar Aarle-Rixtel. Daar maken we rond 14:30 vast. We zouden graag water bunkeren, maar de aanwezige kraan heeft een gladde uitloop waar geen slang aan bevestigd kan worden. Jammer! Overigens is het een mooie, rustige plek om te liggen. We kunnen heerlijk buiten zitten. Op de oever is een brede strook, waar we de tafel en de stoelen in de schaduw van de boot neerzetten en genieten van het mooie weer, de rust en de maaltijd. Twee en een half uur en drieëntwintig en een halve kilometer genoten.

27 juni
Rond 10:00 richten we onze steven naar de Zuid-Willemsvaart richting ’s-Hertogenbosch. Net voor ons uit is er een vrachtschip vanuit Helmond het kanaal opgedraaid. Dat komt mooi uit, want nu kunnen we bij de komende sluizen en bruggen met de vrachtschipper mee. Na de eerste brug kunnen wij bij Beek en Donk vrijwel meteen de splinternieuwe sluis 6 invaren. De vrachter gaat aan stuurboord liggen, dus pakken wij de bakboordzijde om zo weinig mogelijk last te hebben van zijn schroefwater. Het gaat gelukkig allemaal heel rustig. Een kilometer of twee achter sluis 6 voegt de N279 zich bij het kanaal, een zeer druk bereden provinciale weg tussen ’s-Hertogenbosch en Helmond. Langs dit overigens best wel fraaie kanaal vormt deze weg een behoorlijke stoorzender. Vooral het lawaai van de vele voorbijrazende vrachtwagens is oorverdovend. Een kilometer voor het gehucht Keldonk ‘nemen’ we de eveneens vernieuwde sluis 5, welke vrijwel meteen bediend wordt. Na ruim 5 kilometer passeren we met gemak sluis 4 in Veghel, waar veel bedrijvigheid heerst, voornamelijk door het hier gevestigde distributiecentrum van Jumbo Supermarkten. De grote gele vrachtwagens denderen af en aan. Even voorbij Veghel passeren we de smalle en lage doorgang van de openstaande hefbrug in een niet meer gebruikt en reeds gedeeltelijk ontmanteld goederenspoortracé. Het zou voor de scheepvaart een opluchting zijn dit gedrocht weg te halen. Meteen daarachter passeren wij de industriehaven waar het vol ligt met vrachtschepen. Bij de volgende sluis 1 krijgen we wat oponthoud omdat de sluis net bezig is af te schutten. Het vrachtschip voor ons maakt even vast, door een tros over de ver van de waterkant staande bolder te gooien. De schipper gooit vaak mis voordat de lus over de bolder valt. Wij varen het vrachtschip voorbij om ook even vast te maken voor de volgende schutting. Een boot van Rijkswaterstaat heeft zich ook bij ons gevoegd en blijft vlak voor de sluisdeuren dobberen. Na de Den Dungensebrug wordt het kanaal een stuk breder en even later varen wij de bebouwde kom van ’s-Hertogenbosch binnen. Vlak voor sluis 0, aan bakboordzijde, is een ligplaats voor de pleziervaart waar we vastmaken.

Ligplaats bij sluis 0 in de avond
Ligplaats bij sluis 0 in de avond

Na het eten tegen de avond gaat Erica met de vouwfiets richting station om naar Enschede te reizen. Ik blijf op de hut passen vanaf het achterdek, terwijl ik de verrichtingen van de scheepvaart volg bij sluis 0. Je ligt hier niet echt rustig vanwege de voorbij trekkende scheepvaart, maar het is wel gezellig. Af en toe komt familie Eend even langs om te bedelen.

Moeder met 7 adolescenten
Moeder met 7 adolescenten

In de file voor sluis 0
In de file voor sluis 0

Een binnenvaartschipper mikt met de kop van zijn schip een beetje naast waardoor hij zich klem vaart tussen de sluishoofden. Met veel gas probeert hij nog te corrigeren, maar hij is te laat. Het geeft veel lawaai van de botsing en vanaf een afstand zie ik de remming van de sluis een flinke zwieper maken.

28 – 30 juni
Dinsdag
Het is zeer warm. De vorige avond is er gewaarschuwd voor onweer, storm en zware buien. Vanochtend maken de nieuwsdiensten melding van een verandering. Het noodweer komt veel sneller ons land binnen dan oorspronkelijk werd voorspeld. Ik zet een fiets overboord en ga naar de nabij gelegen AH om eten te kopen voor vandaag en als ik terug ben, tref ik maatregelen voor de komende storm. Alles was los op dek ligt knoop ik vast. De meubelen op het achterdek gaan onder de tent en de ramen gaan allemaal dicht. Binnen is het om te stikken zo warm. Buiten trouwens ook, maar daar waait af en toe in ieder geval nog een klein beetje wind. Ik zit boven met de telefoon om te kijken wanneer dat noodweer dan komt. De berichtgeving in de media is een chaos, waaruit niet kan worden opgemaakt wanneer de bom zal barsten. Uiteindelijk wordt het al avond als het donker begint te worden. Even voor achten begint het te regenen en even later is het buiten zo donker als in het hol van een beer. Nu gaan alle hemelsluizen open. Het knalt, dondert en flitst, terwijl de regen en de hagel proberen onze ramen aan diggelen te slaan en de storm probeert de kajuit van de boot te rukken. Rond deze tijd verwacht ik Erica terug van haar Enschede-reis en ik probeer haar te bellen. Dat lukt helaas niet, omdat het telefoonnetwerk er uit ligt. Ik zie dat zij ook geprobeerd heeft mij te bellen. Ik heb geen idee waar ze zit, omdat het zowel gisteren als vandaag hommeles was en nog is bij de Spoorwegen. Ergens tussen kwart over acht en half negen zie ik Erica met een grote lach op haar gezicht aan komen fietsen. Ze heeft geen droge draad meer aan haar lijf, maar ze heeft schik. Ze vindt het prachtig om door de stromende regen te fietsen. In de loop van de avond wordt het rustiger, maar het blijft nog wel flink doorregenen. Het lijkt wel of Moeder Natuur alle tekorten van het droge voorjaar in één keer wil aanvullen. Gelukkig blijkt aan de boot alles nog heel. In de loop van de avond ontdekken we dat alleen het dakluik wat heeft gelekt. Met een doekje is dat snel verholpen.
Woensdag
We ondernemen een flinke fietstocht naar de veraf gelegen ALDI, maar met voor een week proviand en 12 liter benzine komen we bepakt en bezakt weer thuis. Onderweg zien we veel takken en omgewaaide bomen op de weg en in de parken. Mannen van de gemeente zijn druk in de weer met opruimen van de her en der liggende afgebroken takken en omgewaaide bomen.
Donderdag
Na een trage en ontspannen start van de dag besluiten we nog een dag te blijven liggen om in de eerste plaats toch nog wat van de stad te zien en, last but not least, alsnog van die overheerlijke Bossche Bollen te kopen bij Jan de Groot. Het weer is niet slecht, alhoewel de overgang met de extreme hitte van 35 graden naar 18 met een fris windje groot is. We leven nu eenmaal in het land van alles of niets. We bezoeken de beroemde, pas gerestaureerde Sint Jan Basiliek, een gebouw van overweldigende schoonheid. In stille bewondering lopen wij door de basiliek, onder de indruk van de prachtige beeldhouwwerken en gebrandschilderde glas in lood ramen. Natuurlijk hebben wij weer eens ons fototoestel aan boord laten liggen. We proberen de door de vele voetstappen bijna uitgesleten geschriften van de in de vloer van de basiliek liggende grafstenen te lezen. Wij komen jaartallen uit de veertiende eeuw tegen. Geïmponeerd verlaten we de basiliek en bewonderen de buitenkant met de indrukwekkende zijbeuken en het beeldhouwwerk op de hoeken en rondom de monumentale toegangsdeuren. Wat later fietsen we over de markt met zijn markante stadhuis en andere mooi bewaard gebleven panden. En dan is daar, vlak bij het station, de banketbakkerij van Jan de Groot. Ondanks het luwe tijdstip op een gewone doordeweekse dag moeten we nog in de rij staan, alhoewel die niet zo lang is als vorige week. Maar nu gaan we geduldig staan wachten, omdat wij ons de lekkernij deze keer niet willen laten ontgaan. Terug aan boord kunnen we constateren dat de Bollen de moeite van het wachten waard waren. Heerlijk!

vorige | volgende