vorige | volgende

Reisverslag 2011, augustus

1 - 10 augustus
Jan komt ons op maandag in de morgen zeggen dat hij de elektraman niet kan bereiken. Later op de dag geeft hij mij het telefoonnummer van Teun, maar ik krijg ook geen gehoor. Dinsdag blijkt dat Teun een weekje met vakantie is. Het kan dus wel even duren. Wij vinden het niet erg om even te pauzeren en wij liggen Jan niet in de weg, zoals hij dat altijd uitdrukt. We zijn even ‘thuis’, met de stroomkabel in het stopcontact en de waterkraan binnen bereik.

11 augustus
Nadat we een week gewacht hebben, komt Teun de elektricien aan boord en meet de boel nog eens door. Hij zegt dat alles in orde is en dat hij niets kan doen om de situatie te verbeteren. Ik probeer door gerichte vragen te stellen om toch iets wijzer te worden, maar helaas blijft de oorzaak van het in elkaar zakken van de spanning een raadsel. Ik ben er nog niet klaar mee en zal blijven zoeken naar een methode om het optimaal benutten van de accucapaciteit mogelijk te maken. Na nog een keer de watertank te hebben gevuld, vertrekken wij rond half elf uit Zwartsluis en richten onze steven richting noorden. Na een kilometer of zes over het Meppelerdiep gaan we in het zicht van Meppel stuurboord uit de Hoogeveensche Vaart op. De Staphorster Grote Stouwebrug wordt vlot gedraaid. Het weer is redelijk. Niet te warm maar in ieder geval droog met af en toe een korte bui. Na acht kilometer komen wij bij de automatisch bediende Rogatsluis. We hoeven niet lang te wachten. Bij de eveneens op afstand bediende Ossesluis lopen wij tegen de middagpauze aan, dus leggen we de Vrijheid even aan bij de remming. De middagpauze is maar een half uur. Na nog eens ruim zeven kilometer komt de Nieuwebrugsluis in zicht. Deze staat verkeerd maar na mijn melding over de marifoon gaat de sluismeester met zijn bedieningspaneel aan de slag. Een kwartier later kunnen wij de sluis invaren en stijgen wij een meter of zes. Meteen na de sluis leggen wij tegen 15:00 aan de stuurboordwal aan bij een ligplaats voor de recreatievaart. Er ligt slechts één plezierjacht, dus ruimte genoeg. Zevenentwintig kilometer in vier en een half uur.

12 augustus
Tegen tienen vervolgen wij onze reis. Onze achterburen hebben net losgemaakt en varen met brullende motor aan ons voorbij. Wij gaan er meteen achteraan. De brug gaat al open, dus sluiten we snel aan. We volgen het saaie stuk Hoogeveensche Vaart dat, aan de rechterkant geflankeerd door de A37, ten zuiden van Hoogeveen de bebouwing omrondt. Na zeven kilometer doemt rechts de ingang van de Verlengde Hoogeveensche Vaart op. Wij varen om de bocht, passeren de Brug om de Oost en wanen ons plotseling in een hele andere wereld. Alhoewel wij wat gemengde gevoelens hebben bij dit stukje kanaal, omdat wij hier vorig jaar gestrand zijn met een brandende achterkajuit, blijft het toch een mooi plekje op deze aardkloot. De sluismeester van het Noordscheschutsluisje staat al op ons te wachten. Samen met onze voorbuurman varen wij in. De twee jachten vullen vrijwel de gehele sluiskolk. Tien minuten later varen wij aan de bovenkant weer uit op de Verlengde Hoogeveensche Vaart. We varen voorbij de ligplaats waar in het voorjaar onze boot door vandalen is losgegooid. De talrijke bruggen worden keurig bediend tot aan Geesbrug, waar we aanleggen voor de middagpauze die op dit kanaal een uur duurt. Iets na enen vervolgen wij de reis. Alles verloopt voorspoedig, tot wij bij de Hoolbrug, een paar kilometer voor Veenoord, achter een Luxe Motorjacht komen te varen, dat niet harder vaart dan 4 à 5 kilometer per uur. Het is hier veel te smal om de Luxe Motor te kunnen passeren, dus volgen wij noodgedwongen in trage ganzenpas. Gekscherend zeg ik over de marifoon: ‘Traag, traaaag’. Kennelijk heeft de schipper van de Luxe Motor dit gehoord, want even later gaan ze aan de kant om ons voorbij te laten lopen. De schippersvrouw maakt kenbaar dat ze problemen hebben met de schroef. Dat is natuurlijk tragisch, vooral als het je op deze plek gebeurt waar geen scheepswerf te bekennen is. Wat later komen wij aan bij de spoor-hefbrug in Veenoord, die vrijwel meteen wordt bediend. Na nog twee bruggen leggen wij aan bij de lege steiger voor de pleziervaart midden in het centrum van Veenoord. Eindelijk is het ons dan toch gelukt om hier eens te gaan liggen: een prima plek met drie supermarkten, een baker, een slager, een groenteboer en een aantal filialen van grote winkelketens binnen handbereik. Wij zullen hier het weekend doorbrengen. Achter ons komt nog een boot te liggen. Verder is er geen scheepvaart te bekennen, opvallend rustig. We krijgen contact met de mensen achter ons, een echtpaar van onze leeftijd en een zoon van 9 jaar, en we zitten nog lekker te genieten van het mooie weer op hun flybridge. De vrouw wordt door een wesp in de arm gestoken en dat levert haar een rode plek en een zere arm op.

13 – 14 augustus
Zaterdag gaan wij fourageren voor de komende week. We verkennen het stadje en maken er verder een luie dag van. De buren zijn met de trein naar Emmen voor een bezoek aan de dierentuin. Tegen de avond praat Erica even met hen en het blijkt dat de wespensteek van gisteren een flinke allergische reactie heeft teweeggebracht. Met de taxi moeten ze weer terug naar Emmen naar het ziekenhuis.
Zondag is een rustdag, ook in Nieuw Amsterdam en Veenoord. Het pleintje bij de winkels wordt wel door de plaatselijke jeugd gebruikt als hangplek met de daarbij behorende lawaaibrommers, heen en weer gescheur van auto’s met het niet te vermijden gebonk uit de luidsprekers. Tegen de avond komen de buren op visite. Bo, het zoontje van de familie dat zelf een gitaar heeft maar hem vergat mee te nemen op vakantie, is dolenthousiast over mijn gitaren.

15 augustus
We hebben met de buren afgesproken dat we samen opvaren richting Almelo. Exact om 10:00 varen wij weg vanaf de passantensteiger en verlaten Veenoord. Vlak voor de Westerveensche brug gaan we stuurboord uit over het omleidingskanaal richting de Stieltjessluis. Bij de Drieklapsbrug is geen brugwachter aanwezig, dus bel ik even. Ik krijg van Gerrit, de sluismeester van Aadorp, te horen dat er zo iemand komt. De Stieltjeskanaalsluis staat al open als we aan komen varen. We zakken een meter of vijf tot in het Stieltjeskanaal. Na negen kilometer komen wij aan bij de eerste brug van Coevorden. We vertellen de brugwachter dat we door willen varen en hij belooft te proberen dat wij nog voor de middagpauze door kunnen. Dat lukt. Een paar minuten voor twaalf passeren wij de laatste brug en varen over het Coevorden-Vechtkanaal tot aan de Coevorder Sluis waar we even aan de remming vastmaken om de middagpauze af te wachten. Het is al ruim over half een als we nog steeds niemand zien, dus pak ik nog maar eens de telefoon. Gerrit gaat er achteraan. Als de brugwachter is gearriveerd, horen we van hem dat ‘Coevorden’ heeft verzuimd onze aankomst te melden. Vanaf nu verloopt de brugbediening zoals we het op dit kanaal gewend zijn: gesmeerd. Wij passeren achtereenvolgens Gramsbergen, Hardenberg, Bergentheim en Vroomshoop, totdat we stranden voor de Brug Westeinde in Vriezenveen. Daar is geen brugwachter te bekennen, dus bel ik nog maar eens naar Gerrit. Deze weet even later te melden dat de brugwachter dacht dat er niemand meer kwam en is gaan tanken. In allerijl heeft hij de brugwachter van Vroomshoop gewaarschuwd die een kwartier later de brug komt bedienen. Aangekomen in sluis Aadorp maken we even persoonlijk een praatje met Gerrit. Namens de brugwachter in Vriezenveen biedt hij zijn verontschuldigingen aan voor de lange wachttijd. Na de sluis houden we stuurboord aan het Twentekanaal zijtak Almelo op, waarna wij rond 16:30 vastmaken in een box in de jachthaven van de Almelose Watersportvereniging. We hebben vandaag 56 kilometer afgelegd in zes en een half uur. Wij brengen nog een genoeglijke avond door met de buren. We wisselen adressen uit en beloven hen te bezoeken op hun boerderij. Ik beloof plechtig aan Bo dat ik dan mijn gitaar zal meenemen. We nemen hartelijk afscheid want morgen scheiden onze wegen.

16 augustus
Rond 10:30 verlaten wij de haven in Almelo en vervolgen onze reis over het Twentekanaal. Ruim anderhalf uur verder komen wij aan bij de kruising van het hoofdkanaal en gaan bakboord uit naar Sluis Delden. Daar aangekomen zien wij dat de sluis verkeerd staat. Ik meld me bij de sluismeester en we maken vast aan de wachtsteiger voor de pleziervaart. Even later komt er nog een jacht bij. Deze boot kennen wij. Het is de Louisa uit Enschede, ook onderweg naar de thuishaven. Wij maken even gezellig een praatje op de wachtsteiger. Wij mogen mee naar boven met de Micha, een binnenvaartschip dat ons achterop komt en uiteraard als eerste de sluiskolk mag binenvaren. Als boven de sluisdeur opengaat, vaart de Micha uit op de kopschroef, waardoor wij worden gevrijwaard van heftig schroefwater waar we ons al enigszins schrap voor hadden gezet. Heel rustig vaart het schip uit de kolk en de schipper zet pas zijn schroef aan als de boot uit de sluiskolk is. Ik kan het niet laten daarvoor de schipper via de marifoon een compliment te maken. De Louisa vaart voor ons uit, als een paar honderd meter na de sluis de vaart eruit gaat. Erica informeert of er iets aan de hand is en het blijkt dat de motor warm loopt. Wij blijven in de buurt, terwijl de schipper een onderzoek instelt. Er blijkt een waterslang van het koelsysteem lek te zijnn waardoor het koelwater wegloopt en de motor te warm wordt. Gelukkig hebben wij nog vijf liter koelvloeistof aan boord. We maken de Louisa aan onze stuurboordkant vast en terwijl de mannen beginnen met de reparatie varen wij met de Louisa langszij richting Hengelo.

De Vrijheid en de Louisa gebroederlijk naast elkaar
De Vrijheid en de Louisa gebroederlijk naast elkaar

Bij de sluis aangekomen zien wij dat de sluiskolk openstaat. Als ik via de marifoon de sluiswachter oproep en vertel dat wij een jacht op sleep hebben, mogen wij direct invaren. Aangezien we nu een stuk breder zijn dan normaal en ook veel zwaarder, is het invaren en schutten wat lastiger. Met behulp van de bemanning van de Louisa schutten wij negen meter naar boven.

Reparatie
Reparatie

Ondertussen heeft de schipper de defecte slang kunnen repareren en de motor weer gestart. De Louisa kan zelfstandig haar reis vervolgen naar Enschede, waar wij tegen 15:00 arriveren en vastmaken in de jachthaven van de vereniging. Dit waren 29 kilometer in vier en een half uur. Wij verblijven tot en met de eerste week van september in Enschede en daarom zal de berichtgeving tijdens deze periode worden gepauzeerd.

vorige | volgende