vorige | volgende

Juni 2012

06-06
Het is pestweer. Tussen de buien door is het af en toe droog. In de middag zetten wij onze fietsen overboord en gaan naar een Lidl voor de bevoorrading van onze koelkast. Op de terugweg kopen wij 15 liter benzine. We zijn net op tijd terug voordat de bui weer losbarst

St Servaasbrug
St Servaasbrug

Standbeeld
Standbeeld

Gezonken schip
Gezonken schip

Bijzonder vaartuig
Bijzonder vaartuig

De Maas
De Maas

07-06
Als we opstaan ziet het er vriendelijk uit buiten. Het zonnetje laat zich zien! We besluiten vandaag het centrum van Namen te gaan bekijken. Na het middaguur lopen wij het stadje in. Het is druk in het centrum. Het is een mooi provinciestadje met mooie gevels en veel winkels. Wie van kleding en sierraden houdt is hier aan het goede adres. Op een marktplein is een leuke markt met stalletjes waar snuisterijen, kunst en etenswaren worden aangeboden. Wij komen een Australische ijstent tegen waar we ons tegoed doen aan een lekker ijsje in de zon. Als wij het gehele centrum doorkruist hebben lopen wij richting Citadel. We vinden een weggetje naar boven. Het is een heel eind klimmen voor we boven zijn. Het is een middeleeuws verdedigingsbolwerk dat boven de stad uittorent. We bekijken een tentoonstelling waar aan de hand van maquettes wordt getoond hoe het bolwerk tot stand is gekomen. Helaas is alle informatie in het Frans waar we niet genoeg kennis van hebben om het te begrijpen. Vanaf de oude verdedigingswallen kunnen wij onze boot zien liggen. Helaas begint het weer te regenen maar gelukkig hadden wij rekening gehouden met deze mogelijkheid en onze regenjasjes meegenomen. We vinden een weggetje terug naar beneden door het bos op de berghelling en komen achter het casino aan de Maas uit. Van daar is het nog een kattensprongetje naar de boot.

08-06
Rond elf uur gooien we los en varen een klein stukje terug naar de Sambre. Aan de rand van Namen bevindt zich de eerste sluis, Salzinnes. We hoeven niet lang te wachten. We zijn nog steeds ‘Montan’ oftewel in de opvaart. De gekanaliseerde rivier slingert zich door vele bochten. Het water is vies en ligt vol met afval. Overal drijven plastic flesjes en blikjes rond. Hier en daar drijven volle afvalzakken. Het lijkt wel of we door een per ongeluk ondergelopen afvalverwerkinsbedrijf varen.

Langs de Sambre
Langs de Sambre

Het landschap is buiten de industriegebieden mooi te noemen. De abdij van Floreffe torent hoog boven het landschap uit. Jammer dat de torens in de steigers staan maar aan de andere kant is het ook goed dat er onderhoud wordt gepleegd om de gebouwen in goede staat te houden. Kort daarop volgt ecluse Florrifoux. De sluizen op de Sambre hebben geen marifoon maar detectiepoorten op de oever die onze komst bij de sluiswachter aankondigen. Na ecluse Mornimont komen wij in de buurt van Sambreville rond twee uur plots een mooie steiger tegen aan stuurboordoever. Er ligt zowaar een Nederlands jacht. Wij besluiten spontaan om erbij te gaan liggen. We hebben geen idee wanneer de volgende mogelijkheid om af te meren komt. De informatie op de kaarten klopt meestal niet dus varen we wat dat betreft bijna blind.
25,5 kilometer in drie uur. Positie: 50°26'56.5"N, 004°38'15.4"E externe link .

09 en 10-06
We besluiten het weekend hier te blijven. Het weer blijft slecht. De steiger is aan het eind voorzien van een hoge stalen trap. Boven komen wij bij een zandweggetje. We worstelen ons door het onkruid en via een openstaande poort komen wij uit op de parkeerplaats van een Lidl. Daar gaan we nog een keer naar binnen voor iets lekkers bij de T.V.

11-06
Tegen 10:30 verlaten wij ons weekeindverblijf, om onze weg richting westen te vervolgen. Het blijft maar regenen. Af en toe is het tussen de buien even droog. We hebben mazzel bij de sluizen. Wij passeren Ecluse Auvelais, Roselies en Montignies sur Sambre. Even na de laatste sluis varen wij de bebouwde kom van Charleroi in. Direct na de eerste brug over de rivier lopen de oevers over in hoge betonnen muren met een loopgang ter hoogte van ons tentdak. Er volgen verschillende bruggen, waar we de enige aanwezigheid van mensen opmerken. Verder is van heel Charleroi  nog niet eens een spits van een kerktoren te zien. Het enige wat we zien, is de desolate aanblik van zware industrieterreinen waar we nu dwars doorheen varen. Ecluse Monceau sur Sambre aan het eind van Charleroi heeft een romantische naam, maar ligt midden in een groot afvalverwerkingsbedrijf. Wellicht komt daar alle rommel vandaan die we onderweg tegenkwamen. We mogen van geluk spreken dat we niets van die rotzooi in de schroef hebben gekregen.

Sluis aan de Sambre
Sluis aan de Sambre

Meteen na deze sluis gaan wij temidden van bergen troep en hoge verroeste damwanden stuurboord uit richting Brussel. Na enige kilometers volgt de eerste sluis van het Kanaal Brussel-Charleroi, Ecluse 1, Marchienne au Pont. Er ligt een duwbakcombinatie te wachten. Vrijwel meteen mogen wij invaren. De duwbak is te breed om ernaast te kruipen en de bolders in de muur zijn zodoende voor ons onbereikbaar. Wij mogen van de schipper van de duwboot aan zijn gangboord vastmaken. Na zeven meter naar boven te zijn geschut, blijven wij achter de duwboot aanvaren. Bij de volgende sluis, Ecluse 2, Gosselies, maken wij een touwtje vast aan de achterste drijvende bolder. Vervolgens zet ik de schroef in zijn werk, waardoor de punt keurig tegen de sluiswand wordt gehouden. Na wederom zeven meter en een paar kilometer verder volgt Ecluse 3, Viesville. Daar passen wij dezelfde methode toe. Tevens vinden wij op de sluis een afvalcontainer, waar wij onze zakjes in deponeren. Het is inmiddels drie uur geweest en wij gaan op zoek naar een geschikte ligplaats. Er staan enige ligplaatsen op de Belgische waterkaart aangegeven, maar daar is in de praktijk niets van te bekennen. Ter hoogte van Pont a Celles is een loswal voor de beroepsvaart gelegen, maar de bolders staan zover uit elkaar dat wij onze touwen niet eens lang genoeg hebben. We besluiten uit te kijken naar de volgende mogelijkheid. De oevers zijn weliswaar uitgerust met bolders die door de overheid keurig onkruidvrij worden gehouden, maar er is geen hond die het in zijn hoofd haalt om hier vast te maken, want de oeverwanden bestaan uit schuine betonnen randen tot onder de waterlijn. De met lucht gevulde stootwillen blijven gewoon op het water drijven, terwijl de verf op het onderwaterschip door het beton zou worden weggeschraapt. We varen helemaal door tot de aftakking van het Canal du Centre, waar wij bij een grote parkeerplaats een loswal vinden met een rechte oevermuur, waar we rond zes uur met enige moeite maar veilig vastmaken.
Zeven sluizen, eenenvijftig  kilometer in zeven en een half uur. Positie:  50°31'26.4"N, 004°14'40.8"E externe link .

12-06
Het loopt tegen het middaguur als het weer begint op te knappen. Er staat zowaar een zonnetje en we besluiten spontaan om de trossen los te gooien. We varen nu in de richting van Brussel. We varen al sinds Namen met gestreken mast in verband met de brughoogte op deze vaarwateren. Het is erg stil op het kanaal Brussel-Charleroi. Er zijn ons vanmorgen een paar Nederlandse plezierboten voorbijgestoken. Deze vinden wij terug aan de bovenkant van de scheepshelling van Ronquières.


Hellend vlak van Ronquières
Hellend vlak van Ronquières

Aan stuurboordkant liggen twee vrachtschepen, aan bakboord drie pleziervaartuigen. Wij gaan er bij liggen en vernemen van de pleziervaartschippers dat ze al vanaf elf uur vanmorgen liggen te wachten. Volgens hem gaan wij met de tweede schutting. Eerst vaart er een vrachtschip in van 80 meter. Die past net in de bak water van 85 x 11,5 meter, die op stalen wielen staat en straks over stalen rails bijna zeventig meter naar beneden rijdt. Er zijn twee bakken, waarvan er slechts één in gebruik is. Het duurt een hele tijd voordat de bak weer terug boven is. Eerst vaart er een vrachtschip uit, daarna mogen wij met vier motorjachten binnenvaren. Het is een hele belevenis.

We zijn er bijna
We zijn er bijna

Zelf in de bak naar beneden
Zelf in de bak naar beneden

Als de deuren waterdicht gesloten zijn, maakt de bak zich langzaam los van de, ja, hoe zeg je dat, waterscheiding? Het water in de bak mag niet al te hard gaan schudden, dus komt het gevaarte zeer langzaam en geleidelijk op gang. Even later zijn we onderweg naar beneden. Het gekke is dat wij, gezeten op het achterdek, tijdens de rit elke oneffenheid van de spoorrails waar de bak overheen rijdt voelen. Het is net of onze boot op wieltjes staat. Na een rit van ongeveer 25 minuten zijn wij onder aan de helling beland. Nu wordt eerst het water in de bak voorzichtig op het zelfde peil gebracht als het kanaal. Daarna gaan de schotten open en kunnen wij uitvaren. Meteen aan de bakboordoever is een plek waar kan worden afgemeerd. Daar gaan wij tegen vieren samen met nog twee andere jachten liggen. Het is en blijft moeilijk om bolders, kikkers of andere voorzieningen te vinden om de boot aan vast te kunnen leggen.
10 kilometer in vier uur. Positie: 50°36'24.5"N, 004°13'24.5"E externe link .

14-06
Als we wakker worden liggen we met de kont bijna midden in het kanaal. Het blijkt dat de achtertros is losgeraakt van de ijzeren pin die in de kademuur zit. Na enig gesjor weet ik onze boot weer langszij de kade te trekken. We gaan toch maar een deurtje verder. We moeten weer eens op zoek naar een echte supermarkt voor groente, vlees en dergelijke. Een paar kilometer verderop ligt Halle, een stadje dat wij kennen uit de Belgische politieserie Witse. Volgens de ANWB almanak kunnen we daar aan een verlaagde loskade aanleggen. Rond half twaalf maken we los en varen richting sluis 5, Ittre.

Nog maar eens een sluis
Nog maar eens een sluis

We moeten wachten tot het vrachtschip is uitgevaren dat net naar boven kwam. Er zijn drijvende bolders dus het schutten is gemakkelijk. We gaan 13,5 meter naar beneden. Na enkele kilometers tussen fabrieken en industrieterreinen doorgevaren te hebben komen wij bij sluis 6, Lembeek. Wij passeren de grens tussen Wallonië en Vlaanderen en dat houdt onder anderen in dat wij op de sluis een vaarvignet moeten kopen. Wij lopen naar boven waar de vriendelijke sluismeester ons (in het Nederlands!) te woord staat. Wij kopen het vaarvignet voor de Vlaamse binnenwateren voor € 50,- Op het vignet staat te lezen dat de geldigheid eindigt op 30-6 2012. De sluismeester verontschuldigt zich maar op 1 juli a.s. moet er toch weer een nieuw vignet aangeschaft worden. Dus moeten wij voor ons geplande verblijf in België alleen aan vaarrechten al € 100,- betalen. Dit is te gek voor woorden. De vignetten zijn vanaf 1 januari tot 30 juni geldig en van 1 juli tot 31 december. Een prima regeling voor de tourist zou ik zeggen. Hadden wij dat maar geweten maar deze info heb ik op internet nergens gezien. Na enige tijd komen wij in Halle. Volgens de kaart ligt het centrum van Halle na de volgende sluis. Dus schutten wij door sluis 7, Halle 3,5 meter naar beneden. Na de sluis varen wij weer door industriegebied en landbouw. We zijn Halle al weer uit! De informatie op de kaart klopt voor geen meter. Dan maar verder, wij gaan niet meer terug schutten naar boven. Rond half vier schutten wij door sluis 8, Lot. Meteen achter de sluis ligt aan bakboord een aanlegsteiger. Bevreesd dat we weer tot Sint Juttemus moeten doorvaren voor we de volgende ligplaats vinden besluiten wij hier de nacht door te brengen. Tegen vieren maken we vast. We kunnen zowaar even op het achterdek plaatsnemen in de zon. Ik heb geen zin meer in koken dus steken wij via de brug het kanaal over naar de dorpskern aan de andere kant van het treinstation. Daar vinden wij met enige moeite een frietkot waar wij zowaar de Belgische specialteit, friet eten. Hier denken wij in Nederlandstalig Vlaanderen te zijn maar moeten wij plotseling weer Frans spreken. Er is geen touw aan vast te knopen en wij begrijpen dat die Belgen er zelf ook de grootste moeite mee hebben. De patat was trouwens niet lekker.
18 kilometer in vier en een half uur. Positie: 50°46'04.8"N, 004°16'21.0"E.

15-06
Tegen elven vervolgen wij onze reis richting de hoofdstad van Europa: Brussel. Wij hopen daar aan te kunnen leggen om de noodzakelijke inkopen te doen en om de stad te gaan bekijken. Na sluis 9, Ruisbroek varen wij volgens de kaart door de bebouwde kom van Brussel. Dat klopt maar de bebouwing bestaat uitsluitend uit fabrieken, hallen, loodsen, laad- en losperrons, enorme pijpleidingen, bergen oud ijzer en zand- en grinddepots. Nu is Brussel natuurlijk een grote stad. Wat verderop ligt sluis 10, Anderlecht. Ha! Dat is een voorstad van Brussel dus het centrum moet nog komen. Na de sluis wordt het kanaal begrensd door hoge muren met hekken erop aan weerszijden. Het enige verschil met Charleroi is dat hier de muren iets lager zijn waardoor wij ook zicht hebben op de hoge woonblokken tussen de bedrijven in. Volgens de kaart moet aan de linkerzijde een aanlegplaats zijn. We vinden inderdaad een lange kade zonder bolders. Er zijn wel om de 30 meter trapjes aangebracht dus met enige moeite zouden wij hier kunnen vastmaken. Er ligt een rij gele tonnen voor de kade die trouwens helemaal leeg is. Wat verderop vernauwt het kanaal zich en volgt er weer een lange ‘tunnel’ tussen twee met grafitti besmeurde muren door. We besluiten te keren aangezien wij bij die kade ook een Lidl hebben gezien. Als wij proberen aan te leggen lopen wij een meter of vijf voor de kade vast in de blubber. Vandaar dus die gele tonnen. De enige plek die we gezien hebben waar je zou kunnen aanleggen is volledig verzand. Dan toch maar verder. Nadat wij ons losgewrikt hebben varen wij door de ‘tunnel’ naar sluis 11, St. Jan’s Molenbeek. Ik vraag aan de sluiswachter of er nog ligplaatsen zijn. Hij verwijst ons naar een jachthaven in de derde havenkom verderop. We varen door tussen de bedrijven en vinden inderdaad in een wijd gedeelte van het kanaal de jachthaven van de Bruxelles Royal Yachting Club. Wij varen binnen en leggen aan bij de kade voor passanten. Wij willen ons gaan melden als wij voor een mededelingenbord een A-4’tje zien met daarop de prijzen. Ze zijn er trots op dat de jachthaven gelegen is nabij het Koninklijk Paleis. Van dat paleis is echter niets te zien. We zien wel aan de overkant een enorm rangeerterrein met goederenterminal. Wij betalen hier € 1,82 per nacht. Een nacht zou ons dus € 22,- gaan kosten, € 25,- incl stroom en water. En dan moeten wij ook nog een halve meter van onze boot af liegen. Dat is boven ons budget. Daarom maken wij weer los en varen verder. Even later zijn wij Brussel al weer uit. Van de stad hebben wij niet één baksteen gezien. Wat een afknapper. Na een uur arriveren wij bij sluis Zemst, een grote sluis met een groot verval. Er gaan ons vier vrachtschepen voor en wij mogen achteraan vastmaken aan de stuurboordkant. Bij het binnenvaren zie ik dat de schipper van de Perseus, een grote vrachtschuit aan bakboord, de schroef nog aan heeft staan. Het dringt echter niet tot mij door en vaar gewoon achter de spits aan die voor ons de sluiskolk invaart. Als wij door het schroefwater van de Perseus varen wordt de kop van onze boot met een vaartje tegen de sluiswand gedrukt. Doordat de kop wordt teruggezwiept door de grote bolfender slaat de boot met de achterkant met een klap tegen de sluismuur. Godver! Het is mijn eigen schuld, ik had even moeten wachten tot de schipper van de Perseus de schroef had uitgezet. Binnen ligt alles overhoop maar er is niets kapot gelukkig. De rand bij het achterdek is echter wel beschadigd. De ronde rand is ingedeukt en natuurlijk is de verf eraf. Nou ja, we moeten toch zodra het weer het toestaat verder met onze schilderwerken dus dat kan dat er ook nog wel bij. Bij het dorpje Tisselt ligt vlak achter de brug een zeldzaamheid, namelijk een aanlegkade met enkele bolders op zodanige afstand dat er ook een jacht kan vastmaken. Wij besluiten rond vijf uur spontaan om dat dan ook te gaan doen. Wij gebruiken voor onze maaltijd de laatste verse ingrediënten. Het is onrustig liggen vanwege de vele vrachtschepen die voorbij komen denderen maar dat deert ons niet.
37 kilometer in zes uur. Positie: 51°02'04.9"N, 004°21'31.4"E externe link .

16-06
Meteen na de koffie zetten wij onze reis voort. Informatie in de almanak leert ons dat er in een zijkanaaltje naar Klein Willebroek een tweetal jachthavens zijn. Wij varen daar naartoe en nemen ligplaats bij de jachthaven achterin, de Klein Willebroek Yacht Club. Wij besluiten hier het weekend door te brengen. Wij betalen aan de havenmeester € 21,- voor twee nachten incl. water. De stroom komt uit een automaat waar je muntjes moet ingooien. Daar hebben wij letterlijk een potje voor aan boord waar nog genoeg € 0,50 muntjes in zitten. De stroom is niet duur. We zetten de fietsen overboord en steken de Rupel over om naar het stadje te fietsen. Wij slaan voor een week proviand in en vullen onze benzinevoorraad aan. Wij overleggen hoe we nu verder willen. Na rijp beraad besluiten wij om te zorgen dat wij voor 1 juli weer in Nederland terug zijn. België is een mooi land om te bezoeken, maar niet met de boot. Misschien zijn wij wel teveel verwend door Nederland waar je tot in de steden kunt varen, (nog) geen vaarrechten hoeft te betalen en waar je overal ligplaatsen en accommodatie voor de pleziervaart kunt vinden. Bovendien hebben wij ondertussen een ernstig probleem met onze huurder die wederom niet betaald heeft. We zijn bang dat hij het niet meer kan opbrengen. Wisten wij maar wat er aan de hand is maar Meneer is niet bereikbaar voor overleg. Wat een timing! Net als wij in het buitenland rondvaren gebeurt dit. Het drukt een zwaar stempel op ons gemoed.
Één uur gevaren, 5 kilometer. Positie: 51°04'45.0"N, 004°21'59.4"E externe link .

17-06
Een rustig dagje. In de loop van de middag komt de havenmeester met de sleutel van de waterkraan zodat wij onze watertank kunnen vullen. Nederland ligt uit het EK voetbaltoernooi dus zal het daar tegen de tijd dat wij terugkomen wel weer rustig zijn. Het zal er in ieder geval een stuk minder oranje uitzien.

18-06
We twijfelen over de te varen route terug naar Nederland. We willen terugvaren door de Kempen richting Zuid-Willemsvaart en Nederlandse grens. We kunnen door het jachtensluisje honderd meter van ons vandaan de Rupel op en na 10 kilometer door het Netekanaal en de Nete via het Albertkanaal naar St. Job in ’t Goor. We kunnen ook via de Schelde en Antwerpen naar St. Job in ’t Goor. We besluiten via de Rupel te gaan en maken rond elf uur los. Via de marifoon krijgen wij te horen dat het sluisje pas tegen half twee vanmiddag bediend wordt. Tja, dan is de keus ook al snel gemaakt. We keren en varen terug door het zijkanaal in Klein Willebroek, vragen een opening aan voor de brug en gaan stuurboord uit het kanaal Brussel-Rupel af. Na enige tijd moet aan stuurboord sluis Wintam in ons gezichtsveld verschijnen maar helaas is er geen sluis te bekennen. Deze blijkt te zijn weggehaald. Na vijf kilometer komen wij bij sluis Hingene die toegang biedt tot de Zeeschelde, een getijderivier met groot verval. De sluis komt net naar boven dus moeten wij wachten. Aan bakboord ligt een duwbak uit Urk en wij proberen daar achter met een middentouwtje even vast te maken. Er staat wel een bolder maar zo hoog en zo ver weg dat we er niet bij kunnen. Gelukkig staat er niet veel stroom en kost het weinig moeite om de boot op de plaats rust te houden. Tijdens het invaren wordt ons verzocht om voorin te gaan liggen omdat er nog een vrachtschip achter ons komt liggen. Samen met de duwbak en het grote vrachtschip achter ons zakken wij enkele meters tot op Scheldeniveau. Volgens de gegevens in de almanak moet er een jachthaven liggen aan de overzijde in Rupelmonde. Wij hebben geen getijdegegevens en willen niet op de bonnefooi die al naar gelang getij sterk stromende rivier afvaren. De stroming kan volgens de almanak oplopen tot 8 km/u.

Onmogelijk af te meren
Onmogelijk af te meren

Wij besluiten om in Rupelmonde een nacht over te liggen en eerst meer te weten te komen over de situatie. Aan de overzijde, de Noordoever, vinden wij een aantal prachtige drijvende steigers in de rivier. De eerste die we aandoen is niet bestemd als ligplaats, de tweede wel. Wij maken daar rond half twee stevig vast aan vier touwen. Er staan om de twee meter stevige stalen bolders. Er is gratis drinkwater en er staan stroompalen. We kunnen het dorp niet in want boven aan de loopbrug is een groot, gesloten stalen hek. Wonderlijk genoeg komt er niemand om geld vragen. Dit is de mooiste aanlegplaats die we tot nu toe in België hebben gezien en nog gratis ook. Rustig liggen is er natuurlijk niet bij door de flinke deining die wordt veroorzaakt door de voorbijvarende schepen.
10 kilometer in twee en een half uur. Positie: 51°07'28.5"N, 004°17'30.2"E externe link .

19-06
We hadden met de stroom mee richting Antwerpen willen varen maar ik heb me in de tijden van de getijden vergist. Het wordt wel einde middag voordat de stroomrichting in ons voordeel draait. Daarom blijven wij hier nog een nachtje liggen en proberen we het morgen nog eens.

20-06
Om acht uur gaat de wekker. Rond zes uur is de stroomrichting gedraaid en als we tegen kwart voor negen de trossen losgooien hebben we een stevige stroom mee. Het is helemaal niet gemakkelijk om de boot in de vaargeul te manouvreren temeer omdat er een grote gele boei in ons vaarwater ligt. Het weer is tamelijk rustig en vooral droog. Sinds pinksteren zijn het aantal dagen zonder regen op één hand te tellen. Het is kort voor tienen als wij bij de Royerssluis in Antwerpen arriveren.

Antwerpen
Antwerpen

We krijgen te horen dat de sluis ten vroegste pas weer rond één uur wordt bediend. De jachten zijn dan pas tegen twee uur aan de beurt. Aan de westelijke oever tegenover de sluis is een ponton. Wij krijgen toestemming van de sluiswachter om daar tijdens het wachten vast te maken. We hebben een FD-nummer, het nummer ten behoeve van de administratie van de haven van Antwerpen dat bij de boot moet zijn om door te kunnen varen. We krijgen te horen dat we alle gegevens opnieuw moeten opgeven. Dat kan via de marifoon. Wat later krijgen we buren, een motorjacht genaamd Lady Madonna. Het aankomen gaat niet vlekkeloos. Ondanks de helpende hand van Erica duurt het een poosje voordat de boot vastligt. De vrouw komt een praatje maken. Zij blijkt uit de Verenigde Staten te zijn. Haar man is Noor van herkomst en gepensioneerd kapitein van een cruiseschip. Nog wat later komt een politieboot bij ons aan de ponton liggen. We krijgen van de politie te horen dat we zo controle krijgen en of we de papieren alvast even gereed willen houden. We krijgen ook meteen te horen dat we niet vast mogen maken aan de ponton. Eerst gaan de mannen naar onze buren. De hele procedure duurt nogal lang. Terwijl de politiemensen met onze papieren in de weer zijn en formulieren staan in te vullen worden we opgeroepen door de sluis. We kunnen binnenvaren. De politiemensen onderbreken hun schrijfwerkzaamheden en wensen ons een goede vaart. De Lady Madonna wordt verzocht om achter ons aan te varen. Terwijl ze wegvaren knalt de kont van hun boot een paar keer tegen de ponton. Ja captain, zo’n notedopje is geen oceaanstomer. Dit notedopje vliegt alle kanten op. We zijn alweer geregistreerd. Eerst al bij binnenkomst in Wallonië op de eerste sluis, toen bij binnenkomst in Vlaanderen, bij aankomst in Antwerpen door de havendienst en zojuist door de Belgische waterpolitie. Dat hebben wij in Nederland nog nooit meegemaakt. De sluiskolk is groot en als wij komen binnenvaren pakt iemand met een pikhaak een touwtje van ons aan. We moeten de boot aan één touw vastmaken op een bolder boven op de sluismuur. De Lady Madonna komt bij ons aan liggen. Nu hebben we twee boten op één tros, dat is eigenlijk veel te weinig. Ik ben bang dat ie gaat breken. Na veel gesjor geraken wij boven waar wij uiteindelijk achter de beroepsvaart uitvaren. Meteen na de sluis houden wij stuurboord aan naar het Albertkanaal en verliezen onze Amerikaanse buren uit het zicht. We worden opgelopen door een Nederlandse duwcombinatie die met een slakkegangetje voor ons gaat varen. Na een hoop gehotseklots draaien wij twee kilometer verderop bakboord uit het “Kanaal van Dessel over Turnhout naar Schoten” op om meteen op de eerste sluis vast te lopen. Er staat wel een marifoonkanaal vermeld maar we krijgen geen antwoord op onze oproepen. We leggen de boot provisorisch vast aan twee trossen en gaan op het achterdek zitten. We houden er al rekening mee dat dit voor vandaag onze pleisterplaats zal worden als er plotseling een jongeman op een brommertje ons komt vragen of we misschien naar ‘binnen’ willen. Dat willen wij dus maken wij weer los en varen de openstaande sluis in. Er zijn geen bolders in de sluismuren dus pakt de sluiswachter een tros aan die over de grote bolder boven op de muur wordt gelegd. We hebben een tip gekregen dat je tussen sluis 5 en 4 in st. Job in ’t Goor mooi kunt liggen. Wij vertellen de sluiswachter dat we daar heen willen. We beginnen bij sluis 10, varen boven uit en kunnen vrijwel meteen sluis 9 binnenvaren. Het contrast met Antwerpen met zijn druk bevaren Albertkanaal en dit kanaaltje kan haast niet groter zijn. Dit lijkt wel op het slootje dat in Nederland de Verlengde Hoogeveensche Vaart wordt genoemd, met dit verschil dat er hier om de paar honderd meter een sluis is. Alle sluis- en brugbedieningen gaan goed tot we stranden voor sluis 5. De brugwachter had ons gezegd dat we daar i.v.m. beroepsvaart even zouden moeten wachten. Tweehonderd meter terug hebben wij in een zwaaikom een mooie passantensteiger gezien. We hebben het allebei gehad voor vandaag, varen de boot achteruit terug en leggen rond kwart voor zes aan bij de passantensteiger. Als we met een biertje op het achterdek zitten komt de sluiswachter met zijn brommertje informeren of we er genoeg van hebben. We spreken morgen ochtend om elf uur af. We trekken onze wandelschoenen aan en eten patat met iets erbij in het dorp een dikke kilometer verderop.
We hebben tien uur gedaan over vierendertig en een halve kilometer.
Positie: 51°17'45.3"N, 004°33'17.9"E externe link .

20-06
Stipt om elf uur gaat sluis 5 voor ons open. De sluiswachter vraagt ons of wij van het naderende noodweer op de hoogte zijn. Hij waarschuwt ons dat er zware storm en onweer op komst is. Wij varen door sluis 4, 3 en 2.

Wachten op de Zeeschelde op sluisbediening
Wachten op de Zeeschelde op sluisbediening

Het weer is nauwelijks in te schatten. Steeds wordt de lucht donker en dreigend om even later weer op te klaren. We varen gewoon door. Landbouw, woonkernen en industrieterreinen wisselen elkaar af. Het kanaal is zo smal en aan de zijden ondiep dat we moeten afstoppen en aan de kant kruipen als we tegenvaart hebben. De ongeladen schepen zijn nog te doen maar de geladen schepen kunnen niet teveel naar de kant uitwijken in verband met de diepgang. Bij sluis 1, Rijkevorsel wordt de lucht toch wel erg donker en de wind wakkert flink aan. In overleg met de sluismeesters besluiten wij er vandaag een punt aan te breien. Tweehonderd meter verderop is een passantenkade in de dorpskern onder aan de voetgangersbrug. Er is een café en er is een supermarkt. Die laatste lopen wij even naartoe om brood en aardappelen te kopen en wat snoeperij. Het onweer komt maar niet op gang en we zitten zelfs nog lekker in het zonnetje op het achterdek. Tegen de avond is het dan toch menens en komt het met bakken uit de hemel.
Achttien kilometer in drie uur en een kwartier. Positie: 51°19'39.9"N, 004°47'00.5"E externe link .

22-06
Na de kortste nacht van het jaar gaan wij rond half elf weer op pad. We hebben voorlopig geen sluizen meer, maar wel ophaalbruggen. De bediening verloopt redelijk goed. Slechts bij een enkele brug moeten wij even wachten. Het is droog, maar wel winderig. Omdat het kanaal tussen de bomen ligt, hebben wij daar gelukkig weinig last van.

Kanaal van Dessel over Turnhout naar Schoten
Kanaal van Dessel over Turnhout naar Schoten

Na enige tijd varen wij door Turnhout waar een grote jachthaven in het centrum gesitueerd is. Er staan tevens grote partytenten. Wij schieten lekker op. Af en toe hebben wij tegenvaart maar over het algemeen zijn wij weer behoorlijk alleen op de wereld. Na Turnhout varen wij door dichte bebossing en heidegebieden.

Mooie natuur
Mooie natuur

Ter hoogte van Retie schampen wij de Nederlandse grens en ik krijg waarachtig eventjes internetcontact waardoor het me tijdens het varen net lukt om mijn email binnen te halen en een paar weg te sturen. Volgens de kaart en de ANWB almanak moeten er in Retie diverse afmeermogelijkheden zijn maar daar is in de praktijk niets van te vinden. Uiteindelijk komen wij rond kwart voor drie op de kruising met het kanaal Bocholt-Herentals waar wij aan bakboord een paar jachten zien liggen en wij besluiten om daar bij te gaan liggen. We hebben een stevige wind op de kont maar met behulp van een toesnellende buurman hebben wij even later de boot goed vast liggen. Op de hoek ligt een levensgrote Pannenkoekenboot. Hij ziet er tamelijk verlaten uit en Erica gaat tegen etenstijd even op onderzoek uit. Ze komt met slechte berichten thuis. De boot is op vrijdag gesloten behalve in de maanden Juli en Augustus. Dat hebben wij weer. Wie, zo vragen wij ons af, doet in Hemelsnaam zijn restaurant dicht op vrijdagavond? Dan ga ik toch maar zelf aan het fornuis staan.
Achtendertig kilometer in vier uur en een kwartier. Positie: 51°14'06.5"N, 005°10'05.1"E externe link .

23-06
We zijn al vroeg wakker en zo komt het dat wij reeds rond kwart voor tien vertrekken. Als wij de mast willen strijken ontdekken wij dat een katrol defectgelopen is. We hebben geen reserve dus moeten wij bij gelegenheid een watersportwinkel opzoeken. De mast die nu handmatig moet worden getild is behoorlijk zwaar. Het is zowaar mooi weer. Bij sluis 1, Mol duurt het even voordat ik via het marifoonkanaal contact krijg met de sluiswachter. Daarna moet de sluis nog worden omgezet naar beneden. Even later kunnen wij invaren. De sluiswanden zijn meerdere meters hoog en er zijn geen bolders, behalve die op de sluismuur. Er zijn wel trapjes en Erica maakt de boot met één touwtje daaraan vast. Ik ga bij haar staan als ik merk dat het schutten wel heftig gaat. We zijn nog nooit zo snel boven geweest. Het is net alsof je met boot en al in de lift staat. We hebben nauwelijks de tijd om te verhalen. Enkele honderden meters verder ligt sluis 2 die al klaar staat voor ons. De sluiswachter staat klaar met een touw met een ijzeren haak eraan om de trossen aan te nemen. Daar maken wij deze keer gebruik van. Deze schutting gaat iets minder snel dan de vorige. Bij sluis 3 hetzelfde verhaal. Nu hebben wij voorlopig geen sluizen of beweegbare bruggen meer. Ik geef wat meer gas maar we lopen niet echt hard. Het kanaal veroorzaakt veel weerstand. Wij passeren achtereenvolgens Lommel, Grote Barier, Neerpelt en St. Huibrechts-Lille. Even daarna arriveren wij bij de splitsing Zuid-Willemsvaart. Linksaf gaat het naar Weert, slechts een paar kilometer verwijderd. Wij houden rechts aan richting Albertkanaal. Onderweg zien we op verschillende plekken ligplaatsen voor de pleziervaart. Sommige zijn leeg, anderen, vooral bij de dorpskernen, zijn bezet. Wij ploegen verder door het aan de zijkanten met vegetatie volgegroeide kanaal.

Mooie natuur
Mooie natuur

Het landschap is vrij saai. Wij passeren Bocholt, Bree, Neeroeteren, Eisden en Maasmechelen. Hier wordt het landschap wat fraaier. Het wordt wat heuvelachtig en het kanaal ligt hoger dan het landschap zodat we een goed overzicht hebben. Vlak voor sluis Neerharen houden wij bakboord aan naar de Smeermaas. Ter hoogte van Lanaken passeren wij de onzichtbare grens met Nederland. Een eindje verderop komen we aan de rand van Maastricht bij sluis Bosseveld. Het is moeilijk de sluiswachter aan de veren te komen. De sluis staat nog verkeerd dus het duurt vrij lang voordat de enorme hefdeur opengaat en wij de grote sluiskolk in kunnen varen. Dan duurt het nog heel lang voordat de deur weer dichtgaat en het schutten kan beginnen. Ruim een half uur na aankomst kunnen wij aan de bovenkant uitvaren. Wij varen de Maas op tot aan de Wilhelminabrug waar wij bij de passantenmuur tot aan de Servaasbrug aankomen. Alles ligt vol maar helemaal aan het eind, tegen de enorme pilaar van de antieke brug, kunnen wij rond kwart over zes onze boot nog vastknopen. Nadat alle handelingen voor het aanmeren zijn verricht maken wij ons op om nog even de stad in te gaan. De Jumbo is nog open en daar kopen wij vers brood en wat te snoepen. Daarna eten wij een overheerlijke maaltijd bij de chinees. We zijn precies op tijd terug aan boord voor de wedstrijd Spanje-Frankrijk die om kwart voor negen begint.
Vierenzeventig kilometer in acht en een half uur. Positie: 50°50'59.1"N, 005°41'47.3"E externe link .

24-06 t/m 29-06
De dagen van deze week staan in het teken van aangetekende brieven, email en telefoongesprekken over onze huurders die de huur niet meer betalen en over de NS die heeft verzuimd om vorig jaar mijn vakantiegeld uit te keren. En uiteraard onze niet zo geslaagde eerste trip naar het buitenland. Er is ook ieder jaar wel wat tijdens onze reis. Worden we niet getroffen door ziekte dan vliegt de boot in de brand. En nu dit weer.

Steegje in Maastricht
Steegje in Maastricht

Terug in Maastricht
Terug in Maastricht

We nemen ons voor om een weekje aan de muur tussen de St. Servaasbrug en de Wilhelminabrug in Maastricht te blijven liggen en te regelen wat we moeten regelen. Hier kunnen wij tenminste bellen en mailen zonder er meteen aan failliet te gaan. Het reisverslag wordt op de lange baan geschoven zolang wij aan de klaagmuur liggen. Tjonge, wat hebben we er deze week wat afgeklaagd.

30-06
We besluiten onze reis te vervolgen richting het noorden. We hebben twee mogelijkheden. Of we gaan met een omweg via het saaie Julianakanaal en Maasbracht richting Helmond en ’s Hertogenbosch of we gaan op de laatste dag van geldigheid van het vaarvignet via de kortere route door België, de Zuidwillemsvaart naar Weert. We besluiten het laatste te doen. We kopen voor een week proviand en gaan rond half elf noordwaarts richting de Bosseveldsluis. We hebben geluk want de sluis gaat net open. We schutten samen met twee andere jachten naar de Smeermaas. Het is lekker weer. De zon laat zich regelmatig zien en de temperatuur is aangenaam. We varen nu hetzelfde kanaal als een week geleden weer terug. Het blijkt al snel dat de vermeende weerstand in het kanaal die we vorige week opmerkten ongeveer een kilometer per uur stroom blijkt te zijn die we nu mee hebben dus we schieten lekker op. Zonder vermeldenswaardige incidenten komen wij tegen half drie aan bij sluis 18, Bocholt waar we van de sluismeester te horen krijgen dat deze sluis nog wel bediend wordt maar sluis 17, Lozen niet meer. Er wordt op zaterdag geschut tot 15:00 uur. In overleg met de sluismeester leggen we de boot bij sluis 18 aan de ‘wachtplaats’ en zetelen tot laat in de avond op het achterdek.
Vierenveertig kilometer in vier uur. Positie: 51°11'17.8"N, 005°33'54.2"E externe link .

vorige | volgende