vorige | volgende

Reisverslag 2011, juli

1 juli
Na een paar leuke dagen bij sluis 0 gooien we tegen 11:00 de trossen weer los en varen de sluis in richting Maas. We kunnen vrijwel meteen invaren en na een meter of twee gezakt te zijn, leggen we aan in een vrije box bij WSV De Waterpoort om water te bunkeren.

Zuidwillemsvaart in Den Bosch
Zuidwillemsvaart in Den Bosch

Nadat de tank weer gevuld is verlaten we ’s-Hertogenbosch. Na sluis Engelen gaan we de Maas af. Het is wisselvallig weer en niet erg warm. Ter hoogte van Heusden draaien we stuurboord uit het Heusdens kanaal op en varen onder de openstaande hoogwaterkering door. Na 2500 meter houden we bakboord aan de Andelse Maas op richting Wijk en Aalburg. Het landschap varieert nogal. De weilanden en rietkragen worden regelmatig onderbroken door fabrieken en loswallen. Bij Andel kunnen we vrijwel meteen de opengaande Wilhelminasluis invaren. Het hoogteverschil is miniem, dus duurt het schutten niet lang. We volgen de Afgedamde Maas totdat we bij Woudrichem bakboord uit de Waal afgaan, echter niet voor lang, want twee kilometer verder draaien we bij Gorinchem stuurboord uit naar de Grote Merwedesluis. De sluiswachter vraagt waar we naartoe willen, want ze meldt dat de spoorbrug bij Arkel gestremd is. Achter de sluis draaien we stuurboord naar de openstaande Gorinchemse Kanaalsluis met hefbrug, waarvoor we de mast even moeten strijken. We volgen de Gekanaliseerde Linge richting noorden, tot we bij Arkel aan bakboord bij een vrije ligplaats komen. Helaas is er weinig plek voor ons. Waar nog wel plek is, zijn er geen bolders of paaltjes om een tros aan vast te maken. Ik vind het nog steeds een gek idee om een schip van 18 ton vast te leggen aan een paar overmaatse tentharingen. Bovendien hebben we geen hamer bij de hand, dus laten we deze plek voor wat-ie is en gaan een eindje de Linge op, waar we vlak achter de voetveer tegenover het gehucht Spijk een steigertje vinden.

Ligplaats aan de Linge
Ligplaats aan de Linge

Een vriendelijke schipper helpt met het aanleggen en waarschuwt ons dat het hier een beetje ondiep is. Met de kont een eindje van de wal af liggen we goed.

Erf met op de achtergrond het voetveer
Erf met op de achtergrond het voetveer

Een oude mevrouw, havenmeester annex veervrouw, komt in de avond het liggeld ad € 5,- incasseren.

2 juli
Als we in de ochtend bij de Spoordraaibrug bij Arkel komen, is deze weer in bedrijf. De brug wordt twee keer per uur bediend. We leggen aan en wachten geduldig tot de volgende bediening. We varen op het landschappelijk fraaie Merwedekanaal bezuiden de Lek. De bruggen worden op aanvraag keurig bediend. Na 18 kilometer komen wij bij de Grote Sluis in Vianen, die vanaf morgen wegens renovatie drie weken gestremd zal zijn. We zijn dus mooi op tijd. Samen met een paar andere boten zakken wij een stukje naar de Lek. De ligplaatsen zijn hier zeer schaars en een mooie vrije ligplek achter de remming bij de sluis is weggebroken. Op de Lek gaan we in de opvaart naar sluis Hagenstein. We hebben erg veel geluk bij de sluizen tot nu toe. We hoeven vrijwel nergens (lang) te wachten, zo ook hier. Voor de derde keer dit vaarseizoen varen wij op de Lek, steken bij Wijk bij Duurstede het Amsterdam-Rijnkanaal over, om even daarna de dode rivierarm op te varen. Aan het eind van deze arm leggen we aan bij de primitieve steiger in het meertje. We zijn helemaal alleen.

Niet helemaal alleen…
Niet helemaal alleen…

De kilometerstand op de tripmeter is inmiddels opgelopen tot 967,2 en de urenteller staat op 2581,4.

3–4 juli
Zondag
We genieten van de rust en het mooie weer. Er zijn wat dagjesmensen. Ik laat de bijboot te water en vaar een rondje.

Steiger in de dode arm
‘Steiger’ in de dode arm

Maandag
We gaan met de bijboot naar Wijk bij Duurstede. Het is heerlijk weer. De bijboot leggen we vast aan een trapje in de damwand van de havenkom en we lopen het stadje in. Na een paar uur winkelen varen we terug naar de Vrijheid.

5 juli
Na rijp beraad hebben wij besloten richting het noorden van het land te varen, voornamelijk omdat er in deze streek zo weinig vrije ligplaatsen zijn. Tegen 11:00 gaan we in de opvaart op de Nederrijn en ‘nemen’ sluis Amerongen.

Kermis in Rhenen
Kermis in Rhenen

Na deze altijd mooie rivier leggen we rond 16:10 aan bij de passantensteiger achter de remming aan de bovenkant bij Sluis Driel. De tripmeter heeft inmiddels de stand van 1005 km bereikt. Urenteller: 2586,6 dus 38 kilometer in iets meer dan 5 uur.

6–7 juli
Woensdag
Het is goed toeven op deze mooie plek. Vandaag zetten we de fietsen op de steiger en begeven ons met rugzakken richting Doorwerth, dat achter de ijswal op de noordelijke oever ligt. We nemen de Italiaanse weg, een fiets- en wandelpad door het bos. Het gaat steil omhoog en we moeten halverwege een rustpauze inlassen op een bankje in een haarspeldbocht. Met volle bepakking is het op de terugweg een stuk gemakkelijker. Vanmiddag krijgen we bezoek van Janette met dochter Glenda, die in Heelsum wonen, betrekkelijk dicht bij de sluis. Erg gezellig! In de zomervakantie willen ze een keertje komen logeren en meevaren.
Donderdag
We beklimmen nogmaals de fiets om het Kasteel Doorwerth te gaan bekijken, dat een klein eindje verderop ligt. Nadat we het kasteel bezocht hebben en een kop koffie met iets lekkers hebben genuttigd in het kasteelrestaurant, willen we nog niet meteen terug naar de boot. We besluiten spontaan een eindje te gaan fietsen en onderweg komen wij een bordje richting Wageningen tegen. We fietsen daar naartoe en wandelen door de stad. We kopen nieuw dekschoeisel en fietsen terug. Na terugkeer van deze fietstocht van ongeveer 25 kilometer zetten we meteen de fietsen weer aan boord. Moe maar voldaan brengen we de avond door op het achterdek.

8 juli
Rond 10:45 verlaten wij deze mooie steiger. We zijn nog steeds in de opvaart, alhoewel er geen tegenstroom te bespeuren is. Na een uur passeren wij Arnhem. Even voorbij de haven waar we een paar weken geleden nog zijn geweest komen wij bij de IJsselkop waar we bakboord uit willen de IJssel af. Er komt ons een diep geladen zandbak tegemoet vanaf het Pannerdenskanaal, die ook de IJssel af wil. Ik vaar aan de vrachter voorbij en keer in zijn schroefwater. Meteen zien we vanaf de IJssel een ander vrachtschip met een blauw bord. De zandbak voor ons steekt ook zijn blauwe bord op en ik ga achter deze aan naar bakboordwal. Zo blijven wij in de afvaart achter de zandschuit hangen, welke door de vele bochten en het smalle water niet voluit varen kan. In tegenstelling tot wat wij dachten is er verder vrijwel geen scheepvaart op de IJssel. Vrachtschepen al helemaal niet, we zien alleen hier en daar een pleziervaartuig. Na verloop van tijd passeren we ter hoogte van Rheden de toegang tot de Rheder Laag, een enorm recreatie- en zandwinningsgebied met verschillende campings, hotels en jachthavens. Het is nog te vroeg om te stoppen, dus varen we nog even door. Doordat er zo weinig aanlegmogelijkheden zijn, is het wel een puzzel om uit te zoeken waar we kunnen gaan liggen voor de nacht. Een achttal kilometers verder laten wij het stadje Doesburg rechts liggen en varen nog drie kilometer door naar de dode rivierarm Zwarte Schaar aan de rechterkant. We passeren een drietal jachthavens en gaan helemaal aan het eind rond 14:15 voor anker.

Dode IJsselarm Zwarte Schaar
Dode IJsselarm Zwarte Schaar

Behalve wij en de watervogels is er verder helemaal niemand. 40 kilometer in drie en een half uur.

9 juli
Na een rustige nacht en een trage start in de ochtend lichten wij rond 12:00 het anker en varen over het stille water van de Zwarte Schaar terug naar de IJssel om die verder af te varen richting Zutphen. Ondanks dat het nu volop zomertijd is en dus vakantietijd, is er weinig te beleven op het water. Na een uur passeren wij Zutphen, vervolgens Deventer en Olst. Bij Wijhe aangekomen, zien we dat er genoeg plaats is in het passantenhaventje. Wij varen het haventje in en met enige moeite door wind en stroom maken we daar, geholpen door een buurman, omstreeks 16:30 vast aan de steiger. Het passantenhaventje is wel een leuk plekje. Er is een soort picknickplaats en een parkeerplaats voor campers. Er is een sanitairgebouwtje op de kade met een waterkraan, dus pakken we onze tuinslang en laten de watertank vollopen. In het begin van de avond komt de havenmeester het liggeld incasseren, € 0,50 per meter met een minimum van € 5,- Wij betalen € 6,- voor de nacht. Doesburg – Wijhe 1106 km. 2594,9

10 juli
Tegen 11:30 verlaten we het haventje en gaan verder de IJssel af richting Zwolle. Het weer is niet slecht, al staat er behoorlijk wat wind. Het is nog steeds rustig op het water. Na een kilometer of tien passeren we de krachtcentrale bij Harculo. Drie kilometer verderop laten we Hattem links liggen en varen even later onder de oude spoorbrug door. De IJssel heeft nog steeds een wat lage waterstand, waardoor de mast gewoon kan blijven staan. Voor de oude is een nieuwe, hogere spoorbrug gebouwd. Deze vormt geen hindernis voor de scheepvaart. Na twee bruggen over de provinciale weg en de A28 draaien we stuurboord het Zwolle-IJsselkanaal op en zien dat de Spooldersluis net open gaat. Er is al een zwaar beladen zandschuit ingevaren en wij kunnen samen met een andere plezierboot zo invaren. Achter de sluis blijven we achter de zandbak hangen, die langzaam aan de Prinses Margriethaven in draait. Wij gaan rechtdoor het Zwarte Water op. De wind is duidelijk afgenomen. De vaarweg is breed en rustig. Even buiten de bebouwde kom van Zwolle passeren we de uitloop van de Overijsselse Vecht. Deze kan bevaren worden tot Ommen, een stukje vaarwater dat nog op ons verlanglijstje staat. Een kilometer of vier verderop passeren wij Hasselt om nog vijf kilometer verder in Zwartsluis stuurboord uit het Meppeler Diep op te gaan. Even later passeren wij de scheepswerf van Jan Geertman, waar wij afgelopen winter hebben doorgebracht. Het ligt er vol met binnenvaartschepen. Een eindje voorij Zwartsluis draaien we bakboord naar de Beukerssluis die, hoe is het mogelijk, net open gaat. Een kilometer verder op de Beukersgracht is aan de linkerzijde een mooie vrije ligplaats waar wij tegen 15:00 aanleggen. We genieten van het mooie weer op het achterdek. Wijhe – Beukersgracht 1143 km. 2598,7

11 juli
Het is goed toeven op de Beukersgracht. Daarom blijven we hier een paar dagen liggen. Op maandag laten we de bijboot te water en varen door de Wieden, een prachtig natuurgebied, naar Belt-Schutsloot. Het lijkt een beetje op Giethoorn. Het dorpje wordt doorkliefd door smalle slootjes met houten bruggetjes.

Belt-Schutsloot
Belt-Schutsloot

Wij varen door het dorp, als we net voor ons uit een praam volgeladen met rietschoven voor ons uit zien varen, getrokken door een stalen vletje met een buitenboordmotor.

Praam met rietschoven
Praam met rietschoven

Een houten draaibruggetje staat open waar de praam net doorheen past. Net achter het bruggetje wordt de praam met lading en al in een grote loods gevaren. De schipper vaart met de stalen vlet even terug om het draaibruggetje weer te sluiten. Een eindje verderop is een restaurant, waar we aanleggen om een eenvoudige maaltijd te nuttigen. Daarna varen we nog even door naar de Kleine Belterwijde, waar we rechtsomkeert maken en via dezelfde weg weer terug varen naar de boot.

12 juli
Als Erica na het opstaan koffie zet, gaat op het paneeltje op de stuurstand een waarschuwingslampje branden: ‘Battery Low’. Er is iets niet in orde met de service-accu’s. We denken dat twee van de oudste accu’s het wellicht beginnen te begeven en aangezien ik geen mogelijkheid heb om dat te controleren, besluiten wij om Jan G. te bellen. Hij zegt dat we maar even moeten komen, dan waarschuwt hij één van zijn mannetjes, die de accu’s wel kan controleren. We varen weer door de Beukerssluis terug naar Zwartsluis, waar we bij de werf aanleggen. Het voelt als ‘thuiskomen’. Even later komt er inderdaad iemand in een bestelauto aangereden. Teun heeft een accutester bij zich. Wij maken de vloer open en Teun loopt één voor één de accu’s na. Jan G. komt ook even aan boord en drinkt een bakkie koffie mee. We vragen Jan of we bij hem bij de werf de komende winter weer mogen doorbrengen. Tot onze grote vreugde zegt hij zonder enige aarzeling ja. Dat lucht ons enorm op, want nu hoeven we niet meer te zoeken naar een ligplaats voor de komende winter en weten we dat we bij Jan welkom zijn. Het valt niet mee om in Nederland een ligplaats voor de winter te vinden. Verreweg de meeste jachthavens gaan in oktober ‘op slot’. Winterplaatsen waarbij je zelf aan boord mag zijn en waar je water kunt tappen, zijn zeldzaam en meestal al helemaal vol met overwinteraars. Bij Jan kunnen we langszij aan de kade liggen waardoor je gemakkelijk van- en aan boord kunt stappen. We hebben stroom en water en een parkeerplaats voor de auto. Wat wil een mens nog meer? De kans bestaat dat we af en toe moeten verhalen vanwege het komen en gaan van schepen bij de werf, maar dat vinden wij geen enkel probleem. Gelukkig blijkt er met onze accu’s niets aan de hand. Ze zijn alleen niet goed geladen. De oudste twee van het stel, die al aan boord waren toen we de boot kochten, blijken half leeg te zijn, terwijl de nieuwste twee, die we twee jaar geleden hebben laten bijplaatsen, helemaal vol te zijn. Als de accu’s aan elkaar gekoppeld zijn, dienen ze allemaal gelijk vol of leeg te zijn. Waarschijnlijk is deze ongelijkheid al vanaf het begin aanwezig geweest toen de nieuwe accu’s werden bijgeplaatst en is het verschil tussen de twee accubanken van verschillende leeftijd na verloop van tijd alleen groter geworden. De oplossing is eenvoudig: de nieuwe accu’s worden afgekoppeld, waardoor de oude accu’s kunnen worden geladen. We blijven bij Jan aan de walstroom tot alle accu’s gelijk zijn geladen.

13 juli
In de morgen draaien we de zaak andersom, waardoor de nieuwe accu’s ook tot de nok toe volgeladen worden. Daarna koppel ik alles weer aan elkaar, waarna het probleem opgelost is. Als we deze procedure een paar keer per jaar herhalen, zal dit accuprobleem zich in de toekomst niet meer herhalen. Het is vandaag pokkenweer. Het regent de hele dag door. Wij liggen Jan niet in de weg, dus blijven we nog een nachtje.

14 juli
Het is koud en winderig. De regen is gelukkig wat afgenomen. In de loop van de ochtend gooi ik nog even de watertank vol, waarna wij terugvaren over het Meppeler Diep naar de Beukerssluis. Ter hoogte van Giethoorn is een vrije steiger midden in de Beulakker Wijde. Als we proberen aan te leggen, merken wij dat we niet met de boot langszij kunnen komen, omdat het niet diep genoeg is. We zouden daar ook redelijk onbeschut liggen voor de harde wind, kracht 4 tot 5. Daarom varen we weer terug naar de Beukersgracht en maken vast bij dezelfde plek, waar we een paar dagen geleden hebben gelegen. De kilometerstand is inmiddels opgelopen tot 1159 en de urenteller staat op 2601,3. Waarvan akte.

17 juli
Na een paar rustige dagen aan boord met onrustig weer buiten besluiten wij aan het eind van de overigens qua weer niet onaardige ochtend weer een ander behangetje op te gaan zoeken. We varen over de Belterwijde naar de Blauwe Hand. De brug wordt vlot bediend. De vaargeul is hier vrij smal. Even later laten wij de steiger in de Beulakkerwijde links liggen waar inmiddels een paar bootjes zijn gaan liggen. Op de kruising met de Cornelisgracht schrikken wij ons een hoedje. Vanonder de brug rechts komt ineens met een flinke gang een rondvaartbootje met toeristen het kanaal op stuiven. De jonge schipper draait scherp bij om een aanvaring te voorkomen. Gelukkig gaat alles goed. De toeristen hebben er wel lol in. We passeren de vlot draaiende brug bij Middenbuurt waarna wij de omgeving van Giethoorn verlaten. Helaas kunnen wij niet door het dorp zelf varen, ook niet met de bijboot. Het is verboden voor vaartuigen met brandstofmotoren. De rondvaartboten hebben trouwens wel allemaal een gewone buitenboordmotor op benzine, dus hebben deze kennelijk een ontheffing. Het kanaal is nu erg rustig. Na een paar kilometer varen wij onder de Heerenbrug door, passeren de industriehaven en leggen even later aan bij de rechter oever van het kanaal Steenwijk- Ossenzijl, onder de rook van Steenwijk. Aan het eind van de middag zetten wij de fietsen overboord en gaan naar de stad. We lopen even door het centrum en eten bij een eenvoudig Italiaans restaurant. Het restaurant ziet er niet uit maar het eten is des te beter. We voeren vandaag 14 kilometer in krap anderhalf uur.

18 juli
Het is pestweer. Het is koud en de regen valt af en toe met bakken uit de hemel. We kunnen het ons echter niet veroorloven om binnen te blijven, want de koelkast is leeg, evenals de broodtrommel. Gekleed in regenpakken met daaronder windstoppers worstelen we ons door de harde rukwinden naar het stadje. We gaan allereerst naar de apotheek, waar we een half uur later met een tas vol medicijnen vandaankomen. In het centrum is de regen gestopt. Bij de Aldi vinden we tot onze vreugde de mooie, compacte ventilator die in ’s-Hertogenbosch meteen was uitverkocht. In Steenwijk staat nog een stapel van die dingen. Bepakt en bezakt weten we met o.a. voor een week proviand weer aan boord te komen.

19 juli
Het weer is behoorlijk opgeknapt. Een vriendelijk zonnetje weet met grote behendigheid de wolken grotendeels te ontwijken. We stijgen nogmaals op het stalen ros en aangekomen in Steenwijk laten wij bij de ingang van de voetgangerszone de fietsen staan en lopen al winkelend het hele centrum door. Daarna fietsen we nog een heel stuk naar het dorpje Tuk en Steenwijkerwold, een gehucht met twee winkels en een paar boerderijen aan de voet van de watertoren op de heuvel. Na terugkomst aan boord nemen we plaats op het achterdek om te genieten van het aangename weer. We hadden het afgelopen week toevallig gehad over het feit dat wij nog nooit controle hadden gehad op de ligduur van de aanlegplaatsen als in de middag ineens een motorboot van de waterpolitie van de gemeente Overijssel verschijnt. Als je over de duivel spreekt… De twee politiemannen zijn bezig met ‘Ligplaatscontrole’ en hebben geconstateerd dat wij, tezamen met nog wat buren, langer dan de toegestane 2 x 24 uur liggen. Eén van de agenten houdt nauwgezet en geconcentreerd de administratie bij, terwijl zijn collega het woord doet. We beloven plechtig dat wij de volgende morgen zullen vertrekken. Dat vinden de mannen van de wet goed, waarna ze naar de buren vertrekken.

20 juli
Zoals we met de politie hebben afgesproken, maken wij tegen kwart voor elf de trossen los en varen via het Steenwijkerdiep in zuidwestelijke richting. Bij de Kooiwegbrug bij het gehucht Scheerwolde betalen wij € 2,- bruggeld. Bij de kruising met de Wetering bij Muggebeet gaan wij bakboord uit richting het Giethoornse meer. We volgen de vaargeul naar stuurboord door de Valse Trog en het Noorderdiep richting Blokzijl. Bij het sluisje moeten we even wachten op tegenvaart. Na een halve meter naar boven te zijn geschut, varen we door de historische haven van Blokzijl door de openstaande keersluis het Vollenhover kanaal op. Bij de Vollenhoverbrug lopen wij tegen de boterhampauze van de brugwachter op. Wij mogen even vastmaken aan een motorjacht van een vriendelijk Duits echtpaar, dat ook op brugbediening wacht. Even na de brug komen we aan bij de Voorster sluis, die toegang biedt tot de Noordoostpolder. Bij deze sluis hebben we eens een keer pech. De sluis wordt net naar beneden gedraaid en de wachtsteigers zijn bezet. Gelukkig valt het mee met de wind en er is genoeg ruimte om te blijven dobberen. Na een poosje gaat de sluis open en nadat de tegenvaart heeft plaatsgemaakt, kunnen we met zijn allen binnenvaren. We zakken ongeveer 6 meter naar polderniveau waar het landschap totaal anders is als ‘boven’. Het Voorster bos wordt doorkliefd door de Zwolse Vaart. Aan bakboordzijde passeren we de Leemvaart, die naar het dorpje Kraggenburg leidt. Na een kilometer of drie gaat het bos over in een typisch polderachtig weidelandschap, doortrokken met slootjes en kanaaltjes. Bij de Marknesser sluis kunnen we vrijwel meteen weer invaren. Samen met nog twee andere schuitjes zakken we een paar decimeters. Bij de kruising met de Lemstervaart gaan we rechtdoor richting Emmeloord. In de stad zijn een paar aanlegmogelijkheden, maar daar moet havengeld worden betaald. Daarom varen wij door de Nagelerbrug de stad weer uit. Na een kilometer of zes varen we door de automatisch bediende Tollebekerbrug, waar aan de rechterkant een passantensteiger moet zijn. Die is er ook ,maar die ligt vol met boten die er niet uit zien als passanten. Als we hier niet kunnen liggen, moeten we helemaal doorvaren naar Urk. Daar hebben we geen zin in, dus maken we rechtsomkeert en varen door de brug naar de andere kant, waar een prachtige steiger is, die wordt aangeduid als wachtsteiger voor de brug. Er zijn ook al twee andere boten gaan liggen, dus kruipen wij er maar bij. Even later komt er nog een boot bij liggen van een paar Duitsers. Na een tijdje staan we met de overige buren op de steiger te babbelen, waardoor het nog gezellig wordt ook. Niemand die ons komt wegjagen. 40 kilometer in zes uur.

21 juli
Als we opstaan, is iedereen al weer weg. Aan het eind van de ochtend maken we los en varen terug over de Urkervaart naar Emmeloord. We varen weer door de stad en aan de andere kant, aan de Zwolse vaart na een tochtje van 10 kilometer, maken we weer vast aan een prachtige passantensteiger bij het pompstation aan de N331 bij de ingang van de Luttelgeestervaart. Tussen de vaart en de weg ligt een picknickplaats zonder picknickers. We draaien de generator om de accu’s wat bij te vullen en varen in de middag met de bijboot een paar kilometer terug naar Emmeloord, waar we bij de kade onder andere een Aldi, een Lidl, een Action en een Wibra vinden. We kopen onder andere een groot tweepersoons dekbedovertrek om een zonne- c.q. windscherm voor het achterdek van te maken. Aangezien wij nu een pompstation binnen handbereik hebben, maken we van de gelegenheid gebruik om onze benzinevoorraad aan te vullen.

22 juli
Tegen de ochtend varen onze Duitse buren weg. Behalve een tot woonschip omgebouwd vrachtscheepje liggen we alleen aan de steiger. Het weer is verschrikkelijk slecht, koud, winderig en regenachtig. We liggen niemand in de weg.

23 juli
Aangezien Erica begin volgende week weer naar Enschede moet, zullen we een locatie moeten zoeken met een NS-station. De keus valt op Steenwijk. We nemen de zelfde weg terug als we een paar dagen geleden gekomen zijn. Tegen tienen varen we richting Marknesse. We worden opgevaren door een huurjacht met een paar jongelui aan boord. Bij de sluis moeten we even aanleggen. De jongelui hebben erg veel moeite de boot aan de kant te krijgen met zoveel zijwind. In de sluis hebben ze het ook niet gemakkelijk. Na de sluis varen ze bakboord uit het doodlopende industriehaventje in. Kennelijk hebben ze geen kaarten aan boord, of ze zijn gewoon nieuwsgierig. Als we in de buurt van de Leemvaart komen, valt ons de overgang op van het laag begroeide land naar bos.

De piloot is even koffiedrinken bij Pa en Ma.
De piloot is even koffiedrinken bij Pa en Ma.

Als we bij de Voorstersluis komen zien we een groepje jongelui in kleine zeilbootjes van een zeilschool. Het is vreselijk pestweer en we hebben met de jongens te doen. Ze worden zeiknat. In Blokzijl moeten we wachten tot de volgende schutting, want voor ons vaart net een passagiersschip het sluisje in. De sluiskolk is meteen vol. Na Blokzijl houden wij op het Giethoornsemeer links aan en bij Muggenbeet gaan we meteen weer het Steenwijkerdiep op. Er staat een krachtige, stormachtige wind en regelmatig valt er een bui. Bij de twee bruggen worden we keurig bediend en een paar honderd meter voor de viersprong bij Steenwijk maken we omstreeks kwart over twee vast aan de verder bijna lege oever. Hier kunnen we tot maandagmorgen blijven liggen. Het is herfstachtig en morgen schijnt het nog slechter te worden. 25 kilometer in ruim vier uren.

24–27 juli
Zondag is het Herfst, met een Hoofdletter. Het is guur, het is koud en het is nat. Ondanks het slechte weer zijn er nog mensen aan het varen. Wij blijven lekker bij de warme kachel binnen.
Maandag verhalen wij in de loop van de dag van het Steenwijkerdiep naar het kanaal Steenwijk-Ossenzijl. Het is vanaf de ligplaats aan het Steenwijkerdiep erg moeilijk om met de fiets Steenwijk binnen te komen vanwege het ontbreken van bruggen. Langs de ligplaats aan het kanaal Steenwijk-Ossenzijl ligt een fietspad. Aan het eind van de middag gaat Erica met één van onze vouwfietsen naar Steenwijk, om daar op de trein naar Enschede te stappen. Ze heeft een paar bezoeken af te leggen aan therapeut en arts en bovendien verzorgt ze de dieren van onze vriendinnen die met vakantie zijn. Ik blijf bij de boot achter.
In het begin van de avond speelt er zich een drama af. Een 61-jarige man uit Kuinre, die met zijn boot een eindje verderop ligt wordt, terwijl hij vanwege een regenbuitje een luik van de boot wil sluiten, onwel en valt overboord. Hij komt niet meer boven. Nietsvermoedend ben ik binnen in de boot aan het scharrelen, als ik ineens een brandweerwagen over het fietspad voorbij zie rijden met blauw zwaailicht. Als ik boven kom om te gaan kijken, zie ik nog meer brandweerwagens, een politiewagen en een ambulance staan. Ik klim van boord om te gaan kijken en zie een paar brandweermannen in duikpak te water gaan. Even later schijnt één van de duikers iets gevonden te hebben. Dit lijkt me een goed moment om weer terug te keren naar de boot. Een paar omstanders denken er ook zo over en tezamen lopen wij weer terug, ieder in gedachten verzonken naar zijn eigen schuit. Later is op het nieuws van TV-Oost het bericht te volgen waarin wordt gemeld dat de man is verdronken en zijn lichaam door de kikvorsmannen boven water is gehaald.
Dinsdag komt kort voor 21:00 uur Erica terug van haar Enschede-reis, helemaal op van het zware trappen op de fiets en behoorlijk pissig. Nader onderzoek wijst uit dat het voorwiellager van de amper 3 jaar oude vouwfiets kapot is gelopen, waardoor het voorwiel nauwelijks in beweging te krijgen is. Toen we de boot kochten hebben we tegelijkertijd een paar nieuwe Dahon-vouwfietsen gekocht voor aan boord. Dat blijkt een enorme miskoop te zijn geweest. Het frame is van aluminium, de wielen van roestvrij staal, maar al het andere is van doodgewoon ijzer. Alle schroefjes zijn verroest, evenals de voormalig zwartgelakte bagagedragers. De fietsen zijn het dure geld dat we er voor betaald hebben niet waard.
Om plaats te maken voor anderen verkassen wij woensdag weer van deze populaire ligplaats naar de iets minder populaire, dus minder drukke oever van het Steenwijkerdiep. In de middag gaan we met de bijboot het stadje weer in, waar het een drukte van belang is vanwege de Zomerfeesten. In het centrum zijn de winkelstraten bezaaid met allerlei kraampjes en op het marktplein staan een minidraaimolen, een gigantisch springkussen en er zijn kindervoorstellingen, zowel op straat als op een groot podium. In een vriendelijk zonnetje met een aangename temperatuur flaneren wij door de drukte.

28-29 juli
Donderdag. In verband met de slechte weersomstandigheden hebben onze vrienden het geplande bezoek van een week uitgesteld, dus besluiten wij onze reis te vervolgen. Tijdens één van onze vorige reizen hebben wij een paar dagen in het Heegermeer voor anker gelegen. Dat willen we graag herhalen, dus wenden we onze steven richting Friesland. Daartoe kiezen wij voor het kanaal Steenwijk-Ossenzijl om de Kalenberger Gracht te vermijden, die nu wel heel druk zal zijn vanwege de afgelopen week begonnen zomervakantie. Rond kwart voor elf varen wij weg uit het Steenwijkerdiep en gaan via een grote bocht over bakboord het kanaal Steenwijk-Ossenzijl op. De bruggen worden automatisch bediend door middel van detectieogen aan de oever. Zo passeren wij de Thijendijkbrug, de Hesselingenbrug en de Meenthebrug zonder problemen. Als wij rond kwart voor één dicht bij Ossenzijl aan de rechteroever een mooie, verlaten aanlegplaats vinden, besluiten wij spontaan om hier aan te leggen voor de rest van de dag en de komende nacht. De heftige dagen in Enschede hebben van Erica hun tol geëist en ze heeft behoefte aan wat rust. We voeren 11 kilometer.
Vrijdag. De behoefte aan rust is nog steeds levensgroot en bovendien is het weer eens gaan regenen. We blijven hier nog een nachtje liggen.

30 juli
Als Erica ’s morgens het koffiezetapparaatje aanzet begint, net als twee weken geleden, op het instrumentenpaneeltje weer een rood lampje te flikkeren: ‘Battery Low’. We zijn toen bij de scheepswerf van Jan G, geweest en Teun heeft onze accu’s doorgemeten. Deze bleken alle in prima conditie te zijn, dus moet er toch nog iets anders aan de hand zijn. Ik bel Jan weer op en leg hem het probleem voor. Hij vraagt waar we zijn. Hij stelt voor om weer naar Zwartsluis te komen, slechts een paar uur varen, zodat een specialist in scheepselectronica er even naar kan kijken. Wij zetten Friesland weer even in de ijskast en varen rond 11:00 van de rustige aanlegplaats tegenover Nationaalpark de Weerribben weer terug richting Steenwijk. We leggen tegen 12:15 aan bij de linkeroever van het Steenwijkerdiep en gaan in de middag met de bijboot naar de winkel om in te slaan voor de komende dagen. Wederom 11 kilometer.

31 juli
Om 10:00 gooien we de trossen los en varen op het Kanaal Beukers – Steenwijk richting Giethoorn. Het is voor de afwisseling weer eens mooi weer.

Giethoorn
Giethoorn

Het dorp Giethoorn is erg gewild. Het is een aantrekkelijke toeristische attractie maar ook een begeerde plek om te wonen. Aan weerszijden van het kanaal staan mooie boerderijen en villa’s.

Mooie boerderij in Giethoorn
Mooie boerderij in Giethoorn

Wij denken dat ondanks de crisis op de huizenmarkt deze optrekjes snel en voor grof geld van de hand zouden gaan.

mooie villa
Mooie villa

We zijn mooi op tijd met de bruggen, want die worden vlot gedraaid. Uiteraard is het druk op het water, zeker in deze buurt en in deze tijd van het jaar. Er zijn altijd opmerkelijke vaartuigen op het water te vinden, o.a. deze:

Bakdekkertje
Bakdekker(tje)

Voorbij Giethoorn passeren wij de brug bij de Blauwe Hand, waarna wij over de Belterwijde in de Beukersgracht belanden. Bij de Beukerssluis leggen we even aan achter een motorjacht, dat ook op schutting wacht. Aan de bovenkant van de sluis houden wij stuurboord aan, het Meppelerdiep op, waar we twee kilometer verder omstreeks 12:30 bij de scheepswerf van Jan G. aanleggen. 17 kilometer in twee en een half uur.

vorige | volgende